Michiaki Kamada (Japans: 鎌田 道章, Kamada Michiaki) (Ehime, 15 januari 1890 – Pontianak, 18 oktober 1947) was een Japanse marineofficier die tijdens de Tweede Wereldoorlog de rang van viceadmiraal bereikte. Hij voerde onder meer het bevel over Japanse marinestrijdkrachten in Nieuw-Guinea en later over de 22nd Naval Special Base Force op Borneo. Na de oorlog werd hij in Nederlands-Indië wegens oorlogsmisdaden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.Georgina Fitzpatrick, Timothy L.H. McCormack en Narrelle Morris, Australia's War Crimes Trials 1945–51, Brill Nijhoff, 2016, p. 40, .
Militaire loopbaan Kamada werd in 1890 geboren in de prefectuur Ehime op het Japanse eiland Shikoku. Hij studeerde in 1911 af aan de Japanse marineacademie en maakte vervolgens carrière bij de Japanse Keizerlijke Marine. Hij diende op verschillende oorlogsschepen en vervulde zowel commando- als staffuncties. In oktober 1941 werd hij bevorderd tot schout-bij-nacht.Richard Fuller, Shōkan: Hirohito's Samurai: Leaders of the Japanese Armed Forces, 1926–1945, Arms and Armour Press, Londen, 1992, .
Van 1942 tot eind 1943 was Kamada verbonden aan de Japanse 8e Vloot, die actief was in en rond Nieuw-Guinea. In deze periode vielen ook de gebeurtenissen rond de Nederlands-Australische Operatie Whiting.
Op 24 oktober 1943 werden de Australische sergeant Leonard Siffleet en de Ambonese militairen H. Pattiwael en M. Raharing bij Aitape geëxecuteerd. Zij waren tijdens een inlichtingenmissie achter de Japanse linies gevangengenomen. Volgens het Australian War Memorial werden de executies uitgevoerd op bevel van Kamada, die op dat moment het bevel voerde over de Japanse marinestrijdkrachten bij Aitape.
In augustus 1944 kreeg Kamada het bevel over de 22nd Naval Special Base Force, die haar basis had in Balikpapan op Borneo. Zijn strijdkrachten waren daar betrokken bij de verdediging tegen de geallieerde opmars. Op 1 mei 1945 werd hij bevorderd tot viceadmiraal.
Capitulatie Na de Japanse capitulatie gaf Kamada zich op 8 september 1945 bij Balikpapan over aan de Australische generaal-majoor Edward James Milford. De formele overgave vond plaats aan boord van het Australische marineschip HMAS Burdekin. Daarbij capituleerden de Japanse strijdkrachten in Nederlands-Borneo onder Kamada's bevel.
Berechting en executie Na de oorlog werd Kamada door de Nederlandse autoriteiten onderzocht in verband met oorlogsmisdaden op Borneo en elders in Nederlands-Indië. In het Nationaal Archief bevinden zich onder meer processen-verbaal van zijn verhoren over de Japanse bestuurlijke organisatie op Borneo en Celebes en over de anti-Japanse beweging in Pontianak en Balikpapan, naast dossiers over de opsporing en berechting van Japanse oorlogsmisdadigers in Pontianak.
Een Nederlands militair gerecht in Pontianak veroordeelde Kamada wegens oorlogsmisdaden ter dood. Een naoorlogse geallieerde opgave vermeldt Pontianak als plaats van berechting en registreert dat het doodvonnis op 18 oktober 1947 werd voltrokken. Kamada werd door ophanging geëxecuteerd.
Literatuur Richard Fuller, Shōkan: Hirohito's Samurai: Leaders of the Japanese Armed Forces, 1926–1945, Arms and Armour Press, Londen, 1992. Mark Felton, Slaughter at Sea: The Story of Japan's Naval War Crimes, Naval Institute Press, Annapolis, 2007. Georgina Fitzpatrick, Timothy L.H. McCormack en Narrelle Morris, Australia's War Crimes Trials 1945–51, Brill Nijhoff, 2016.
Categorie:Japans admiraal Categorie:Japans militair in de Tweede Wereldoorlog