Baarlo (Limburgs: Baolder) is een op de linkeroever van de Maas gelegen Nederlands dorp in de gemeente Peel en Maas, acht kilometer ten zuiden van Blerick/Venlo en ten noorden van Kessel. Een veer verbindt Baarlo met Steyl.
Baarlo heeft een agrarische oorsprong maar dient ook als forensenplaats voor Venlo. Het dorp heeft een landelijk karakter en afficheert zich als kasteeldorp, vanwege zijn vier kastelen.
Naam De oudste vermelding van de naam Baarlo is uit 1219. Baar betekent bloot of kaal, zoals nog in de uitdrukking baar geld. Hiermee wordt bedoeld dat het geld open en bloot op tafel ligt. De verkorte vorm bar is terug te vinden in barrevoets. Het woorddeel lo, loo of le betekent bos. In de dorpskern lag vroeger de zogenoemde Baerbergh (Borrebergh) en de Borreberghscamp. De zandverstuiving en de uitgestrekte akker lagen ten zuiden van de kerk en het huidige Marktplein. Het toponiem staat in een nauw verband met het oude toponiem Baarlo (Balre, Balder en Baolder). Ook hier is sprake van het woorddeel 'Baer' in de betekenis van 'niet begroeid'.
Wapen De oudste akte van de schepenbank Baarlo dateert van 26 januari 1377. In 1629 zegelt ze voor het eerst met een eigen schepenbankzegel, dat de Heilige Petrus vertoont die in zijn linkerhand een sleutel en in zijn rechterhand via drie touwen of linten een wapenschild vasthoudt, waarop staat afgebeeld een naar links springend hert. Voor 1795 zegelde de schepenbank met het schepenzegel. Het hert kan niet in verband worden gebracht met een van de adellijke families van de oude heerlijkheid Baerlo. Het hert verwijst waarschijnlijk naar een christelijke symboliek. Hierin staat het hert als zinnebeeld voor Christus de verlosser. De relatie tussen Christus (hert) en Petrus is duidelijk want Christus wijst hem aan als zijn plaatsvervanger op aarde. Op 17 september 1853 kende de Hoge Raad van Adel aan de gemeente Maasbree, waarvan Baarlo tot 1 januari 2010 deel uitmaakte, een gemeentewapen toe. Het bestond uit een schild van lazuur met een naar rechts gaand gevleugeld hert met een kruis tussen het gewei, uitgevoerd in de kleur goud, aan de rechterzijde een springend hert van goud en aan de bovenzijde van het wapen een adelaar van sabel. Het element van het springend hert vertegenwoordigde daarin de deelgemeente Baarlo.
Geschiedenis Vroegste geschiedenis thumb|150px|Situla van Baarlo (RMO, Leiden) Uit archeologische vondsten is gebleken dat Baarlo al een lange geschiedenis kent. Zo is aangetoond dat er ten westen van het dorp een oude nederzetting heeft bestaan uit het stenen en ijzeren tijdperk. Omstreeks 1930 werd een opmerkelijke vondst gedaan: een grote bronzen emmer of situla uit de periode 800-500 v.Chr. Het kostbare voorwerp bevindt zich thans in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Een belangrijke Romeinse heerbaan lag aan de westzijde van het dorp. Deze kwam uit de richting van Cuyk en liep langs de Maasdorpen Blerick , Heel en Maaseik naar Maastricht. Ook in Baarlo hebben de Romeinen sporen achtergelaten. Zo werden in de nabijheid van de kerk en ten zuidwesten van het dorp Romeinse vondsten gedaan. Er werden onder meer twee Eponabeeldjes en enkele urnen gevonden. Tijdens de sloop van de oude parochiekerk (1875) trof men ter hoogte van het koor fundamenten aan van kwartssilicaten die met klei en leem waren samengevoegd waarop een stuk muur. Deze zouden van Romeinse oorsprong zijn. Aan de noordzijde van de kerk werden in 1955 eikenhouten heipalen en dakpannen van Romeinse oorsprong aangetroffen.
Van nederzetting tot kerspel Vanaf de 3e en 4e eeuw raakte het zuiden van Nederland grotendeels ontvolkt. Daarbij gingen ook de ontginningen uit de Romeinse tijd grotendeels verloren. De bewoning concentreerde zich vervolgens voornamelijk in het rivierdal van de Maas. Vanaf de 8ste eeuw raakte het Maasdal weer bevolkt waarbij sprake was van een verspreid vestigingsgebied. De nederzetting Baarlo, op de grens van het hoge dekzand en het lage Maasdal, kreeg definitief vorm en werd kerspel (gemeenschap rond een kerk). De kleinere nederzettingen Soeterbeek en Bong, gelegen ten westen van het dorp, werden Baarlose buurtschappen. Omdat niet vaststaat wanneer de bouw van Huys en de Borch (nu kasteel d'Erp) daadwerkelijk heeft plaatsgehad is het niet mogelijk om de relatie vast te stellen tussen de oude nederzetting en het kasteel. De nederzetting is slechts op een korte afstand gelegen van Huys en de Borch en vormt geen direct onderdeel van de versterking. Mogelijk heeft de bouw van de versterking wel bijgedragen aan de definitieve locatie van de nederzetting Baarlo. Nadat ook de bewoners van de nederzetting waren gekerstend kwam de bouw van een eenvoudig zaalkerkje tot stand die de basis vormde voor de latere middeleeuwse Sint-Petruskerk. De positionering van de toegangsdeur aan de noordzijde van de kerk bepaalde de positie van de kerktrap die ter hoogte van de Maasstraat (voorheen Waterstraet)behouden bleef. Aan de noordzijde vormde zich een ondermarkt (nu Maasstraat/Dorpstraat). 300px|left|thumb|Kasteel De Berckt De meest in het oog springende bouwwerken aan de oostzijde van de Markt zijn de Sprunk, de watermolen en kasteel d'Erp. Een groot brouwersgoed genaamd Ingen Fouckert, gelegen aan de zuidzijde van de Markt, is aan het eind van de 19e eeuw mede in verband met de bouw van een nieuwe school gesloopt. Het kasteel ten oosten van de Markt ontleent zijn naam aan de laatste adellijke bewoners, de familie d'Erp. In 1388 wordt reeds melding gemaakt van onse Huys ende Borch geheiten Baerlo gelegen in den lande van Kessel mit hoeren vesten ende graven, mit allen den heerlyckheyden, buschen, vischen, weyden, gueden ende toebehoren, als die selige Heer Willem van Baerlo, doe hij leefde, plach toe hebben. Het betreft een akte van verkoop waarbij Willem van Gulik, hertog van Gelre het leengoed verkoopt aan onse raedt, Jacob van Montfort. Uit 1219 dateert een oorkonde waarin we de naam Barlo aantreffen. Hendrik, graaf van Kessel geeft met zijn vrouw Othelende aan het klooster Mariënweerd eene curtis in Barlo en Hovesdonk, eene mansus in het bosch van Barlo, een boomgaard bij de kerk van Kessel en eene curtis in Oijen. Met deze curtis in Barlo en Hovesdonk is de Kiërhof, gelegen ten westen van het dorp, bedoeld. Bij de schenking trad een zekere Gerard de Barlo op als getuige. Een tweede vermelding van de naam Barlo is aangetroffen in een oorkonde uit 1236. In dat jaar stichtte Hendrik, graaf van Kessel in de kerk van Kessel een altaar ter ere van de Heilige Catharina en gaf daaraan een curtis te Kessel en andere goederen. Hierbij trad een dominus Bert miles in Barlo op als getuige.
Huys ende Borch was een Gelders leen en maakte deel uit van vier versterkingen in het land van Kessel. De bezitters van het kasteel hadden de meeste goederen en voorrechten (o.a. jacht-, vis- en molenrecht) van de heerlijkheid Baerlo. Na de familie van Montfort werd de Borcht eigendom van de familie die Klair en vervolgens beleend aan de families Van Eyll (1505) en Van Laer (1637). Onder de leenhof ressorteerden de hoeve Aen gen Eyndt (Aen Ing), de watermolen bij de Sprunk, 1/6 deel van de grote korentiend van Baarlo, de Kesseleiker grote korentiend en de Kesselse hof Aenghen Put. Tijdens de Gelderse oorlogen (begin 16e eeuw) werd de veste Baerlo ingenomen, geplunderd en plat gebrand. De heer van Eyll bouwde het kasteel daarna weer op. Nadat het kasteel overging in handen van de familie Van Laer tot Hoenlo werd het gebouw omstreeks 1640/1650 gerenoveerd. In 1648 gaf het Hof van Gelderland te Roermond aan Johan van Laer verlof tot de oprichting van een laatbank. Deze voerde een nauwkeurige administratie van de goederen die cijnsroerig (belastingplichtig) waren aan Huys en de Borch. De Heer Johan Baptist de Bierens verkreeg door koop in 1690 de halve heerlijkheid van Baarlo met burcht. De koop omvatte de heerlijke rechten. Deze bestonden onder andere uit de hoge, middele en lage justitie dat wil zeggen de criminele en civiele boeten, overdracht en levering van onroerend goed en de aanstelling van schout, schepenen en gerichtsbode. Verder omvatten de heerlijke rechten onder andere ook het planten langs grote wegen en op de 'gemeynte', de bijenstand, vis- en jachtrecht, het molenrecht, tiendrecht en patronaatsrecht. In 1762 vererfden de bezittingen aan de laatste telg uit de familie: Willem Raymond de Bierens, grootdeken te Aken. Willem vermaakte de goederen bij testament aan Hendrik d'Erp.
De eerder vermelde Gelderse oorlogen vormden een zijtoneel van een groter conflict tussen Frankrijk en Spanje. Toen de Habsburgse keizer Karel V de Gelderse stad Venlo in 1543 innam kwam het oude hertogdom Gelre en dus ook Baarlo in Spaanse handen. Belangrijke veranderingen vonden plaats op kerkelijk vlak met de opkomst en invloed van de reformatie. Hierdoor ontstonden politieke en religieuze spanningen. Nadat de protestanten in de Nederlanden in 1567 in opstand kwamen tegen de Spanjaarden stuurde Filips II de hertog van Alva en een leger om de revolte de kop in te drukken. Dit ontaarde in 1568 in een oorlog die later bekend werd als de Tachtigjarige oorlog. In 1632 volgde de grote veldtocht van Frederik Hendrik waarbij Venlo en Roermond in handen vielen van de Hollanders. Baarlo werd wisselend door Spaanse en staatse troepen bezocht. In 1635 hield een gevreesd keizerlijk regiment Kroaten huis in de omgeving. De Kroaten opereerden als bondgenoot van de Spanjaarden. Omdat Spanje zijn betalingbeloften niet na kwam trokken de Kroatische huursoldaten al plunderend en brandschattend rond.
Wanneer in Baarlo de eerste kerk is gebouwd is niet bekend. Aangezien de heer van de Borch het recht had om de pastoor te benoemen moet ze zeker zo oud zijn als de Borch. In 1397 en 1466 wordt ze vermeld. De parochiekerk is toegewijd aan de heilige Petrus. Over het onderhoud van de kerk is meer bekend. De grote tiende had voor 1/3 deel de kasteelheer. De Kartuizers te Roermond hadden eveneens 1/3 deel waarvoor zij het dak van het schip met de zijbeuken onderhielden samen met de heer. De pastoor had het laatste derde deel en was verplicht tot onderhoud van het koor en de inventaris. In 1575 werd melding gemaakt van de grote tiende van Baarlo die aan de kerk behoorde. De houder van deze grote tiende hield een stier en een beer. Reparatie van de toren kwam ten laste van de gemeenschap. Uit de aan ons overgeleverde documenten m.b.t. de oude parochiekerk blijkt dat ze door de eeuwen heen diverse malen werd verbouwd. Er bestond een beneficie van St. Nicolaas in de zijbeuk aan de evangeliezijde. Dit beneficie werd later verenigd met de kapelanie. Een ander beneficie was het altaar van de HH. Urbanus en Antonius dat zich bevond aan de epistelzijde. De kerk kende drie beuken en aan de gevel was in 1575 nog een zonnewijzer aangebracht. Later werd de toren voorzien van een uurwerk. Op het oosten bevond zich een groot glasvenster en de klok had een zodanige grootte en gewicht, dat men haar kon horen tot aan de grenzen van het dorp. Het interieur van de kerk was rijkelijk voorzien van oude grafstenen en wapenborden van de adellijke families die in Baarlo woonachtig waren. Het kerkhof was afgesloten met een muur. Naast een kerktrap aan de noordzijde van de kerkberg bestond er ook aan de zuidzijde een toegang door de poort van het oude Raadhuis annex school die in de tweede helft van de 19e eeuw werden gesloopt. In de 17e eeuw werden in Baarlo de Annakapel, Dominicuskapel, Drie Koningenkapel en Sint Antoniuskapel gesticht.