De artsenstaking in Saskatchewan (Engels: Saskatchewan doctors’ strike) was een 23 dagen durende collectieve werkonderbreking door het merendeel van de artsen in de Canadese provincie Saskatchewan, van 1 tot en met 23 juli 1962. De staking was gericht tegen de invoering van The Saskatchewan Medical Care Insurance Act, 1961, waarmee de provinciale regering een publiek gefinancierde, universele verzekering voor artsendiensten invoerde. Het conflict eindigde met het Saskatoon Agreement van 23 juli 1962. De publieke verzekering bleef bestaan, terwijl de overeenkomst de klinische autonomie van artsen en hun vrijheid bij de wijze van betaling beschermde, met onder meer ruimte voor betaling per verrichting (fee-for-service), extra-billing en werken buiten het publieke betalingsstelsel.
De staking trok nationale en internationale aandacht en werd een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het Canadese Medicare. In 2024 wees de Canadese regering de Saskatchewan Doctors’ Strike of 1962 aan als een gebeurtenis van nationaal historisch belang; de aanwijzing werd in februari 2025 bekendgemaakt.
Achtergrond Onder premier Tommy Douglas voerde de Co-operative Commonwealth Federation (CCF) in Saskatchewan vanaf de jaren 1940 verschillende vormen van publiek gefinancierde gezondheidszorg in. De provincie beschikte vanaf 1947 over een universeel stelsel voor ziekenhuiszorg. In april 1959 kondigde Douglas tijdens een toespraak in Birch Hills aan dat zijn regering daarnaast een vooraf betaald, universeel en publiek beheerd verzekeringsstelsel voor artsendiensten wilde invoeren.
Het plan speelde een centrale rol in de provinciale verkiezingen van 1960. Na de verkiezingen stelde de regering de Advisory Planning Committee on Medical Care in, onder voorzitterschap van Walter P. Thompson. In het comité zaten vertegenwoordigers van onder meer de regering, de medische beroepsgroep, het bedrijfsleven en de vakbeweging. Binnen de commissie ontstond onenigheid over de vorm van de verzekering. De meerderheid steunde een universeel publiek stelsel, terwijl vertegenwoordigers van de medische beroepsgroep een model met door de overheid gesubsidieerde particuliere verzekeringen voorstonden.
In oktober 1961 werd The Saskatchewan Medical Care Insurance Act, 1961 in de provinciale wetgevende vergadering ingediend. De wet kreeg op 17 november 1961 koninklijke goedkeuring. Douglas was kort daarvoor leider geworden van de nieuwe federale New Democratic Party en werd als premier opgevolgd door Woodrow Lloyd. De invoering van de wet, aanvankelijk voorzien voor april 1962, werd uitgesteld tot 1 juli om verder overleg met de medische beroepsgroep mogelijk te maken.
Conflict met de medische beroepsgroep De belangrijkste georganiseerde tegenstander was het Saskatchewan College of Physicians and Surgeons (SCPS). De beroepsorganisatie verzette zich tegen een verplicht, door de overheid beheerd verzekeringsstelsel en bepleitte in plaats daarvan voortzetting van particuliere verzekeringen, met overheidssubsidies voor inwoners die de premies niet konden betalen. Artsen en hun vertegenwoordigers uitten daarnaast zorgen over professionele onafhankelijkheid, de arts-patiëntrelatie en de invloed van de overheid op de honorering.
De provinciale regering deed in de maanden vóór de staking verschillende concessies. Zij stelde onder voorwaarden voortzetting van door artsen georganiseerde particuliere plannen voor en bood mogelijkheden om buiten de rechtstreekse betalingsregeling van de overheid te blijven. Het SCPS wees die voorstellen af. Tijdens een bijeenkomst in Regina in mei 1962 waren bijna 600 van de ongeveer 900 artsen in de provincie aanwezig; vrijwel alle aanwezigen steunden een resolutie om niet onder het nieuwe stelsel te werken.
Ook buiten de beroepsgroep ontstond georganiseerde oppositie. De Keep Our Doctors-comités organiseerden petities, bijeenkomsten en demonstraties. Historicus Will Langford beschrijft deze mobilisatie als een bredere coalitie van artsen, vrouwelijke activisten en delen van het georganiseerde bedrijfsleven die zich om uiteenlopende redenen tegen Medicare en uitbreiding van de verzorgingsstaat keerden.
Staking Op 1 juli 1962 trad de wet in werking en begon de werkonderbreking. Het merendeel van de artsen legde de reguliere werkzaamheden neer. In het dossier van Parks Canada voor de nationale historische erkenning wordt een schatting aangehaald volgens welke ongeveer 90% van de artsen zijn diensten introk. Het SCPS organiseerde tegelijkertijd noodzorg in een beperkt aantal ziekenhuizen. Niet alle artsen namen aan de staking deel en een aantal hervatte het werk voordat het conflict formeel was beëindigd.
De provinciale regering en voorstanders van Medicare probeerden de beschikbaarheid van zorg op peil te houden door gemeenschapsklinieken te organiseren en artsen van buiten Saskatchewan aan te trekken. De regering rekruteerde in het bijzonder in het Verenigd Koninkrijk. Al vóór het begin van de staking was een functionaris naar Londen gestuurd om Britse artsen te werven; tijdens de staking werd die werving uitgebreid. Volgens de vergelijkende studie van Gregory Marchildon en Klaartje Schrijvers maakte de regering daarnaast noodplannen om bij een langer conflict artsen uit de Verenigde Staten in te zetten. Parks Canada vermeldt eveneens dat artsen van buiten de provincie werden ingezet, onder wie veel artsen die buiten Canada waren opgeleid.
Op 11 juli vond bij het parlementsgebouw in Regina een grote demonstratie tegen het regeringsbeleid plaats. De politie schatte de opkomst op ongeveer 4.000 personen; andere historische reconstructies noemen ongeveer 5.000 aanwezigen. Na de demonstratie begonnen meer artsen hun werkzaamheden te hervatten. De Britse arts en Labour-politicus Lord Stephen Taylor, die ervaring had met de Britse National Health Service, werd vervolgens als bemiddelaar betrokken.
Saskatoon Agreement De onderhandelingen onder bemiddeling van Taylor resulteerden op 23 juli 1962 in het Saskatoon Agreement. De overeenkomst liet het uitgangspunt van een uit belastingmiddelen gefinancierde, universele medische verzekering intact, maar legde tegelijk waarborgen vast voor de professionele en klinische autonomie van artsen. Zij behielden betaling per verrichting als belangrijk betalingsmodel en kregen verschillende mogelijkheden voor de administratieve afhandeling van hun honoraria.
Een belangrijk onderdeel van het compromis was dat artsen niet verplicht als werknemers van de overheid in het stelsel hoefden te werken. Zij konden buiten de rechtstreekse Medicare-regeling blijven en patiënten onder bepaalde voorwaarden rechtstreeks factureren of bedragen boven de publieke vergoeding in rekening brengen. Marchildon beschouwt deze elementen als bepalend voor de latere positie van Canadese artsen als grotendeels zelfstandige beroepsbeoefenaars die voornamelijk via fee-for-service werden betaald. De afspraken werden vervolgens wettelijk verwerkt in wijzigingen van de Saskatchewan Medical Care Insurance Act.
De overeenkomst wordt daarom in de historische literatuur niet alleen als een beëindiging van de staking beschreven, maar als een compromis over de institutionele vorm van Medicare: publieke en universele verzekering werd gecombineerd met een grote mate van professionele autonomie en particuliere beroepsuitoefening.
Gevolgen en betekenis De staking en het compromis in Saskatchewan kregen grote aandacht buiten de provincie. Het provinciale model werd een belangrijk referentiepunt in het nationale debat over ziektekostenverzekering. In 1964 adviseerde de federale Royal Commission on Health Services onder leiding van Emmett Hall een breed, universeel gezondheidszorgprogramma. De federale regering nam in 1966 de Medical Care Act aan, die financiële bijdragen aan provinciale medische verzekeringsstelsels mogelijk maakte. In 1971 beschikten alle provincies over een universeel medisch verzekeringsplan.
De betekenis van het Saskatoon Agreement reikte volgens latere onderzoekers verder dan Saskatchewan. De combinatie van publieke financiering, vrije artsenkeuze en een grotendeels zelfstandig georganiseerde medische beroepsgroep werd in andere provincies grotendeels overgenomen. Tegelijk bleef een deel van de in 1962 toegestane extra-billing later omstreden. In de jaren 1980 gebruikte de federale regering de Canada Health Act om provincies financieel te ontmoedigen wanneer artsen voor verzekerde diensten extra bedragen aan patiënten in rekening brachten.
In 2024 werd de artsenstaking door de Canadese regering aangewezen als een gebeurtenis van nationaal historisch belang. Parks Canada motiveert die erkenning met de rol van het conflict in de ontwikkeling van publiek gefinancierde gezondheidszorg in Canada en met de fundamentele botsing die het zichtbaar maakte tussen overheidsinterventie, professionele autonomie en toegang tot medische zorg.
Literatuur
Primaire literatuur
Secundaire literatuur
Zie ook Belgische artsenstaking van 1964
Categorie:Staking Categorie:Geschiedenis van Canada Categorie:Geschiedenis van de geneeskunde