Norellraptor is een geslacht van vleesetende theropode dinosauriërs, behorende tot de Maniraptora, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China. De enige benoemde soort is Norellraptor barsboldi.
Vondst en naamgeving Een anonieme boer vond bij het dorp Lamadong in Liaoning het skelet van een kleine theropode. In 2023 werd het afgestaan aan de Hebei GEO University. Het werd geprepapeerd, histologisch onderzocht en gescand door de Chinese Academy of Geological Sciences. Daarbij bleek dat het fossiel niet vervalst was, maar wel een nog onbekende soort vertegenwoordigde.
In 2026 werd de typesoort Norellraptor barsboldi benoemd en beschreven door Wang Xuri, Ji Yannan, Andrea Cau, Martin Kundrát, Liu Yichuan, Wang Yang en Ji Qiang. De soortnaam eert twee beroemde paleontologen die in 2025 overleden. De geslachtsnaam verbindt een verwijzing naar Mark Allen Norell met het Latijn raptor, "rover". De soortaanduiding eert de Mongoolse onderzoeker Barsbold. De Life Science Identifiers zijn 3BE0E85F-F461-4EFA-A0A1-99066B888FE0 voor het geslacht en 7B8F23DC-7118-4BFA-9D86-68EA4B07E15D voor de soort.
Het holotype, 130108-MHGU-F4281, is gevonden in een laag van de Jiofutangformatie die dateert uit het Barremien-Aptien. Het bestaat uit een vrijwel volledig skelet met schedel, platgedrukt op een enkele plaat. Delen van het verenkleed zijn bewaard gebleven. Het betreft afgaande op de groeiringen om een jongvolwassen individu van minstens drie jaar oud.
Beschrijving Grootte en onderscheidende kenmerken Het holotype heeft een lengte van zevenenvijftig centimeter.
De beschrijvers stelden verschillende onderscheidende kenmerken vast. Drie ervan zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. De fenestra promaxillaris is groot, het volle voorste derde deel van de uitholling rond de fenestra antorbitalis beslaand. De beenzuil van de pila promaxillaris is smaller dan de pila interfenestralis en beide hebben minder dan de helft van de diameter van de fenestra maxillaris. Het schaambeen is licht naar achter en beneden gekromd met een kleine voet waarvan het achterste uitsteeksel korter is dan de diameter van de schacht van het schaambeen.
Daarnaast is er een unieke combinatie van op zich niet unieke kenmerken. Het gedeelte van de praemaxilla dat voor het neusgat uitsteekt is half zo hoog als het stuk onder het neusgat. De lange as van de fenestra promaxillaris is onder een hoek van 35° schuin naar boven en achteren gericht. De dentaire tanden zijn aan de basis ingesnoerd. Het halvemaanvormig carpale overkapt het tweede middenhandsbeen maar nauwelijks. Het tweede middenvoetsbeen is ongeveer even breed aan de onderzijde als het derde. De voorste maxillaire tanden zijn relatief groot. De eerste dentaire tanden hellen niet naar voren. De ellepijp heeft een gezwollen onderste uiteinde. De middenvoet is arctometatarsaal, dus met een toegeknepen derde middenvoetsbeen. De middenvoet heeft een opvallende spoor aan de bovenste buitenkant.
Verenkleed Het verenkleed is slecht bewaard. Op veel plaatsen ontbreekt het en waar het nog wel aanwezig is, laat de slechte kwaliteit niet toe veel detail waar te nemen.
Literatuur