Jan Bartels (Antwerpen, 24 januari 1871 – aldaar, 10 februari 1951) was een Belgische diamantarbeider, en een van de oprichters en leider van de Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB). Samen met de andere leiders van de ADB, Louis Roméo en Jef Groesser stonden zij bekend als het 'Rode Trio'. Hij was ook betrokken bij de oprichting van het Wereldverbond van Diamantbewerkers (WVD) in 1905.
Jonge jaren Bartels was de zoon van een dokwerker in de Antwerpse haven. Het gezin leefde in armoede, waardoor hij al vóór zijn elfde levensjaar de school moest verlaten en een jaar lang werkte als telegrambesteller. Daarna leert hij het vak van diamantbewerker en wordt hij in 1883 leerling-slijper bij de fabriek Bovie. Al vroeg kwam hij in aanraking met het socialistische gedachtegoed via het lokaal 'De Werker' in de Diepestraat te Antwerpen.
In 1888 wordt Bartels lid van de Algemene Antwerpse Diamantbewerkersvereniging, een in 1887 opgerichte, door ondernemers geleide vereniging met zetel in de Continental aan de Gemeentestraat te Antwerpen. In 1890 behoort hij tot de medeoprichters en het bestuur van de "eerste" Antwerpse Diamantbewerkersbond (ADB).
In september van dat jaar werd, op initiatief van Bartels en de Diamantbewerkersbond van Amsterdam, een internationaal congres belegd in Charleville, Frankrijk. Dit congres ging door op 1 november en resulteerde in de beslissing om een drietalig weekblad uit te geven, Adamas, waarvan uiteindelijk drieënvijftig nummers zouden verschijnen; het eerste nummer verscheen op 29 december 1890. De deelnemende organisaties bleken echter te zwak om enige noemenswaardige betekenis te hebben, waardoor het losse verband al vrij snel uiteenviel.
De "eerste" ADB kwam echter niet van de grond. In 1892 werd de bond ontbonden en keerden de meeste leden gezamenlijk terug naar de Algemene Diamantbewerkersvereniging. Bij de daaropvolgende verkiezingen werd Bartels tot bestuurslid verkozen en bleef actief militante propaganda voeren onder de Antwerpse diamantbewerkers.
Antwerpse Diamantbewerkersbond miniatuur|Jan Bartels, Louis Romeo, Jef Groesser; het 'Rode Trio' van de Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB) Na een solidariteitsstaking met de Amsterdamse diamantbewerkers in maart 1895 kwam op 2 augustus 1895 een tweede poging tot oprichting van de ADB tot stand, met aanzienlijke steun van de reeds beter georganiseerde Nederlandse Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB). De leiding kwam in handen van het 'Rode Trio' Jan Bartels, Louis Romeo, Jef Groesser. Bartels was in het trio de tribuun en voerde het woord, Groesser was de man die met de pen werkte, en Roméo was de organisator.
Bartels nam zitting in het coördinatiecomité en werkte actief mee aan het tweewekelijkse orgaan De Diamantbewerker. Toen in 1897 een staking uitbrak voor de tien-urige werkdag, hield hij zich bezig met het dagelijks bestuur en nam hij kort daarna het voorzitterschap op zich. Deze staking eindigde met succes, maar Bartels en Jef Groesser werden veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met uitstel, wegens overtreding van artikel 310 van het Strafwetboek — waarbij iedere belemmering van de arbeid strafbaar was; de wet beschouwde het verspreiden van manifesten als een misdrijf en het uitroepen van stakingen als strafbaar. Drie maanden later hervatte Bartels zijn werk als diamantslijper.
In juni 1899 kwam hij, als vertegenwoordiger van de ADB, in botsing met de zelfstandige ambachtslieden, een geschil dat op 3 juli 1899 op niets uitliep. Tegen het einde van dat jaar raakte hij zijdelings verwikkeld in een staking van de arbeiders van de wasdoekfabriek in Berchem. Toen de stakers een stakingsbreker – een diamantpolijster – hardhandig aanpakten, diende deze een klacht in tegen Bartels en Jef Groesser. Rond diezelfde periode richtten zij samen het Werkersverbond op in Berchem. In maart 1900 moest Bartels voor de rechter verschijnen: hij werd veroordeeld tot een boete van vijftig frank, waarbij bovendien het vonnis van 1897 alsnog ten uitvoer werd gelegd. Hij zat zijn straf uit van 23 november 1901 tot 23 februari 1902.
In september 1899 stond Jan Bartels aan het hoofd van een succesvolle staking in de Volksdiamantslijperij, uitgelokt door een overtreding van het leerlingenreglement dat na de staking van 1897 was ingevoerd en dat tot doel had de aanwas van leerlingen te beperken om te voorkomen dat de lonen van de bestaande diamantbewerkers onder druk zouden komen te staan. Bartels, Groesser en Louis Roméo werden voor het Hof van Assisen te Antwerpen gedaagd vanwege de overtreding van artikel 310 van het Strafwetboek, waarbij Bartels werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Op 31 december 1903 werd een een korte onderbreking van zijn straf toegestaan, omdat zijn dochtertje op sterven lag aan difterie.
De staking van 1904 miniatuur|De viering van de vrijlating van Jan Bartels die veroordeeld was tot een gevangenisstraf vanwege een vakbondsactie, Antwerpen, 28 oktober 1904. In februari 1904 brak in Antwerpen een langdurige staking uit die tot juni zou aanhouden en bepalend was voor de machtspositie van de ADB. De directe aanleiding was de weigering van de werkgevers om een verkorting van de arbeidstijd toe te staan, evenals hun eis tot toelating van nieuwe leerlingen. Tegelijkertijd besloten diamanthandelaren en fabriekseigenaars in Amsterdam tot een uitsluiting. Het vier maanden durende conflict eindigde in een overwinning voor de Nederlandse en Belgische bonden, met de invoering van de negenurige werkdag en een akkoord over de toelating van een beperkt aantal leerlingen.
Jan Bartels keerde terug naar de gevangenis op het moment dat onder de diamantbewerkers de staking werd gestart. De leiding van de Antwerpse staking werd waargenomen door Jan van Zutphen van de ANDB, Louis Roméo, Jan Van Meerbeeck en Leo De Man, aangezien de andere voorman, Jeff Groesser, wegens overtredingen van artikel 310 nog een gevangenisstraffen moest uitzitten. Terwijl Bartels zich bij het gevang meldde, vertrok Groesser over de grens naar Roosendaal om daar de staking te ondersteunen. Halverwege april 1904, in het heetst van de staking, kwam Bartels weer vrij, wat een enorme stimulans betekende voor de stakingsbeweging. Bij de begroetings-meeting waren zo’n 6.000 mensen aanwezig en de daaropvolgende stoet met het muziekcorps van de ADB achter het banier van de bond werd gevolgd door 7.000 manifestanten.
Voor de onafhankelijke vakbond Bartels was een uitgesproken voorstander van onafhankelijke, neutrale vakbonden die alle arbeiders verenigden, ongeacht hun politieke voorkeur. In 1901 was hij medeoprichter van de Antwerpse Federatie van (onafhankelijke) Vakverenigingen, een neutrale koepel van onafhankelijke vakverenigingen. Op de vakbondscongressen van Brussel in 1906 en 1907 verdedigde hij, samen met Louis Roméo, krachtig de onafhankelijkheid van de vakbonden. Ook buiten de ADB zette Bartels zich in voor onafhankelijke bonden. In de herfst van 1904 werkte hij mee aan de dokwerkersbond Willen is kunnen. Samen met Jan Chapelle nam hij tijdelijk het voorzitterschap op zich en probeerde hij alle dokwerkers – zowel socialisten als katholieken – te verenigen in één politiek neutrale vakbond. Die poging mislukte volledig in december 1906, waarna de dokwerkers zich aansloten bij de bond die gelieerd was aan de Belgische Werkliedenpartij (BWP).
In april 1905 behoorde Jan Bartels tot de medeoprichters van de coöperatieve vennootschap Ons Huis, die een feestzaal wilde bouwen als tegenhanger van De Werker, het lokaal van de socialistische partij. Het ADB-blad De Diamantbewerker ging op in de Volkstribuun, waaraan Bartels in 1907 mee vorm gaf bij de oprichting. Dit blad werd het spreekbuis van de onafhankelijke Antwerpse vakbonden en de tegenhanger van het partijblad De Werker. De polemiek tussen beide bladen verscherpte nog toen de BWP in 1908 een socialistische diamantbewerkersbond probeerde op te richten, die de ADB concurrentie aandeed.
Hoewel veel bestuursleden lid waren van de BWP, koos de ADB onder leiding van het 'Rode Trio' (Bartels, Louis Roméo en Jef Groesser) voor een onafhankelijke positie tegenover de socialistische partij. De vraag of de bond zich al dan niet moest aansluiten bij de Syndikale Kommissie (SK) van de BWP, werkte als een splijtzwam binnen de ADB. Antwerpen telde toen twee interprofessionele vakbonden: het in december 1906 opgerichte Algemeen Arbeidssecretariaat, verbonden aan de SK en de BWP en gedomineerd door metaalarbeiders, en de Antwerpse Federatie van (onafhankelijke) Vakverenigingen, met de ADB als kern, die zich in 1907 terugtrok uit de SK. De voorstanders van aansluiting bij de SK verenigden zich in 1911 in de Algemene Belgische Diamantbewerkersbond (ABDB) en werden bekend als de "geroyeerden".
Het conflict was een remmende factor in de ontwikkeling van de socialistische arbeidersbeweging te Antwerpen. Nadat de oude leiding, het 'Rode Trio' het veld had geruimd, kwam in 1912 Louis Van Berckelaer aan het hoofd van de ADB. Onder zijn bestuur kwam het tot een fusie met de “geroyeerden”van de ABDB en sloot de ADB zich aan bij de SK. Bartels hervatte hij zijn werk als gewone diamantbewerker.
Terug bij de bond miniatuur|De huldiging Jan Bartels, 25 januari 1951. V.l.n.r. Jan van Zutphen, Jan Bartels en Camille Huysmans. Rond 1922 keerde hij terug in het Dagelijks Bestuur van de ADB, waar hij zetelde tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Bij het overlijden van Louis Van Berckelaer in 1936 kwam de opvolging in het geding tussen Bartels en Alfons Daems. Toen de leden geraadpleegd werden om tussen beiden te kiezen, vreesde men dat de oude tegenstelling tussen "politiek" en "apolitiek" opnieuw zou oplaaien. Uiteindelijk kwam er een minnelijke schikking: Alfons Daems werd voorzitter van de ADB, Bartels hoofdredacteur van het weekblad De Diamantbewerker.
In 1941, op 61-jarige leeftijd, wordt Bartels na de Duitse bezetting van België door de Duitsers als ongewenst beschouwd en uit zijn functies ontheven. In 1946 trekt hij zijn kandidatuur voor de verkiezingen van de Federale Raad in, opnieuw om de eenheid van de ADB te vrijwaren. Na de oorlog, van 20 december 1947 tot aan zijn dood, schrijft hij een kroniek over de geschiedenis van de oprichting van de ADB onder de titel "In de Algemene Diamantbewerkerscentrale van België, Uit vroeger dagen". Hij overleed op 10 februari 1951 tijdens de door de ADB georganiseerde festiviteiten naar aanleiding van zijn 80e verjaardag, bij het zingen van het bondslied.
Categorie:Belgisch vakbondsbestuurder Categorie:Algemene Diamantbewerkersbond van België-bestuurder Categorie:Belgische diamantindustrie