De Reina Prinsen Geerligsprijs was een jaarlijks toe te kennen literaire prijs. De prijs werd ingesteld in 1946 door de ouders van de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen schrijfster Reina Prinsen Geerligs (1922-1943), om de herinnering aan haar levend te houden met de spaarsom die zij aanvankelijk voor haar studiegeld hadden bestemd. De prijs werd uitgereikt aan jonge letterkundigen van 20-25 jaar oud. De prijs is onder anderen uitgereikt aan Harry Mulisch, Gerard Reve, J. Bernlef, Remco Campert en Leon de Winter. In 1979 is hij voor de laatste maal toegekend.

Gelauwerden voor deze prijs:

1979 - Leon de Winter voor De (ver)wording van de jongere Dürer 1978 - niet uitgeschreven 1977 - niet toegekend 1976 - Jotie T'Hooft voor Junkieverdriet 1976 - Oek de Jong voor De handen van Moeskops 1975 - niet toegekend 1974 - niet toegekend 1973 - Frans Kusters voor Jouw goedheid 1972 - Willem Jan Otten voor Een zwaluw vol zaagsel 1971 - niet toegekend 1970 - Arie van den Berg voor Mijn broertje kende nog geen kroos 1969 - niet toegekend 1968 - Hans Vlek voor Een warm hemd voor de Winter 1967 - Eddy van Vliet voor Duel 1966 - niet uitgeschreven 1965 - Henk van Kerkwijk voor Geweer met terugslag 1964 - Kees Holierhoek voor Slow -quick -quick -slow 1963 - niet toegekend 1962 - Steven Membrecht voor Het einde komt vanzelf 1961 - Peter van Gestel voor Drempelvrees (Vier verhalen) 1960 - A.P. van Hoek voor Duitsland nu 1959 - J. Bernlef voor Kokkels 1958 - niet toegekend 1957 - niet toegekend 1956 - Winny Pendèl voor Ik ga weg tot ziens 1955 - W.G. Klooster voor Zonder het genadige einde 1954 - Henk Romijn Meijer voor Consternatie 1953 - Remco Campert voor Berchtesgaden 1953 - Ellen Warmond voor Proeftuin 1952 - Kees Stempels voor De glazen bol 1951 - Harry Mulisch voor archibald strohalm 1950 - Jan Blokker voor Séjour 1949 - Willem Wittkampf voor Het kanon 1948 - Mies Bouhuys voor Ariadne op Naxos 1947 - Gerard Kornelis van het Reve voor De avonden

thumb|Ina Rousseau (1953) Naast de Reina Prinsen Geerligsprijs voor Nederlandse literatuur is de prijs ook zeven keer uitgereikt aan schrijvers van Zuid-Afrikaanse literatuur:

1976 – Antjie Krog 1971 – Fanie Olivier 1968 - Breyten Breytenbach voor Die huis van die dowe 1965 - André Brink voor Lobola vir die lewe & Die ambassadeur 1962 - Abraham H. de Vries voor Hoog teen die heuningkrans & Verlore Erwe & Vetkers en neonlig 1956 - Peter Blum voor Steenbok tot Poolsee 1953 - Ina Rousseau

Categorie:Nederlandse literatuurprijs