miniatuur|De Keizersgracht uit 1946, het eerste nieuw gebouwde schip van de rederij Spliethoff, hier onder haar latere naam Lamara Spliethoff is een Nederlandse familie waarvan leden in de achttiende eeuw uit het Graafschap Mark naar Amsterdam en Rotterdam kwamen. Uit de Rotterdamse tak kwam Johan Fredrik Spliethoff, die in 1921 in Amsterdam een bevrachtingskantoor oprichtte waaruit de rederij Spliethoff voortkwam.

Geschiedenis Herkomst De naam komt vanaf de vijftiende eeuw voor in Bochum, in het graafschap Mark. Diderick Splijthoff was in 1445 en 1457 een van de twee burgemeesters van de stad. De historicus Franz Darpe rekent de Splijthofs tot de families die in de middeleeuwse oorkonden van Bochum "öfter" voorkomen. In 1451 schonken Diderich Splijthoff en zijn vrouw Telse een korenrente voor de verlichting van de kerk; in 1482 was een Diderich Splijthoff schoolmeester en in 1496 was Theodor Splijthoff vicaris. In 1460 schreef Wennemar Splithof uit Bochum zich in aan de universiteit van Rostock. Johan Splithoff, volgens zijn legaat van 1515 "gheboren van Bokum", was 38 jaar pater van het zusterhuis in het Rampendal te Lemgo.

In de zestiende en zeventiende eeuw behoorden Splithoffs tot de burgerij van Bochum. In 1520 pachtte Johann Splythoff de grote stadsaccijns, en in de zeventiende eeuw waren er bakkers, onder wie "Joh. Splithof am Markt" (1672). Volgens de inleiding op de inventaris van het familiearchief woonde in de zeventiende eeuw in Bochum een familie Splithoff, van wie in de achttiende eeuw nazaten naar Amsterdam en Rotterdam trokken.

Het Digitales Familiennamenwörterbuch Deutschlands geeft voor de naam twee mogelijke verklaringen: een naam naar een hof, samengesteld uit splijten of spleet en hof, of een beroepsnaam voor een houtklover. Het woordenboek noemt hoven met de naam Splitthoff bij Essen en bij Rees.

Amsterdam In 1751 ging Reinier Spliethoff, "van Boechem", in Amsterdam in ondertrouw met Petronella van Lingen. Hun dochters Margaretha en Petronella Geertruy trouwden met de broers Jacobus en Johannes Boelen; in het archief van de familie Boelen in het Nationaal Archief bevinden zich daardoor ook stukken over de Spliethoffs.

Jan Willem Spliethoff (1732–1802), die bij de Vereenigde Oostindische Compagnie als afkomstig uit Bochum werd ingeschreven, voer tussen 1759 en 1768 drie keer via Batavia naar China, de eerste twee keer als assistent en de laatste keer als supercarga. Deze Amsterdamse tak is in mannelijke lijn uitgestorven.

Rotterdam In 1784 ging in Rotterdam Paul Hendrik Spliethoff, geboren in het graafschap Mark, in ondertrouw met Margaretha Voerbag uit Schiedam. Volgens de inleiding op de inventaris van het familiearchief vertrok hij in 1795 naar Amerika en liet hij zijn kinderen achter. Zijn zoon Frederik Carel (1790–1866) nam in 1807 militaire dienst, diende laatst als korporaal in het Franse leger en kreeg in 1857 de Sint-Helenamedaille.

Diens zoon Johan Frederik Spliethoff (1819–1894) werkte 35 jaar als werkman bij de Rotterdamse tabakshandel Rehm & Co. Hij zat in het voorlopig comité van de vergadering van het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond in Utrecht in oktober 1871 en opende die vergadering als voorlopig voorzitter. Bij zijn begrafenis op Crooswijk in 1894 brachten werkliedenverenigingen hem met hun banieren een laatste eer; zijn werkgever Rehm sprak er over "den trouwen werkman".

De rederij Zijn kleinzoon Johan Fredrik Spliethoff (1880–1964) begon in 1896 in Rotterdam in de scheepvaart en werkte vanaf 1898 in Amsterdam, onder meer in de bevrachting van hout uit de Oostzee. In 1913 ging hij met de Rotterdamse cargadoor Nico Haas de firma Spliethoff, Haas & Co. aan, en in 1918 werd hij gedelegeerd lid van de raad van beheer van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaart-Maatschappij. In 1921 begon hij in Amsterdam de N.V. Spliethoff's Bevrachtingskantoor. Hij verzamelde schilderkunst: in 1921 werden bij Frederik Muller in Amsterdam moderne schilderijen uit de verzamelingen van Haas en Spliethoff geveild. Hij overleed in 1964 in Bussum.

Zijn zoon Herman Spliethoff (1909–1987) maakte na de Tweede Wereldoorlog van het bevrachtingskantoor een rederij. In 1946 nam de rederij de Keizersgracht in gebruik, volgens het Groninger Dagblad de eerste kustvaarder die na de bevrijding in Nederland werd afgebouwd, bestemd voor een lijndienst tussen Amsterdam en Helsinki. In 1986 was Spliethoff met 33 schepen de op een na grootste rederij van Nederland, na Nedlloyd. Herman Spliethoff was toen officieel nog president-directeur; hij overleed in 1987. In 2025 was Huib van de Grijspaarde, een achterkleinzoon van de oprichter, CEO van de Spliethoff Group.

Wapen Het familiearchief bevat een pentekening van het familiewapen met het opschrift Spliethoff 1778. Het bevat ook foto's van een wapenbord met het wapen van Spliethoff en van een naambord van regenten met de naam J.W. Spliethoff in het Luther Museum Amsterdam.

Categorie:Nederlandse familie