Het wrattig huidje (Phanericium tuberculatum, synoniem: Phanerochaete tuberculata) is een schimmel uit de orde Polyporales. De soort vormt resupinate, korstvormige vruchtlichamen op hout. In Nederlandse bronnen wordt de soort nog veelal vermeld onder de naam Phanerochaete tuberculata. Een taxonomische revisie uit 2025 plaatste de soort in het geslacht Phanericium binnen de familie Irpicaceae.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Het vruchtlichaam is uitgespreid en resupinaat, membraanachtig tot zacht-wasachtig en enkele centimeters groot. Het is ongeveer 0,1–0,3 mm dik. De rand is aangehecht en los van structuur, bijna wit tot crèmekleurig en doorgaans fijn gefranjerd. Soms zijn er korte, witachtige hyfenstrengen aanwezig. Het hymenium is volgens de moderne herbeschrijving glad en crème- tot bleek okerkleurig.

Microscopische kenmerken Het heeft een monomitisch hyfensysteem. De hyfen zijn hyalien en hoofdzakelijk zonder gespen; incidenteel komen gespen voor aan hyfen in het subiculum. De subiculaire hyfen zijn dun- tot enigszins dikwandig, liggen min of meer parallel of door elkaar geweven en zijn vaak dicht bezet met kleine kristallen. Ze meten doorgaans 3,2–7,1 µm in diameter, met uitersten van ongeveer 2,8 en 7,8 µm.

Cystiden ontbreken. De basidiën zijn lang knotsvormig en viersporig en meten doorgaans 16–36 × 5,1–7,2 µm. De basidiosporen zijn dunwandig, glad en smal ellipsoïde tot ellipsoïde. Ze meten doorgaans 5,1–7,2 × 3,2–4,4 µm, met een Q-getal van ongeveer 1,49–1,66.

Ecologie Het wrattig huidje leeft saprotroof op dood hout. Volgens de NDFF Verspreidingsatlas wordt de soort in Nederland vooral gevonden op dood hout van loofbomen en -struiken in loofbossen. Bij het taxonomische onderzoek uit 2025 werden exemplaren onderzocht die waren verzameld op onder meer populier (Populus), gewone es (Fraxinus excelsior), zomereik (Quercus robur) en niet nader bepaald hout van bedektzadigen.

Taxonomie Petter Adolf Karsten beschreef de soort in 1896 oorspronkelijk als Corticium tuberculatum. Erast Parmasto bracht haar in 1968 over naar het geslacht Phanerochaete als Phanerochaete tuberculata.

Larsson, Viner, Volobuev en Spirin erkenden in 2025 Phanericium als afzonderlijk geslacht en maakten voor deze soort de nieuwe combinatie Phanericium tuberculatum. Corticium tuberculatum is de typesoort van dit geslacht. Index Fungorum behandelt Phanericium tuberculatum als de huidige naam van de soort.

Dezelfde revisie toonde aan dat materiaal dat in Europa eerder als Phanerochaete tuberculata was gedetermineerd deels tot een andere soort behoort, Phanericium gemellum. Daardoor kunnen oudere beschrijvingen en verspreidingsgegevens van P. tuberculata gedeeltelijk op deze soort betrekking hebben.

Gelijkende soorten Phanericium gemellum lijkt sterk op het wrattig huidje. Een belangrijk microscopisch verschil is de breedte van de subiculaire hyfen. Bij P. tuberculatum zijn deze bovendien vaak sterk met kristallen bezet. In het onderzoek van Larsson et al. lag de gemiddelde breedte van de subiculaire hyfen bij P. tuberculatum boven 4,8 µm, terwijl deze bij P. gemellum beneden 4,5 µm lag. Voor een zekere determinatie van het wrattig huidje is volgens de NDFF Verspreidingsatlas microscopische controle noodzakelijk.

Verspreiding In de revisie uit 2025 werd bevestigd materiaal onderzocht uit Finland, Frankrijk, Duitsland, Rusland en Zweden. In Nederland wordt de soort onder de naam Phanerochaete tuberculata door de NDFF Verspreidingsatlas als 'zeldzaam' aangeduid. Deze zeldzaamheidsaanduiding is gebaseerd op gevalideerde Nederlandse waarnemingen uit de periode 2004–2023.

Categorie:Irpicaceae Categorie:Schimmelsoort