Het glad schorsvlekje (Arthonia patellulata) is een korstmos uit de familie Arthoniaceae. Het is een klein, korstvormig korstmos dat op gladde boomschors groeit. De soort werd in 1853 beschreven door de Finse lichenoloog William Nylander.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Het thallus is korstvormig, zeer dun en glad tot fijn gerimpeld. Het is wit, grijswit tot soms enigszins geelachtig. Een duidelijk prothallus ontbreekt.

De apotheciën zijn rond, zwart en zittend en hebben een diameter van ongeveer 0,2–0,7 mm. De schijf is vlak tot licht bol, onberijpt en heeft geen duidelijke eigen rand.

Microscopische kenmerken Het hymenium is ongeveer 35–60 µm hoog en kleurloos tot geelgroen. Met jodium kleurt het roodachtig; na voorbehandeling met KOH gevolgd door jodium (K/I) treedt een blauwe reactie op. Het hypothecium is donkerbruin tot zwart.

De asci zijn achtsporig en meten ongeveer 26–35 × 10–15 µm. De ascosporen zijn kleurloos, omgekeerd eivormig en eenmaal gesepteerd. De twee cellen zijn ongelijk van vorm; één cel is breder en min of meer rond, terwijl de andere smaller en meer toegespitst is. De sporen meten 9–15 × 3–5 µm.

De fotobiont is een chlorococcoïde groenalg. De gebruikelijke kleurreacties zijn K−, C−, KC− en P−; ook onder ultraviolet licht treedt geen karakteristieke reactie op. Er zijn geen specifieke korstmosstoffen bekend.

Ecologie Glad schorsvlekje groeit op gladde schors van bomen. In Noord- en Midden-Europa wordt de soort vooral vermeld van ratelpopulier (Populus tremula). In Schotland is hij onder meer aangetroffen op gladde takken van ratelpopulier, vaak samen met Myriolecis populicola. De soort wordt beschouwd als een pioniersoort van koele gematigde tot boreaal-montane gebieden.

Verspreiding Arthonia patellulata heeft een ruime verspreiding op het noordelijk halfrond en is bekend uit zowel Europa als Noord-Amerika. De soort wordt in de literatuur als waarschijnlijk circumpolair beschouwd. In de Alpen zijn slechts verspreide vindplaatsen bekend.

In Nederland is het glad schorsvlekje al voor 1900 verdwenen. De soort is alleen bekend uit oud herbariummateriaal. De NDFF Verspreidingsatlas classificeert hem daarom als verdwenen uit Nederland.

Taxonomie Tot de synoniemen behoren Allarthonia patellulata, Arthonia betuleti en Coniangium krempelhuberi. Moleculair-taxonomisch onderzoek wijst erop dat Arthonia patellulata mogelijk tot de zogenoemde Bryostigma-clade behoort, maar de soort wordt in recente korstmosoverzichten nog onder de naam Arthonia patellulata behandeld.

Categorie:Arthoniaceae Categorie:Korstmossoort