Joseph Marie 'Jef' Groesser (Antwerpen, 6 juni 1864 – Hoboken, 17 november 1945) was een Belgische vakbondsleider en een van de oprichters van de Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB). Samen met de andere leiders van de ADB, Louis Roméo en Jan Bartels stonden zij bekend al het 'Rode Trio'. Hij was ook betrokken bij de oprichting van het Wereldverbond van Diamantbewerkers (WVD) in 1905.

De eerste jaren Jef Groeser was een zoon van de Antwerpse kleermaker en volksdichter Rik Groesser (1830-1905). Al voor de oprichting van de ADB was Groesser actief in de vakbondstrijd van diamantbewerkers. Hij sloot zich aan bij Algemene Antwerpse Diamantbewerkersvereniging, een in 1887 opgerichte, door ondernemers geleide vereniging met zetel in de Continental aan de Gemeentestraat te Antwerpen. In 1889 behoort hij tot de medeoprichters en vormde de leiding van de "eerste" Antwerpse Diamantbewerkersbond (1889-1890). De "eerste" ADB kwam echter niet van de grond. In 1892 werd de bond ontbonden en keerden de meeste leden terug naar de Algemene Diamantbewerkersvereniging.

In novemer 1890 werd, op initiatief van Groesser en de Diamantbewerkersbond van Amsterdam, een internationaal congres belegd in Charleville, Frankrijk. Dit congres besloot om een drietalig weekblad uit te geven, Adamas (de Ontembare), waarvan uiteindelijk drieënvijftig nummers zouden verschijnen; het eerste nummer verscheen op 29 december 1890. Groesser was de uitgever en redacteur. De deelnemende organisaties bleken echter te zwak om enige noemenswaardige betekenis te hebben, waardoor het losse verband al vrij snel uiteenviel.

Groesser onderkende al vroeg dat de ongereguleerde toevloed van diamantbewerkers in het vak een bedreiging vormde voor de arbeidsomstandigheden en pleitte de beperking van leerlingen om de werkgelegenheid van de bestaande diamantbewerkers te behouden en de constante druk op de lonen in de conjunctuur gevoelige industrie van een luxe product als diamant tegen te gaan.

Antwerpse Diamantbewerkersbond miniatuur|Jan Bartels, Louis Romeo, Jef Groesser; het 'Rode Trio' van de Algemene Diamantbewerkersbond van België (ADB) Na een solidariteitsstaking met de Amsterdamse diamantbewerkers in maart 1895 kwam op 2 augustus 1895 een tweede poging tot oprichting van de ADB tot stand, met aanzienlijke steun van de reeds beter georganiseerde Nederlandse Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB). De leiding kwam in handen van het 'Rode Trio' Jan Bartels, Louis Romeo, Jef Groesser. Groesser was in het trio de man die met de pen werkte, Bartels was de tribuun en voerde het woord, en Roméo was de organisator. Groesser werd hoofdredacteur van het bondsblad "De Diamantbewerker".

Hij nam aktief deel aan de stakingen van de bond, en kwam zo in aanraking met justitie wegens overtreding van artikel 310 van het Strafwetboek – waarbij iedere belemmering van de arbeid strafbaar was; de wet beschouwde het verspreiden van manifesten als een misdrijf en het uitroepen van stakingen als strafbaar. Zo werd hij in 1897, na een succesvolle staking voor de tien-urige werkdag, samen met Bartels veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Eind 1899 raakte hij verwikkeld in een staking van de arbeiders van de wasdoekfabriek in Berchem. Toen de stakers een stakingsbreker – een diamantpolijster – hardhandig aanpakten, diende deze een klacht in tegen Bartels en Jef Groesser. Rond diezelfde periode richtten zij samen het Werkersverbond op in Berchem.

In september 1899 volgde een succesvolle staking in de Volksdiamantslijperij, uitgelokt door een overtreding van het leerlingenreglement dat na de staking van 1897 was ingevoerd en dat tot doel had de aanwas van leerlingen te beperken om te voorkomen dat de lonen van de bestaande diamantbewerkers onder druk zouden komen te staan. Bartels, Groesser en Louis Roméo werden voor het Hof van Assisen te Antwerpen gedaagd vanwege de overtreding van artikel 310 van het Strafwetboek, waarbij Groesser werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.

De staking van 1904 miniatuur|Jef Groesser, Louis Roméo (van de ADB) en Jan van Zutphen (ANDB) in overleg tijdens de staking voor de negenurige werkdag in 1904. In februari 1904 brak in Antwerpen een langdurige staking uit die tot juni zou aanhouden en bepalend was voor de machtspositie van de ADB. De directe aanleiding was de weigering van de werkgevers om een verkorting van de arbeidstijd toe te staan, evenals hun eis tot toelating van nieuwe leerlingen. Tegelijkertijd besloten diamanthandelaren en fabriekseigenaars in Amsterdam tot een uitsluiting. Het vier maanden durende conflict eindigde in een overwinning voor de Nederlandse en Belgische bonden, met de invoering van de negen-urige werkdag en een akkoord over de toelating van een beperkt aantal leerlingen.

De leiding van de Antwerpse staking werd waargenomen door Jan van Zutphen van de ANDB, Louis Roméo, Jan Van Meerbeeck en Leo De Man, aangezien Groesser en Bartels, wegens overtredingen van artikel 310 nog een gevangenisstraffen moest uitzitten. Terwijl Bartels zich bij het gevang meldde, vertrok Groesser over de grens naar Roosendaal om daar de staking te ondersteunen. Na afloop van de staking zat Groesser alsnog zijn straf uit en kwam in oktober 1904 weer vrij.

De gezamenlijke strijd van de Belgische en Nederlandse diamantbewerkersbonden onderstreepte de noodzaak voor internationale samenwerking en na jaren van voorbereiding werd in mei 1905 het Wereldverbond van Diamantbewerkers (WVD) opgericht. Henri Polak van de ANDB werd de voorzitter en de ervaren Groesser internationaal secretaris.

Scheuring in de ADB en de zaak Groesser miniatuur|Jef Groesser bij het verlaten van de gevangenis op 29 oktober 1904 Hoewel veel bestuursleden lid waren van de Belgische Werkliedenpartij (BWP), koos de ADB onder leiding van het 'Rode Trio' (Bartels, Roméo en Groesser) voor een onafhankelijke positie tegenover de socialistische partij. De vraag of de bond zich al dan niet moest aansluiten bij de Syndikale Kommissie (SK) van de BWP, werkte als een splijtzwam binnen de ADB. Antwerpen telde toen twee interprofessionele vakbonden: het in december 1906 opgerichte Algemeen Arbeidssecretariaat, verbonden aan de SK en de BWP en gedomineerd door metaalarbeiders, en de Antwerpse Federatie van (onafhankelijke) Vakverenigingen, met de ADB als kern, die zich in 1907 terugtrok uit de SK.

In 1907 behoorde Groesser tot de medeoprichters van de Volkstribuun, een socialistisch dagblad dat de spreekbuis werd de Antwerpse Federatie als tegenhanger BWP partijblad De Werker. Het ADB-blad De Diamantbewerker ging op in de Volkstribuun. De polemiek tussen beide bladen verscherpte verder toen de BWP in 1908 een socialistische diamantbewerkersbond probeerde op te richten, die de ADB concurrentie aandeed. Over en weer werd flink met modder gegooid naar de tegenstander. Groesser werd beschuldigd van financiële malversaties bij de ADB en dat hij een aandeel zou hebben in een diamantslijperij van zijn broers die onderkruipers aan het werk zette.

In september 1910 besloten het dagelijks bestuur en de bondsraad van de ADB, waaruit de oppositie zich intussen had teruggetrokken, ongeveer tweehonderd leden te royeren. Namens hen was een brochure verschenen onder de titel De waarheid in de zaak Groesser. Daarin werd Groesser beticht van zaken waarvan de bondsraad en de algemene ledenvergadering hem, nadat zij hem gehoord hadden, al hadden vrijgesproken. Hij trad af maar een nader onderzoek van de ADB pleitte hem weer vrij van de beschuldigingen.Rapport der commissie van onderzoek naar de beschuldigingen, vervat in eene brochure, getiteld: "De financieele toestand in den ADB" door A. de Prince, voorheen bediende ten bureele van den Antwerpschen Diamantbewerkersbond, verschenen in de maand september 1912 De voorstanders van aansluiting bij de SK verenigden zich in 1911 in de Algemene Belgische Diamantbewerkersbond (ABDB) en werden bekend als de "geroyeerden".

Het conflict was een remmende factor in de ontwikkeling van de socialistische arbeidersbeweging te Antwerpen. Na jarenlange bemiddeling door de Nederlander Jan van Zutphen en de BWP voorman Camille Huysmans kon de ruzie worden bijgelegd. Nadat de oude leiding, het 'Rode Trio' het veld had geruimd, kwam in 1912 Louis Van Berckelaer aan het hoofd van de ADB. Onder zijn bestuur kwam het tot een fusie met de “geroyeerden” van de ABDB en sloot de ADB zich aan bij de SK.

Sarov en BTB In 1929 werd Groesser de eerste secretaris van de net opgerichte Socialistische Arbeiders Radio-Omroep voor Vlaanderen (SAROV). Onder de eerste leden van SAROV waren veel diamantbewerkers omdat zij, dankzij hun relatief goed loon, zich een radiotoestel konden veroorloven. In 1930 werd hij redacteur bij de "De Transportarbeider", het orgaan van de Belgische Transportarbeidersbond (BTB), tot aan zijn pensioen in 1937.

Toen Antwerpen en het havencomplex bij Hoboken zo’n vijf weken na de bevrijding van de Duitse bezetter tussen oktober 1944 en maart 1945 onder vuur kwam van Duitse V1 en V2-raketten om de voor de geallieerden belangrijk aanvoerhaven te vernietigen, moest het gezin in diepe armoede onderduiken in een vochtige kelder. Duizenden Antwerpenaren, waaronder Groesser en zijn echtgenote, probeerden te voet naar Frankrijk te ontkomen aan het Duitse geweld en werden beschoten door Duitse jachtvliegtuigen. Aangekomen bij Calais werden zij niet toegelaten en Groessers echtgenote bezweek ter plaatse aan de weg. Groesser was gebroken en overleed niet lang daarna op 17 november 1945 aan een beroerte.

Categorie:Belgisch vakbondsbestuurder Categorie:Algemene Diamantbewerkersbond van België-bestuurder Categorie:Belgische diamantindustrie