De stinkvezelkop (Inocybe grammata) is een schimmel uit de familie Inocybaceae. De soort werd beschreven door de Franse mycoloog Lucien Quélet. Index Fungorum vermeldt de naam als Inocybe grammata Quél., gepubliceerd in 1880 . Het oorspronkelijke materiaal was afkomstig van zandige bodem bij berk (Betula) in Frankrijk. In 1997 wees de Finse mycoloog Jukka Vauras een afbeelding uit de oorspronkelijke publicatie van Quélet aan als lectotype.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken De hoed wordt tot ongeveer 6 cm breed. Het oppervlak is aanvankelijk vrijwel glad en zijdeachtig en de kleur varieert van licht- of rozebruin tot grijsbruin. Vooral in het centrum kan een opvallende witachtige laag van het velum aanwezig zijn.
De steel is over de gehele lengte fijn berijpt en vertoont vaak een roze tint. Aan de voet bevindt zich doorgaans een duidelijke knol, die soms gerand is. De geur is karakteristiek en kan spermatisch en later zoetig-bloemig worden beschreven.
Microscopische kenmerken De sporen zijn hoekig tot zwak knobbelig en relatief klein. Ze meten ongeveer 7–9,5 × 5–6 µm. De cheilo- en pleurocystiden zijn dikwandig. Bij beschreven collecties zijn hymeniale cystiden van ongeveer 44–70 × 15–24 µm aangetroffen, met wanden die enkele micrometers dik kunnen zijn. De combinatie van de kleine hoekige sporen, de geheel berijpte steel en de knollige steelbasis is belangrijk voor de determinatie.
Ecologie De stinkvezelkop is een ectomycorrhizavormende soort die met verschillende loof- en naaldbomen kan samenleven. In Drenthe is de soort vooral gevonden bij eik (Quercus) en daarnaast bij berk (Betula), linde (Tilia), den (Pinus) en spar (Picea). De soort heeft daar een voorkeur voor relatief basenrijke bodems en wordt onder andere aangetroffen in lanen, boomsingels en parken en bij vrijstaande bomen in schrale graslanden.
In Noord-Europa is de soort bekend van de gematigde tot de arctische zone. Ook uit het oosten van Noord-Amerika is I. grammata bekend, waar de soort onder andere in associatie met naaldbomen en berk voorkomt.
Verspreiding in Nederland In Nederland geldt de stinkvezelkop als zeldzaam. De soort komt onder andere voor in het pleistocene deel van Nederland en is gebonden aan standplaatsen met bomen op doorgaans relatief basenrijke grond.
Nederlandse vondsten uit de kustduinen die vroeger als I. grammata werden gedetermineerd, kunnen betrekking hebben op de sterk gelijkende Inocybe grammatoides. De Nederlandse Mycologische Vereniging vermeldt dat de echte stinkvezelkop niet kenmerkend is voor de duinen, terwijl I. grammatoides daar bij kruipwilg (Salix repens) voorkomt. I. grammatoides onderscheidt zich volgens deze veldgids onder meer door het ontbreken van een duidelijke knol aan de steelbasis, een andere geur en gemiddeld iets langere en smallere sporen.
Categorie:Inocybaceae Categorie:Schimmelsoort