miniatuur|Ilias VIII, 245-253 in de Ilias Ambrosiana (rond 500) De Ilias (Oudgrieks: ) is een vroeg-Grieks epos dat toegeschreven wordt aan de dichter Homeros, hoewel geleerden het erover eens zijn dat deze vorm van poëzie waarschijnlijk eerst mondeling overgedragen werd en pas later op schrift gesteld. De titel is ontleend aan Ilios of Ilion (), de oude, Griekse naam voor Troje, een stad gesitueerd in Klein-Azië aan de noordwestkust van Anatolië.Unesco

Achtergrond De Ilias vertelt over de wrok van Achilles en beschrijft slechts een korte episode aan het einde van de Trojaanse Oorlog, die volgens de overlevering tien jaar geduurd heeft. Uiteindelijk nemen de Grieken de stad Troje in met behulp van het Paard van Troje. Hierover vertelt de Ilias niets, wel de Odyssee.

De Ilias is onderverdeeld in 24 boeken die genummerd zijn volgens de letters van het Griekse alfabet van Alfa tot Omega (hoofdletters). Elk boek bestaat uit gemiddeld 800 verzen. De taal is Ionisch en onderscheidt zich van het latere Attisch in zowel woordenschat als in morfologie. Homeros gebruikte veel uitgebreide, tot de verbeelding sprekende vergelijkingen (later de Homerische vergelijking genoemd). Het gaat in oorsprong om een orale traditie.

Het is geschreven in dactylische hexameters en het begint met de woorden:

Er is een tweede epos dat op de Ilias volgt en ook aan Homeros wordt toegeschreven: de Odyssee. Dit verhaalt de tienjarige zwerftocht van de Griekse held Odysseus, in zijn poging om na de verwoesting van Troje naar huis terug te keren. Omdat de god van de zee Poseidon wrok tegen hem koestert, wil dat maar niet lukken en vaart Odysseus tien jaar rond, waarin hij allerlei obstakels tegenkomt, vooraleer hij zijn thuiseiland Ithaka kan bereiken.

Thema Het voornaamste thema van het boek is de 'wrok van Achilles'. Deze heeft namelijk een meisje, Briseïs, als krijgsbuit verworven. Agamemnon gebood echter dat hij afstand van haar moest doen, omdat deze zijn eigen oorlogsbuit, Chryseïs, heeft moeten opgeven om de pesterijen van Apollo te doen ophouden. Achilles is daarna zo woedend, dat hij zich afzondert en weigert nog verder mee te strijden in de oorlog. Achilles blijft gedurende het grootste deel van het boek buiten beeld, terwijl de gevechten verdergaan en de Grieken in een benarde situatie terechtkomen. Pas naar het einde toe, nadat Achilles verneemt dat zijn vriend (mogelijk geliefde) Patroklos is gedood door de Trojaan Hektor en hij daardoor zwaar aangegrepen wordt, is hij weer vastberaden zich opnieuw in de oorlog te mengen en te vechten om wraak te nemen op Hektor voor de dood van zijn vriend. Hierdoor werden de Grieken weer de bovenliggende partij.

De eindoverwinning wordt zelf niet beschreven, maar door de voorspellingen van goden en strijders is bekend wat het lot is van alle protagonisten in het verhaal. Het boek eindigt wanneer Achilles zijn wraak heeft volbracht met Hektors dood.

Hoofdrolspelers (mensen en goden) Griekse kamp Mensen Achilles, zoon van zeenimf Thetis en de Thessalische koning Peleus Patroklos, strijdmakker, geliefde van Achilles Menelaos, Griekse vorst van Sparta, wiens vrouw Helena door de Trojaan Paris met hulp van de godin Aphrodite geschaakt werd, hetgeen de aanleiding voor de oorlog is geweest Agamemnon, Griekse vorst van Mycene, broer van Menelaos en aanvoerder van de Grieken Odysseus, Griekse vorst van Ithaka, die tegen zijn wil ten strijde is getrokken, volgens het boek de sluwste van hen (bedacht later de list met het paard) - Het boek de Odyssee van Homeros vertelt over zijn 10-jarige zwerftocht na de Trojaanse Oorlog Ajax, Griekse vorst, zeer heldhaftig, zoon van Telamon, ook wel de Grote Ajax genoemd, niet verwarren met de Kleine Ajax, zoon van Oileus Nestor, Griekse vorst, de oudste van allemaal Diomedes, Griekse vorst Kalchas, ziener van de Grieken

Goden Zeus, oppergod, god van de donder en bliksem Thetis, zeegodin en moeder van Achilles Pallas Athena, dochter van Zeus en godin van de wijsheid, beschermer van o.a. Odysseus Hera, vrouw van Zeus, steunt de Grieken samen met Athena uit wrok tegen Paris, die Aphrodite tot mooiste godin heeft uitgeroepen Hephaestus, god van vuur, smederijen en handwerk, die Achilles' nieuwe wapenrusting maakte Poseidon, god van de zee

Trojaanse kamp Mensen Hektor, de belangrijkste Trojaanse held Priamos, vader van Hektor en heerser over Troje Andromache, vrouw van Hektor Paris, zoon van Priamos, die de aanleiding is tot de strijd door Helena te schaken. Aeneas, strijder voor Troje, die de overlevenden mee zou voeren en wiens nageslacht Rome zou stichten (zie de Aeneis) Astyanax, de zoon van Hektor en Andromache. Sarpedon, zoon van Zeus, die de list van Patroklos en Achilles doorheeft Pandaros, degene die het vredesverdrag verbrak door een pijl op Menelaos af te schieten Goden Zeus, oppergod, god van de donder en bliksem Aphrodite, godin van de liefde Ares, god van de oorlog, tegenstrever van Pallas Athene Apollo, lichtgod en beschermgod van Troje

Alleen de voor het verhaal belangrijkste goden zijn vermeld en aan welke kant zij streden. Aan wiens kant Zeus nu werkelijk streed is niet duidelijk, want in de Ilias zelf stond hij aan de kant van de Trojanen. Aan welke kant hij stond over de gehele oorlog zelf kan niet uit de Ilias worden afgeleid.

Onderverdeling in boeken Deze is pas later ontstaan en niet onomstreden. Hieronder volgt een aanduiding van de inhoud. Pest, twist, en wrok De proef - Opsomming van de strijdkrachten Het tweegevecht tussen Menelaos en Paris Pandaros schendt het verdrag Heldendaden van Diomedes Diomedes en Glaukos - Hektor neemt afscheid van Andromache De tweestrijd tussen Ajax en Hektor - De bouw van de wal De Trojanen bereiken de wal Het gezantschap naar Achilles Diomedes en Odysseus op nachtelijke sluiptocht Heldendaden van Agamemnon De strijd bij de wal De strijd bij de schepen Zeus door Hera misleid De strijd in het scheepskamp De dood van Patroklos De strijd om het lijk van Patroklos Het schild van Achilles De verzoening Goden tegen goden Het gevecht bij de rivier Hektors dood De lijkspelen voor Patroklos De begrafenis van Hektor

Uitgebreide samenvatting

Achtergrond Het verhaal van de Ilias speelt zich af rond het jaar 1240 v.Chr. De oude stad Troje, in het huidige Turkije, wordt belegerd door voorouders van de Grieken, de Achaeërs. Met ca. duizend schepen zijn de Grieken komen aanvaren om Helena, de vrouw van de Griekse vorst Menelaos terug naar huis te halen. Zij werd ontvoerd door Paris, zoon van de Trojaanse koning Priamos, die daarvoor hulp kreeg van Aphrodite naar aanleiding van de twistappel, opgeworpen door Eris op het huwelijk van Peleus en Thetis. Na deze ontvoering zijn alle Griekse vorsten samengekomen om op te komen tegen Troje. Agamemnon, de broer van Menelaos, werd als leider gekozen.

Twist om Chryseïs De Ilias begint met de aanhef, waarin Homerus vraagt om de goddelijke inspiratie van de muze, om te kunnen zingen over de wrok van Achilles. Het verhaal begint op het moment dat Apollo's priester Chryses, naar Agamemnon gaat om zijn dochter Chryseïs terug te halen. Dit meisje was door de Grieken als oorlogsbuit meegenomen en aan Agamemnon toegewezen. Agamemnon weigert echter, en Chryses gaat weg, treurend om zijn dochter, en smeekt Apollo om hem te helpen zijn dochter terug te krijgen. Apollo verhoort zijn smeekbede en begint met pestpijlen af te vuren op het Griekse kamp.

Kalchas, een waarzegger, vertelt de Grieken dat zij Chryseïs zullen moeten teruggeven vooraleer Apollo zich zal terugtrekken. In een vergadering in het kamp stelt Achilles voor dat Agamemnon het meisje maar moet teruggeven. Agamemnon pikt dit niet, en eist in ruil voor het opgeven van Chryseïs de krijgsbuit van Achilles op, Briseïs. Odysseus brengt Chryseïs terug naar haar vader, en Briseïs wordt uit Achilles' tent gehaald en aan Agamemnon overgedragen. Achilles is woedend en zondert zich af. Hij weigert nog verder mee te vechten aan de zijde van de Grieken en gaat wenend op een rots zitten. Dan wil zijn moeder, de zeegodin Thetis, hem troosten. Achilles vraagt haar hem te helpen wraak te nemen, waarop zij Zeus om hulp vraagt. Zeus belooft haar dat de Grieken niet zullen overwinnen, totdat ze tot inkeer komen en Achilles zullen eren. Wanneer Hera, Zeus' echtgenote en voorstander van de Grieken, dit hoort, wordt ze woedend. Het gevolg is een echtelijke ruzie, die wordt gesust door Hephaistos.

Verbroken wapenstilstand miniatuur|Aphrodite redt haar zoon Aeneas die gewond is geraakt, amphora in het Martin-von-Wagner-Museum

Intussen hebben de Grieken steeds minder zin om nog verder te vechten. Agamemnons voorstel om naar huis te keren wordt enthousiast onthaald, maar op verzoek van Athena, die op haar beurt door Hera gezonden was, slaagt Odysseus erin de Grieken toch nog aan te moedigen om verder te strijden.

Wanneer er dan toch een wapenstilstand tot stand komt, gaan de twee mannen die allebei Helena thuis willen, strijden. Menelaos vecht tegen Paris om zijn vrouw terug te krijgen. Menelaos wint, maar dankzij de godin van de liefde Aphrodite overleeft Paris het gevecht doordat ze hem helpt, zoals ze beloofd had, en ze brengt hem terug naar Troje. Helena, aangespoord door Iris, vertelt intussen aan de Trojaanse koning Priamus wie de gevaarlijkste mannen zijn van het Griekse leger.

De wapenstilstand wordt verbroken door de Trojaan Pandaros, die op bevel van Athena een pijl afschiet naar Menelaos en deze verwondt; de oorlog barst weer in volle hevigheid los. Ook Ares mengt zich nu in de strijd, en kiest de kant van de Trojanen. De Grieken staan op een gegeven ogenblik op het punt om Troje binnen te dringen, maar het lukt hun niet. De goden verlaten het strijdtoneel even, terwijl de Grieken aan de winnende hand zijn. Hektor, de broer van Paris, neemt op de muren van Troje afscheid van zijn vrouw Andromache en hun zoontje Astyanax, alhoewel hij pas dagen later door Achilles wordt gedood. Na maandenlang strijden, gunnen de partijen elkaar een korte wapenstilstand om de overledenen eervol te kunnen begraven.

De oppergod Zeus laat in een godenvergadering weten dat hij niet meer wil dat de goden zich met deze oorlog bemoeien. Hij geeft enkel af en toe de Trojanen een steuntje in de rug, al dan niet door een andere god het bevel te geven de Trojanen te helpen. De Trojanen dringen de Grieken terug tot hun kampen en kunnen buiten hun stadsmuren overnachten; dit geeft de Trojanen weer zelfvertrouwen. Bij de Grieken is het zelfvertrouwen intussen zoek. Agamemnon wil het er weer bij laten zitten, maar krijgt daarvoor berispingen van Diomedes en Nestor. Ze proberen Achilles terug te halen: Agamemnon biedt geschenken, Briseïs en de hand van zijn dochter aan, maar Achilles blijft bij zijn besluit.

Grieken slaan terug De Grieken laten zich echter niet uit het veld slaan. Op een avond besluiten Odysseus en Diomedes stiekem het kamp van de Trojanen binnen te dringen. Het wordt een succes: ze nemen een Trojaanse spion, Dolon, gevangen en plunderen het kamp van de Thraciërs, die van plan waren om de Trojanen te helpen tegen de Grieken.

Zeus laat Eris de strijdlust opnieuw aanwakkeren, en de strijd begint weer. De Grieken wapenen zich weer en trekken op tegen Troje. Agamemnon raakt net als Diomedes, Odysseus en Menelaos gewond bij de gevechten. Achilles vraagt zijn beste vriend Patroklos om bij Nestor naar de gewonden te informeren. Nestor adviseert Patroklos om het leger van Achilles, de Myrmidonen, zelf aan te voeren.