Ida Marguerite d'Auxais d'Haudienville (Mortain, 18 juni 1827 – Lolif, 5 juli 1895) was een Franse schrijfster uit een oude Normandische adellijke familie.Gustave Chaix d'Est-Ange, Dictionnaire des familles françaises anciennes ou notables à la fin du XIXe siècle, lemma „Auxais”. Chaix d'Est-Ange vermeldt onder meer de adelsbevestigingen van de familie d'Auxais en het in 1785 door d'Hozier afgegeven certificaat van adeldom voor de tak d'Auxais d'Haudienville. Haar werken verschenen na haar huwelijk onder de naam en titulatuur marquise d'Auxais Léziart de Lavillorée.Bibliothèque nationale de France, Catalogue général, notice FRBNF30041179, Impressions d'une solitaire en Italie. Zij schreef novellen en reisverhalen over verschillende Europese landen. Een van haar werken was geheel aan Nederland gewijd: in Promenade d'une solitaire en Hollande (1887) beschreef zij haar indrukken van een reis door Nederland, met plaatsbeschrijvingen, ontmoetingen en anekdotes over de bezochte steden.Bibliothèque nationale de France, Catalogue général, notice FRBNF30041181, Promenade d'une solitaire en Hollande, Avranches, impr. J. Durand, 1887.Revue de l'Avranchin, 1887, p. 530, bespreking van Promenade d'une solitaire en Hollande. Een contemporaine bespreking haalde haar verwondering over Nederlandse plaatsnamen aan: zo merkte zij op dat Zevenbergen, de „stad van zeven bergen”, geen „bergen noch heuvels” had en dat zij in Roosendaal, door haar opgevat als een „rozenvallei”, noch rozen noch een vallei had gezien, waarop de recensent ironisch toevoegde dat dit laatste „niet helemaal hetzelfde” was als dat ze er niet waren.Revue de l'Avranchin, 1887, p. 530.
Leven Ida d'Auxais d'Haudienville werd op 18 juni 1827 geboren in Mortain. Zij was een dochter van Martial d'Auxais d'Audienville, rechter-auditeur bij de burgerlijke rechtbank van Mortain, en Mathilde Davy de Boisroger.Archives départementales de la Manche, burgerlijke stand Mortain, NMD 1823–1827, 3E 359/6, akte nr. 44, vue 370/527; vermeld bij Wikimanche, Ida d'Auxais d'Haudienville. De familie d'Auxais behoorde tot de oude adel van Normandië.
Op 18 april 1849 trouwde zij met Louis Jean Pierre Charles Léziart de Lavillorée (1810–1871).Wikimanche, Ida d'Auxais d'Haudienville, geraadpleegd 21 september 2026. Haar echtgenoot was eerder onderprefect geweest en was in januari 1848 voor het kiescollege van Morlaix gekozen in de Franse Kamer van Afgevaardigden. Zijn parlementaire loopbaan eindigde bij de Februarirevolutie van 1848. Hij was tevens ridder in het Legioen van Eer.Assemblée nationale, base Sycomore, fiche 18165, Louis, Jean, Pierre, Charles Léziart de Lavillorée. Het huwelijk bleef kinderloos.
D'Auxais was verbonden aan het landgoed Mesnil-Balusson te Lolif, in de omgeving van Avranches. Volgens haar regionale biografie overleed zij daar op 5 juli 1895, op 68-jarige leeftijd. Haar uitvaart vond op 7 juli plaats in de kerk Saint-Martin van Lolif en zij werd op de plaatselijke begraafplaats begraven. Het landgoed ging na haar overlijden over op haar neef Agénor III Davy.
Schrijfster en reizigster D'Auxais schreef zowel fictie als reisverhalen. In de titels van verschillende van haar reisboeken gebruikte zij de aanduiding solitaire. In 1878 verscheen in Poitiers Impressions d'une solitaire en Espagne, uitgegeven door Oudin frères.Centre de recherche sur la littérature des voyages (CRLV/Astrolabe), bibliografische fiche Impressions d'une solitaire en Espagne, Poitiers, Oudin frères, 1878. Een jaar later publiceerde J. Gervais in Parijs haar Impressions d'une solitaire en Italie. De Bibliothèque nationale de France classificeert dit laatste werk als negentiende-eeuws reisverhaal.
D'Auxais wordt ook behandeld in modern onderzoek naar negentiende-eeuwse vrouwelijke reisschrijvers. Francisco Lafarga nam haar Impressions d'une solitaire en Espagne op in zijn onderzoek naar Franse vrouwelijke reizigers in Spanje. In de inleiding van het betreffende themanummer wordt zij genoemd als een van de minder bekende reisschrijfsters die in dit onderzoeksveld opnieuw onder de aandacht worden gebracht.Francisco Lafarga, „Hospitalidad solicitada u ofrecida y viajeras francesas en España, de la duquesa de Abrantes a Jane Catulle-Mendès”, Rassegna iberistica, 48 (123), 2025, p. 91–106, DOI 10.30687/Ri/2037-6588/2025/24/005.
Reis door Nederland In 1887 verscheen in Avranches Promenade d'une solitaire en Hollande, waarin D'Auxais haar reis door Nederland beschreef. Een contemporaine bespreking van het werk in de Revue de l'Avranchin vermeldde dat zij daarvoor al Spanje, Italië en Duitsland had bereisd en de talen van deze landen beheerste. De recensent typeerde haar als een waarnemer van zeden en landschappen en als een elegante vertelster.
De bespreking besteedde ook aandacht aan haar soms humoristische observaties. Zo verbaasde D'Auxais zich volgens de recensent over de naam Zevenbergen: de „stad van de zeven bergen” bleek volgens haar geen bergen of zelfs heuvels te bezitten. Ook Roosendaal gaf aanleiding tot een woordspeling. Zij vatte de naam op als een „rozenvallei”, maar zag er volgens het verslag noch rozen, noch een vallei. De recensent voegde daar relativerend aan toe dat zij die in elk geval niet had gezien.
Haar route voerde vanuit Zevenbergen via Dordrecht naar Rotterdam. Daar bracht zij een bezoek aan de in Nederland gestationeerde Franse diplomaat Charles-Marie Philbert. De Revue de l'Avranchin omschreef deze onderbreking van haar reis als een « bonne et heureuse halte, chez M. Philbert » („een aangename en gelukkige tussenstop bij de heer Philbert”) en duidde hem aan als « notre compatriote et confrère, consul général de France » („onze landgenoot en confrater, consul-generaal van Frankrijk”).
Vanuit Rotterdam reisde zij verder naar Den Haag, Leiden en Amsterdam. Over de Amsterdamse musea schreef zij volgens de bespreking bewust weinig, omdat daar zoveel over te zeggen was dat men er dagen of zelfs maanden voor nodig zou hebben. De recensent betreurde dit, omdat hij haar belangstelling voor de werken van grote schilders juist als een opvallende eigenschap beschouwde. Haar beschreven rondreis eindigde in Utrecht.
Het reisverhaal kreeg ook aandacht in L'Opinion de la Manche. Een daaruit overgenomen beoordeling prees de helderheid, verfijning, beknoptheid en levendigheid van haar Franse proza.Revue de l’Avranchin, 1887, pp. 530–531.
Literaire activiteiten Naast haar reisverhalen schreef D'Auxais novellen en ander literair werk. In 1890 verscheen in Avranches Le Salon du docteur, eveneens onder de naam marquise d'Auxais Léziart de Lavillorée.Bibliothèque nationale de France, Catalogue général, Le Salon du docteur (par la Mise d'Auxais Léziart de Lavillorée), Avranches, impr. J. Durand, 1890.
Op 19 juli 1894 las zij tijdens een bijeenkomst van de Société d'archéologie, littérature, sciences et arts des arrondissements d'Avranches et de Mortain haar novelle Ce qu'on voit dans les nuages voor. De tekst werd datzelfde jaar in Avranches gedrukt.Bibliothèque nationale de France, Catalogue général, notice FRBNF30041177, Ce qu'on voit dans les nuages, Avranches, impr. J. Durand, 1894.
Bibliografie Impressions d'une solitaire en Espagne, Poitiers, Oudin frères, 1878. Impressions d'une solitaire en Italie, Parijs, J. Gervais, 1879. Promenade d'une solitaire en Hollande, Avranches, J. Durand, 1887. Le Salon du docteur, Avranches, J. Durand, 1890. La Famille de Versac, Poitiers, Oudin, 1893. Ce qu'on voit dans les nuages, Avranches, J. Durand, 1894.
Bronnen
Categorie:Frans schrijver Categorie:19e-eeuws schrijver