Wet-Leburton is de gangbare benaming voor de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, een Belgische wet die de bestaande verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering (ZIV) ingrijpend reorganiseerde. De wet werd uitgewerkt onder verantwoordelijkheid van Edmond Leburton, minister van Sociale Voorzorg in de regering-Lefèvre. Zij legde de basis voor het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), splitste de verzekering voor geneeskundige verzorging organisatorisch en financieel af van de uitkeringsverzekering en ontwikkelde een institutioneel kader voor afspraken tussen verzekeringsinstellingen en zorgverleners.

De wet verscheen in het Belgisch Staatsblad van 1 en 2 november 1963, vanaf pagina 10555. Artikel 159 bepaalde als algemene datum van inwerkingtreding 1 januari 1964. De hervorming maakte een verdere uitbreiding van de verplichte verzekering mogelijk, maar voerde niet op één ogenblik een volledig uniforme verzekering voor alle inwoners in. De dekking werd gedurende de daaropvolgende jaren stapsgewijs naar bijkomende bevolkingsgroepen uitgebreid.

Voorgeschiedenis De Wet-Leburton bouwde voort op het Belgische stelsel van verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering dat na de Tweede Wereldoorlog tot stand was gekomen. Het Sociaal Pact van 1944 vormde een belangrijke basis voor de naoorlogse sociale zekerheid; vanaf 1945 bestond een verplichte ZIV voor werknemers. Het Rijksfonds voor verzekering tegen ziekte en invaliditeit fungeerde daarbij als centrale instelling.

In de jaren 1950 kwamen de financiering en organisatie van het stelsel steeds sterker ter discussie. Volgens historica Klaartje Schrijvers had de ZIV met aanzienlijke financiële problemen te kampen: de uitgaven stegen sneller dan de ontvangsten, terwijl onder de betrokken actoren onenigheid bestond over onder meer de organisatie van de ziekenfondsen, medische honoraria en controlemechanismen. Edmond Leburton, die in 1959 voorzitter van het Nationaal Verbond der Socialistische Mutualiteiten werd en vanaf 1961 minister van Sociale Voorzorg was, behoorde tot de belangrijkste politieke pleitbezorgers van een hervorming.

Bij de behandeling in de Senaat werd de hervorming onder meer voorgesteld in termen van een stevigere technische en financiële grondslag voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering en een doelmatiger stelsel. Ook het vergroten van de verzekeringsdekking behoorde tot de doelstellingen van de hervorming.

Totstandkoming Het regeringsontwerp, Kamerstuk 527/1, dateerde van 8 maart 1963. Na behandeling in de bevoegde Kamercommissie en verschillende amendementen nam de Kamer van Volksvertegenwoordigers het ontwerp op 27 juni 1963 aan. De Senaat behandelde het ontwerp in juli en keurde het op 31 juli 1963 goed. Tijdens de parlementaire behandeling bestond reeds georganiseerd verzet binnen een deel van het artsenkorps; na de goedkeuring door de Kamer vonden onder meer waarschuwingsacties plaats.

Na de parlementaire goedkeuring werd de wet op 9 augustus 1963 bekrachtigd. In het najaar van 1963 bleven onderhandelingen met artsenorganisaties over de toepassing ervan moeizaam verlopen. Een aanvullende wet werd op 19 december 1963 door het parlement aangenomen. Daardoor werd onder meer de overgangsperiode verlengd, zodat 1964 in verschillende opzichten als een overgangs- en proefperiode voor het nieuwe stelsel fungeerde.

Inhoud

Oprichting van het RIZIV De wet vormde de wettelijke basis voor het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), dat vanaf 1964 het Rijksfonds voor verzekering tegen ziekte en invaliditeit opvolgde. Het instituut kreeg een centrale rol in het beheer en de controle van de verplichte verzekering en in de betrekkingen tussen de overheid, verzekeringsinstellingen en zorgverleners.

Een belangrijke structurele wijziging was de splitsing van de ZIV in enerzijds de verzekering voor geneeskundige verzorging en anderzijds de verzekering voor uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid en invaliditeit. Beide onderdelen hadden voordien één budget en één beheerscomité.

Verzekeringsdekking De hervorming was gericht op een aanzienlijke verruiming van de dekking voor geneeskundige verzorging. Het Federaal Planbureau beschrijft als een van de doelstellingen een verbetering van de verzekeringsdekking voor praktisch de gehele bevolking. De wet zelf en de daaropvolgende uitvoeringsmaatregelen vormden daarbij onderdelen van een langer uitbreidingsproces.

Zo werden zelfstandigen in 1964 verplicht verzekerd tegen de zogenoemde grote medische risico's. In 1965 volgde een uitbreiding voor overheidspersoneel; in 1967 en 1968 werden bijkomende groepen opgenomen en in 1969 werd de dekking verder uitgebreid tot personen die nog niet langs een andere regeling beschermd waren. De kleine risico's voor zelfstandigen werden pas veel later volledig in de verplichte verzekering opgenomen, in 2008.

De Wet-Leburton kan daardoor niet zonder nadere kwalificatie worden beschouwd als het moment waarop op 1 januari 1964 onmiddellijk een uniforme verzekering voor de volledige bevolking ontstond. Zij schiep wel een institutioneel en juridisch kader waarbinnen de verzekeringsdekking verder kon worden uitgebreid.

Overeenkomsten met zorgverleners De wet voorzag tevens in een stelsel van onderhandelingen en overeenkomsten met zorgverleners. Via dit overleg konden onder meer honoraria en prijzen worden vastgelegd waarop de terugbetaling door de ziekteverzekering werd gebaseerd. Daarmee werd overleg tussen vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen en de verschillende categorieën zorgverleners een belangrijk element van de organisatie van de ziekteverzekering.

Het hervormde Belgische stelsel bleef tegelijkertijd gebaseerd op een grotendeels private zorgverlening, zelfstandige medische beroepsuitoefening, vrije keuze van arts en ziekenhuis en overwegend betaling per prestatie.

Financieel beheer De hervorming moest ook bijdragen aan een stabielere financiering. Zij voorzag in een nieuwe beheersstructuur en in financiële verantwoordelijkheid van de verzekeringsinstellingen, met als doel het begrotingsevenwicht van de verzekering beter te bewaken. De financiële problematiek was een van de centrale achtergronden van de hervorming: reeds vóór 1963 bestond brede overeenstemming dat het bestaande stelsel hervorming nodig had, hoewel overheid, ziekenfondsen en artsenorganisaties verschilden over de gewenste middelen.

Verzet van het artsenkorps De hervormingen veroorzaakten aanzienlijke tegenstand bij georganiseerde artsen. De conflicten hadden een langere voorgeschiedenis dan de Wet-Leburton zelf. Artsenorganisaties verdedigden onder meer het beroepsgeheim, de vrije artsenkeuze, therapeutische autonomie en hun invloed op de vaststelling van honoraria en medische controle. In de aanloop naar en na de goedkeuring van de wet werden de uiteenlopende artsenorganisaties sterker verenigd in hun verzet tegen onderdelen van de hervorming.

Historici Gregory Marchildon en Klaartje Schrijvers plaatsen het Belgische conflict in een bredere internationale ontwikkeling waarin georganiseerde artsen weerstand boden tegen een sterkere overheidsrol in de financiering en organisatie van de gezondheidszorg. Zij wijzen daarbij in het bijzonder op zorgen binnen het artsenkorps over professionele autonomie en de regulering van honoraria.

Artsenstaking van 1964 Op 1 april 1964 begon een landelijke artsenstaking. Tijdens de staking werd de gewone medische dienstverlening sterk beperkt, terwijl voor dringende hulp wachtdiensten waren georganiseerd. De overheid nam maatregelen om de continuïteit van de medische verzorging te verzekeren, onder meer via militaire ziekenhuizen.

Vanaf 9 april traden de rectoren van vier Belgische universiteiten als bemiddelaars op. Na verdere onderhandelingen kwam in de nacht van 17 op 18 april een wapenstilstand tot stand en beëindigden de artsenorganisaties de staking. De staking duurde daarmee achttien dagen en had volgens later historisch onderzoek blijvende gevolgen voor de verhouding tussen de overheid en de georganiseerde medische beroepsgroep.

Op 25 juni 1964 bereikten vertegenwoordigers van de regering, artsen, mutualiteiten en vakbonden het Sint-Jansakkoord. Het akkoord vormde de basis voor aanpassingen aan de toepassing en verdere uitwerking van de ziekteverzekering. Volgens de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid werden verschillende bepalingen van het oorspronkelijke stelsel daarbij afgezwakt. Het overlegmodel dat uit deze conflicten en compromissen voortkwam, bleef van belang voor de verdere institutionele ontwikkeling van de Belgische ziekteverzekering.

Verdere ontwikkeling en betekenis De Wet-Leburton geldt als een belangrijke fase in de ontwikkeling van de Belgische verplichte ziekteverzekering. Zij combineerde uitbreiding van de sociale verzekeringsdekking met behoud van kenmerkende elementen van de Belgische gezondheidszorg, waaronder onafhankelijke medische beroepsuitoefening, vrije keuze van zorgverlener en betaling per prestatie. De wet bracht daarnaast de scheiding tussen geneeskundige verzorging en uitkeringsverzekering tot stand en gaf het RIZIV zijn centrale institutionele positie.

De verzekeringsdekking werd na 1964 verder uitgebreid. Daardoor evolueerde België geleidelijk naar een stelsel waarin vrijwel de gehele bevolking door de verplichte ziekteverzekering werd gedekt. Het Federaal Planbureau beschouwt de wet van 1963 en de oprichting van het RIZIV in 1964 als een stap in een veel langere ontwikkeling van de Belgische sociale ziektekostenverzekering, die teruggaat tot de negentiende-eeuwse ziekenfondsen.

De wet van 1963 werd in de daaropvolgende decennia herhaaldelijk gewijzigd. In 1994 werden de geldende bepalingen gecoördineerd in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Die gecoördineerde wet vormt de huidige reglementaire basistekst van de federale verplichte verzekering.

Literatuur

Zie ook

Belgische artsenstaking van 1964 Sint-Jansakkoord Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Categorie:Sociale zekerheid in België Categorie:Geschiedenis van België in de 20e eeuw Categorie:Belgische wet Categorie:1963