De Ordre de Rouvre (ook Ordre du Rouvre; in een intern document uit 1978 Ordre des Chevaliers du Rouvre) was een besloten, katholiek geïnspireerd Belgisch riddergenootschap met een uitgesproken anticommunistische oriëntatie. De organisatie ontstond in het universitaire milieu van Leuven. Historica Klaartje Schrijvers dateert de oprichting van de Ordre de Rouvre zelf in 1964 en beschouwt de in 1960 gestichte Ordre Estudiantin du Rouvre als haar voorganger.
De orde wilde volgens Schrijvers het christendom verdedigen tegen atheïsme en materialisme en voerde bij haar oprichting actie tegen wat zij „linkse katholieken” noemde. Haar programma combineerde katholieke, anticommunistische en Europese doelstellingen. De organisatie stond volgens Schrijvers onder het patronage van Honoré Van Waeyenbergh, destijds rector magnificus van de Katholieke Universiteit Leuven.
Geschiedenis Schrijvers voert de voorgeschiedenis van de organisatie terug tot de Ordre Estudiantin du Rouvre, die Richard Van Wijck als student in Leuven in 1960 oprichtte. Volgens een door haar aangehaalde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad gingen Yves d’Alcantara, Emmanuel de Spa, Jean Jansen, Jacques Jonet en Richard Van Wijck op 2 juli 1960 tot de oprichting over.Belgisch Staatsblad, 22 september 1960, nr. 3764, aangehaald in Schrijvers (2007), p. 119. Het Belgisch Staatsblad vermeldt 30 mei 1968 als oprichtingsdatum van de vzw Association Belge de l'Ordre du Rouvre (ABOR).
André Van Bosbeke situeert de ideële oorsprong eveneens in het academiejaar 1959–1960. Volgens hem werden enkele katholieke Leuvense studenten beïnvloed door geschriften van de benedictijn Dom Marie-Gérard Lafond, stichter van de Militia Sanctae Mariae, waarin een eigentijdse vorm van christelijk ridderschap tegenover materialisme en revolutionair geweld werd geplaatst.
Volgens Schrijvers richtte Van Wijck in 1964 samen met enkele studiegenoten vervolgens de Ordre de Rouvre op. Jacques Jonet, Robert A. Remy en Julien Vanderbeken worden door haar als medeoprichters genoemd. Schrijvers vermeldt dat deze vier personen ook voorkwamen binnen het Centre Européen de Documentation et d'Information (CEDI).
Schrijvers en Van Bosbeke vermelden beiden steun of patronage van rector Honoré Van Waeyenbergh. Volgens Schrijvers trad de aalmoezenier-generaal van het Belgische leger statutair op als geestelijk raadsman en speelde de abt van de Abdij van Park in Heverlee geregeld een rol bij de wijding van leden. Zij schrijft tevens dat de benedictijnse spiritualiteit een belangrijke inspiratiebron vormde en dat contacten bestonden met katholieke traditionalisten in Frankrijk.
Doelstellingen en gedachtegoed Bij de oprichting had de orde volgens Schrijvers mede tot doel actie te voeren tegen de door haar zo genoemde „linkse katholieken”. In het programma stonden de verdediging van het christendom en de bestrijding van atheïsme en materialisme centraal. Schrijvers beschrijft de organisatie als anticommunistisch en schrijft dat zij streefde naar een Europa dat opnieuw de „geest van de kruisvaarders” zou beleven, waarbij de Sovjet-Unie als tegenstander van die nieuwe kruistocht werd voorgesteld.
De door Schrijvers weergegeven programmapunten omvatten daarnaast gehechtheid aan de Katholieke Kerk, de verspreiding van het christelijke ideaal, trouw aan de Belgische koning als symbool van de nationale eenheid, respect voor burgerlijke, kerkelijke, academische en militaire autoriteiten en de verdediging van wat de orde als de tradities van de westerse beschaving beschouwde. De orde wilde tevens de toenadering tussen Europese volkeren bevorderen, in het bijzonder tussen de zes toenmalige lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap. Schrijvers plaatst deze doelstellingen in de context van rechts-katholieke Europeanistische organisaties uit dezelfde periode.
Organisatie en rituelen De orde kende een trapsgewijze inwijding. Een kandidaat begon als postulant, werd vervolgens (schildknaap) en daarna gedurende twee jaar . Na deze periode kon hij tot (ridder) worden verheven. Van Bosbeke beschrijft eveneens een hiërarchische structuur met initiatieriten voor schildknaap, donaat en ridder.
Na de verheffing tot ridder bestonden volgens Schrijvers verdere graden als , , en . Richard Van Wijck trad op als grootmeester; toelating tot de orde vereiste zijn goedkeuring.
De rouvre, de zomereik, fungeerde als symbool van de orde. In de door Schrijvers beschreven symboliek gold de eik als een verbinding tussen hemel en aarde en werd hij in verband gebracht met het Keltische kruis. Ook Van Bosbeke vermeldt de eik als symbolisch bindteken tussen hemel en aarde.
Omvang en latere ontwikkeling Volgens Schrijvers telde de Ordre de Rouvre tijdens haar bestaan nooit meer dan ongeveer zestig à zeventig leden en bleef zij een sterk gesloten gezelschap. Zij noemt circa 1975 als eindpunt van het bestaan van de orde.
Van Bosbeke documenteert evenwel activiteit na die datum. Hij schrijft dat Philippe Schepens op 12 december 1978 Richard Van Wijck opvolgde als grootmeester en reproduceert een intern schrijven van de Ordre des Chevaliers du Rouvre van 13 december 1978. Daarin wordt meegedeeld dat de zittende grootmeester zijn functie had neergelegd en dat het verkiezingskapittel Schepens tot nieuwe grootmeester had gekozen.Ordre des Chevaliers du Rouvre, schrijven van 13 december 1978, facsimile afgedrukt in Van Bosbeke (1987), p. 287.
Schrijvers stelt dat personen uit de kern van de orde elkaar later opnieuw tegenkwamen in andere katholieke en Europeanistische netwerken, onder meer het CEDI en het CEPIC. Richard Van Wijck richtte in 1969 daarnaast de Brusselse private club Cercle des Nations op.
Literatuur
Categorie:Anticommunisme Categorie:Belgische organisatie