Louis Grabu, ook bekend als Luis Grabu en Lewis Grabu, was een 17e-eeuwse Catalaanse violist en componist. Zijn carrière speelde zich voornamelijk af in Engeland, waar hij overigens werd beschouwd als een Fransman.
Levensloop Grabu is mogelijk afkomstig uit de Catalaanse plaats Salou. Hij kwam terecht in Frankrijk, waar hij waarschijnlijk leerling was van Robert Cambert en werkte als musicus. Het is aannemelijk dat hij in Parijs kennismaakte met Catherine de Loes, met wie hij op 2 april 1665 trouwde in de katholieke kapel van het St James Palace te Londen. Hij stond toen vermeld onder de naam Lodovicus Grabeu of Shalon in Catalunnia.
Aanstelling in Londen In juni 1666 volgde hij Nicholas Lanier op als Master of the Music aan het Engelse koninklijke hof. Grabu ging voortvarend aan de slag. Hij liet eind dat jaar de violist John Banister en de andere musici van de '24 Violins' weten dat ze zich aan zijn instructies dienden te houden. Op 14 maart 1667 verving hij Banister als voorzitter van de Select Band. Banister had op dat moment namelijk last van beschuldigingen van financiële malversaties.
De benoeming van Grabu viel niet overal even goed. Banister was bijvoorbeeld woedend dat een 'Fransman' de leiding had overgenomen, terwijl Pelham Humfrey meldde dat Grabu niet kon componeren of zelfs maar een instrument kon bespelen. Toch wierp Grabu's inzet zijn vruchten af. Het niveau van het vioolorkest ging omhoog, met kwalitatief betere uitvoeringen tot gevolg. Ook Samuel Pepys moest toegeven dat de musici nu beter presteerden en hij prees het concert in Whitehall op 15 april 1668.
In 1673 raakte Grabu zijn aanstelling kwijt. Waarschijnlijk was dit het gevolg van de Test Act, waarbij katholieken niet langer aan het hof mochten werken. Hij werd opgevolgd door Nicholas Staggins.
Opvoering van de opera Ariane Grabu ging zich voortaan richten op muziekuitvoeringen in de Londense theaters. Zo raakte hij betrokken bij de opvoering van de Franse opera Ariane, ou Le mariage de Bacchus van librettist Pierre Perrin en componist Robert Cambert. Die laatste was in 1673 naar Londen geëmigreerd omdat het muziekleven in Parijs volledig werd gedomineerd door Jean-Baptiste Lully. De opera Ariane dateerde al uit 1659, maar was nog nooit opgevoerd. Nu werd de opera, in aangepaste vorm, het openingsstuk van de nieuw opgerichte Royal Academy of Musick, een operagezelschap bestaande uit Franse musici. De eerste uitvoering vond plaats op 30 maart 1674. Het succes was echter gering en er kwam al snel een einde aan de voorstellingen.
Het is niet echt duidelijk wat Grabu's betrokkenheid bij Ariane precies inhield. Hij was in ieder geval verbonden aan de uitvoering zelf. Verder stond hij als componist vermeld op het libretto, ondanks dat de muziek oorspronkelijk door Cambert was geschreven. Grabu zal naar alle waarschijnlijkheid in ieder geval de nieuwe proloog hebben gecomponeerd; daarnaast is hij mogelijk ook verantwoordelijk voor de diverse uitbreidingen op het origineel van Perrin en Cambert.
Het avontuur met het Londense operagezelschap was mislukt en Grabu viel terug in armoede. In 1677 verzocht hij de koning om de uitbetaling van achterstallig loon, wat hem nog 627 pond opleverde. In 1678 schreef hij nog wel de muziek voor drie toneelstukken.
Vertrek naar Frankrijk Op 31 maart 1679 kreeg Grabu een paspoort voor hemzelf, zijn vrouw en hun drie kleine kinderen, zodat ze naar Frankrijk konden reizen. Dit viel in de periode dat de zogenaamde Paapse samenzwering de Engelse samenleving in zijn greep had. Als katholiek kon Grabu beter vertrekken.
Het is onbekend wat Grabu voor werkzaamheden deed toen hij weer in Frankrijk terug was. Zijn eerste levensteken dateert pas van april 1683, toen hij een onsuccesvolle poging deed om een aanstelling te krijgen bij de Franse koninklijke kapel.
Tweede periode in Londen In de herfst van 1683 had Grabu meer geluk: hij werd door de Engelse impresario Thomas Betterton aangenomen om in Engeland een opera in Franse stijl te verzorgen. Dit was overigens op verzoek van koning Karel II, die graag zo'n opera wilde. Op een libretto van John Dryden schreef Grabu de muziek voor de allegorische opera Albion and Albanius. Op 29 mei 1684 en nogmaals in december vond een proefvoorstelling plaats voor de koning. Toen de koning echter onverwachts overleed op 6 februari 1685, zorgde dit voor een vertraging in de verdere uitvoering. Uiteindelijk vond op 3 juni 1685 de première plaats in het verbouwde theater van Dorset Garden, met hoge toegangsprijzen. Het kwam uiteindelijk niet verder dan zes opvoeringen, omdat de Monmouth-opstand roet in het eten gooide en het theater noodgedwongen dicht moest.
De opera kreeg geen tweede kans. Het hoge kostenplaatje van de productie kan een reden zijn geweest, maar ook de weerzin tegen de Stuarts na de Glorious Revolution van 1688 zal een rol hebben gespeeld: Albion and Albanius verheerlijkte immers de Stuarts veel te veel. De muziek van Albion and Albanius zou in 1687 nog wel in druk verschijnen en geïnteresseerden konden zich inschrijven voor een exemplaar. De luxueus uitgevoerde publicatie leek sterk op de mooie uitgaven van Lully's opera's, maar commercieel gezien lijkt de uitgave Grabu weinig te hebben opgeleverd.
Na het weinig succesvolle operaproject bleef Grabu actief als componist voor het Engelse theater. Zo schreef hij suites voor The Maid's Tragedy, The Double Marriage en Oedipus.
Vertrek uit Engeland Op 17 november 1694 gaf Grabu een concert waarbij zijn composities werden opgevoerd. Dit was waarschijnlijk een benefietconcert om geld in te zamelen voor zijn geplande vertrek uit Engeland. Grabu kreeg op 4 december een paspoort waarmee hij met zijn vrouw en twee kinderen naar Holland of Vlaanderen kon reizen.
Hierna is niets meer van hem vernomen.
Betekenis Grabu was afkomstig uit Catalonië, maar werd in Engeland beschouwd als een Fransman en een vertegenwoordiger van de Franse cultuur. Hij bleek een goed orkestleider die het niveau omhoog wist te brengen. Waarschijnlijk maakte hij gebruik van de technieken die hij in Parijs had opgepikt van orkestleider Lully. In ieder geval had Grabu een belangrijke invloed op de Engelse muziek en uitvoeringspraktijk.
Als componist is Grabu in de vergetelheid geraakt. Zijn muziek wordt vaak als zwak beschouwd, zeker in vergelijking met de composities van Henry Purcell en Matthew Locke. Hij componeerde in een traditie waarbij meer de nadruk viel op een elegante melodie en minder op bijvoorbeeld dissonantie, waardoor de muziek vlak overkomt. Grabu was een echte vertegenwoordiger van de Franse muziekstijl die sterk verbonden was met de componist Lully. Zo is de Franse invloed duidelijk merkbaar in Albion and Albanius, met doorgecomponeerde muziek, Franse dansen en op Lully gebaseerde recitatieven. Het waren ook die recitatieven die Grabu een slechte naam bezorgden als componist: ze bleken geschikter voor de Franse dan de Engelse taal.
Toch had zijn muziek wel enige invloed. Zo zou componist Henry Purcell zich bij het schrijven van opera's als Dioclesian hebben laten inspireren door Albion and Albanius. Purcell liet bovendien de muziek van Dioclesian in 1691 in druk verschijnen, waarbij de fysieke overeenkomsten met Grabu's uitgave van 1687 opmerkelijk zijn.
Werken Hieronder volgt een selectie van Grabu's composities:
Ariane, ou Le mariage de Bacchus (1674), bijdragen aan de opera van Perrin en Cambert One night when all the village slept (1678), bijdrage aan het toneelstuk Mithridates, King of Pontus Si tu scavois jeune bergere (1684), Franstalige pastorale Albion and Albianius (1685), muziek bij het toneelstuk van Dryden All loyal hearts take off your brimmers (1684), lied A Collection of Several Simphonies and Airs for Violins, Flutes and Hoe-boys (1688) Diverse suites bij toneelstukken
Categorie:Brits componist Categorie:Catalaans componist Categorie:Frans componist Categorie:Violist