Energy Transfer versus Greenpeace is een reeks rechtszaken tussen het Amerikaanse pijpleidingbedrijf Energy Transfer en verschillende Greenpeace-organisaties. De rechtszaken komen voort uit de protesten tegen de Dakota Access-pijpleiding in 2016 en 2017. De oorspronkelijke rechtszaak die Energy Transfer aanspande bij een Amerikaanse federale rechtbank werd in 2019 afgewezen. Een daaropvolgende zaak bij een staatsrechtbank in hetzelfde jaar leidde in 2025 tot een schadevergoeding van 667 miljoen dollar, die door een rechter datzelfde jaar werd verlaagd tot 345 miljoen dollar. Greenpeace International spande in 2025 in Nederland een tegenprocedure aan tegen Energy Transfer op grond van anti-SLAPP.

Achtergrond De rechtszaken hebben betrekking op de Dakota Access-pijpleiding, een project van 3,78 miljard dollar voor de aanleg van een pijpleiding om olie uit de Bakken-formatie te vervoeren. Het project werd aangekondigd in juni 2014 en de bouw begon in juni 2016. Tussen 2016 en 2017 vonden protesten tegen de pijpleiding plaats, georganiseerd door tegenstanders van de aanleg, waaronder het Standing Rock Sioux-reservaat.

Rechtszaken Afwijzing van de federale rechtszaak uit 2017 In 2017 klaagde Energy Transfer Greenpeace, Earth First en BankTrack aan bij een federale rechtbank in North Dakota en beschuldigde hen van racketeering en laster, omdat zij demonstranten zouden hebben betaald om de bouw te verstoren en mensen zouden hebben misleid over het project. Volgens de aanklacht had Greenpeace USA onjuiste beweringen gedaan over de kans op verontreiniging van heilige plaatsen van de Standing Rock Sioux. De zaak werd in 2019 afgewezen.

Schadevergoeding toegekend door jury in 2025 Een week na de afwijzing in 2019 spande Energy Transfer een vergelijkbare zaak aan bij een staatsrechtbank in North Dakota. In 2025 veroordeelde een jury in North Dakota Greenpeace USA en verbonden entiteiten, waaronder Greenpeace Fund en Greenpeace International, tot het betalen van 667 miljoen dollar schadevergoeding aan Energy Transfer.

Tijdens het proces werd onder meer aangevoerd dat Greenpeace financiering, materieel en logistieke steun had verstrekt aan activisten op de protestlocatie. Greenpeace werd aansprakelijk gehouden voor laster, huisvredebreuk, hinder en samenzwering, nadat de jury had geconcludeerd dat de organisatie ontwrichtende en soms gewelddadige demonstraties had ondersteund en aangemoedigd, die de bouw vertraagden en de zakelijke relaties van Energy Transfer schaadden. Greenpeace USA en Greenpeace Fund werden verantwoordelijk gehouden voor 535 miljoen dollar van de totale schadevergoeding. Greenpeace is tegen het vonnis in beroep gegaan.

Rechtszaak in Nederland in 2025 In 2025 daagde Greenpeace International Energy Transfer voor de rechtbank Amsterdam, met het verzoek de Amerikaanse rechtszaak onrechtmatig te verklaren. Dit is de eerste zaak op grond van de Europese anti-SLAPP-richtlijn uit 2024.

In 2026 vaardigde het Hooggerechtshof van North Dakota een beperkt anti-suit-bevel uit, dat verhinderde dat delen van de zaak opnieuw werden behandeld door de Amsterdamse rechtbank. In 2026 wees de rechtbank Amsterdam het verzoek van Energy Transfer om de zaak af te wijzen af, maar oordeelde tevens dat de Europese anti-SLAPP-richtlijn niet van toepassing is op de zaak omdat deze nog niet in wetgeving is omgezet, zodat de procedure wordt voortgezet op grond van het gewone aansprakelijkheidsrecht.

Categorie:Greenpeace Categorie:Rechtszaak in de Verenigde Staten Categorie:Rechtszaak in Nederland