De Îles Saint-Marcouf (Sint-Marcoeneilanden) is een Franse eilandengroep die bestaat uit twee kleine onbewoonde eilanden en enkele nabijgelegen kleinere rotsformaties voor de kust van Normandië. Ze liggen in de Baie de la Seine van het Kanaal en liggen 6,5 km ten oosten van de kust van het schiereiland Cotentin bij Ravenoville en 13 km van het eiland Tatihou en de haven van Saint-Vaast-la-Hougue. De eilanden behoren sinds 1987 tot het grondgebied van de Franse gemeente Saint-Marcouf in het departement Manche.
Het circa 6 hectare grotere eiland, île du Large, ligt 500 m ten oosten van het met circa 5,5 hectare iets kleinere île de Terre. Ze hebben een totale oppervlakte van 0,12 km² en een maximale hoogte van 10 m. Op het île du Large zijn versterkingen gebouwd, en een vuurtoren uit 1948.
In de Romeinse tijd werden de twee eilanden Duolimonis genoemd. De eilanden ontlenen hun huidige naam aan Marcouf, een heilige geboren in Bayeux, van wie men zei dat hij iedereen van scrofulose kon genezen. Hij stierf op de Îles Saint-Marcouf op 1 mei 588 na Christus. Er was een monastieke aanwezigheid op de eilanden tot in de 15e eeuw.
Na een nieuwe pestepidemie die Marseille in 1720 teisterde, verhuurde Henry Le Berceur (1677-1722), markies de Fontenay, eigenaar van de Îles Saint-Marcouf, deze aan de staat voor het jaarlijkse bedrag van duizend pond, waarmee hij de koning het recht gaf om de zeelieden van Marseille te isoleren als preventieve maatregel. Aan opvang in de regio was behoefte, een geplande lazaret op het eiland Tatihou was niet voltooid.
Britse bezetting Tijdens de Eerste Coalitieoorlog bezette Koninkrijk Groot-Brittannië de eilanden bijna zeven jaar lang als een strategische vooruitgeschoven basis. In juli 1795 bezetten Britse matrozen en Royal Marines van de Western Frigate Squadron onder kapitein Sidney Smith van de HMS Diamond de eilanden. Smith zette meerdere heudes in, waaronder de HMS Badger, HMS Hawke, HMS Shark en HMS Sandfly, waarvan de laatste speciaal voor deze rol was gebouwd, om materialen en mankracht te leveren voor het versterken van de eilanden en het vestigen van een garnizoen. Royal Engineers hielpen bij de bouw van redoutes en kustbatterijen die detachementen mariniers en Royal Artillery-troepen, die de matrozen versterkten, hielpen. In december 1795 kwam de bemanning van de Shark in opstand, deels vanwege de barre omstandigheden op de eilanden, en droeg de heude over aan de Fransen.
De eilanden dienden als vooruitgeschoven basis voor de blokkade van Le Havre, als startpunt voor het onderscheppen van kustschepen en als doorgangspunt voor Franse emigranten. De Britten sloegen op 7 mei 1798 een grote aanval van Franse troepen tijdens de Tweede Coalitieoorlog af bij de Slag bij de Îles Saint-Marcouf, waarbij de verdedigers 5 verliezen leden en de Franse aanvallers 1.700. De eilanden schreven bijna marinegeschiedenis eind 1800. Op 12 september voer de Amerikaanse ingenieur Robert Fulton in opdracht van de Fransen met zijn experimentele onderzeeër Nautilus naar Growan, een kleine haven nabij de eilanden, aan de kust voor Isigny-sur-Mer bij de monding van de Vire. Zijn doel was om zijn onderzeeër te gebruiken om de kanonneerboten die de eilanden beschermden aan te vallen. Hij deed twee pogingen, maar elke keer vlogen zijn doelen voordat hij ze kon bereiken. Het steeds slechtere weer naarmate de winter naderde, verhinderde verdere pogingen. Hoewel Fulton aan zijn concept bleef werken, bedreigde hij de eilanden nooit meer.
miniatuur|links|300px| Franse controle De Britten gaven de eilanden terug aan Frankrijk in opvolging van artikel 3 van het Verdrag van Amiens uit 1802. De laatste Britse troepen verlieten de eilanden in mei 1802. Napoleon Bonaparte gaf opdracht de eilanden te versterken en de werkzaamheden begonnen in 1803. De belangrijkste verdedigingswerken bestonden uit een fort op Île du Large, met een diameter van 170 meter. De hoofdstructuur is een cirkelvormig fort met een diameter van 53 meter, met 48 schietgaten voor kanonnen op twee niveaus van elk 24 kazematten. Dit werk werd voltooid in 1812. Er zijn zeven ondergrondse kamers en een reservoir. Het fort kon 500 troepen herbergen. In 1840 werd er een vuurtoren gebouwd binnen het fort. Duitse troepen vernietigden het tijdens de Tweede Wereldoorlog. Latere bouw, tussen 1860 en 1867, voegde een kade, een kruitmagazijn en een semafoorstation toe, geheel omringd door grachten die in de rots waren uitgehouwen. Het totale complex beslaat 2,5 hectare. De kade is sindsdien verdwenen, teruggenomen door de oceaan. In 1871 werden hier 200 communards van de Parijse Commune opgesloten onder erbarmelijke omstandigheden.
Op het kleinere van de twee eilanden, het Île de Terre, dateren de vestingwerken uit de periode tussen 1849 en 1858. Ze bestaan uit een kustbatterij en een wachthuis dat plaats bood aan ongeveer 60 troepen. Geen van beide eilanden werd opnieuw aangevallen tot de 20e eeuw.
Tweede Wereldoorlog De Duitsers hadden de vesting tijdens de Tweede Wereldoorlog enige tijd gebruikt, en hadden hierbij de vuurtoren uit 1840 vernietigd en het eiland beveiligd met landmijnen. In 1944 werden de eilanden het eerste Franse gebied dat door zeegeallieerde troepen tijdens Operatie Neptune op D-Day werden ingenomen. Om 04:30 op 6 juni 1944 zwommen vier Amerikaanse soldaten, alleen gewapend met messen, aan land vanuit rubberboten voor twee personen. Toen ze hadden bevestigd dat de eilanden onbezet waren, landden 132 troepen van het 4th Squadron en 24th Squadron van de Amerikaanse 4th Cavalry Regiment op de eilanden om de toegangswegen tot Utah Beach veilig te stellen. Hoewel ze geen weerstand ondervonden, was het eiland zwaar gemijnd, wat leidde tot Amerikaanse verliezen, 19 soldaten raakten gewond of kwamen om het leven. Na de oorlog, in 1948, werd er terug een vuurtoren op de vesting gebouwd.
Natuurreservaat
De Franse regering beheert de eilanden direct, en met een status van beschermd natuurreservaat is slechts beperkte toegang tot het eiland mogelijk. Île de Terre is sinds 1967 aangewezen als natuurreservaat. Île du Large is sinds 1991 om veiligheidsredenen verboden terrein. De belangrijkste vogelsoorten zijn meeuwen en aalscholvers. In de winter zoeken tienduizenden meeuwen onderdak op de eilanden. Hoewel toegang tot de eilanden verboden is, is ankeren tussen de eilanden toegestaan.
De vestingwerken vervallen in puin. Sinds 2003 is de vereniging "Les amis de l'Île du Large Saint-Marcouf", samen met studenten van het Collège de Carentan, een campagne gestart om de autoriteiten opnieuw te overtuigen recreatieve toegang tot het Île du Large toe te staan. In 2009 kregen de Les amis toestemming om behouds- en restauratiewerken aan de vestingwerken uit te voeren die gestaag verder worden gezet. Les amis de l'Île du Large Saint-Marcouf verkreet dat de vestingswerken bij decreet van 25 januari 2017 hun status als monument historique hebben gekregen.
Werelderfgoed In 2026 tijdens de 48e sessie van het Unesco Werelderfgoedcomité werd het Île du Large erkend als werelderfgoed als onderdeel van de Landingsstranden van D-day. Het eiland is opgenomen in de bufferzone rond de deelsite van Utah Beach.
Important Bird Area De eilandengroep en het deel van de baai rondom zijn aangewezen als Important Bird Area door BirdLife International vanwege het belang voor significante populaties van de kleine mantelmeeuw. Daarnaast broeden ook andere zeevogels op de eilanden.
In fictie In verschillende detectiveromans, stripboeken of avonturenboeken speelt de actie zich af op de Îles Saint-Marcouf: Maurice-Charles Renard, L'Inconnu des îles, Parijs, Librairie des Champs-Élysées, coll. "Le Masque", 1954, Grand prix du roman d'aventures. Paul-Jacques Bonzon, Les Six Compagnons et la Bouteille à la mer, Parijs, Hachette, coll. "Bibliothèque Verte", 1979, 158 p. (). Bernard Gouley, Les Mystères de Saint Marcouf, Cheminements, coll. "Chemins Noirs", 2003 (). Stéphane Piatzszek en Stéphane Douay, Tout le monde meurt, Parijs, Casterman, coll. "Commandant Ahab" (deel 4), 2013, 55 p. (). Michel Bussi, N'oubli jamais, Parijs, Presses de la Cité, 2015, 504 p. ().
Categorie:Frans eiland in het Kanaal Categorie:Franse eilandengroep Categorie:Monument historique Categorie:Werelderfgoed in Frankrijk Categorie:Important Bird Area in Frankrijk