Tsjechië (Tsjechisch: Česko), officieel de Tsjechische Republiek (Tsjechisch: Česká republika), is een land in Centraal-Europa. Het land grenst in het westen en noordwesten aan Duitsland, in het noorden aan Polen, in het oosten aan Slowakije en in het zuiden aan Oostenrijk. Sinds 1 januari 1993The Velvet Revolution and its consequences, officiële website van de Tsjechische Republiek, 8 maart 2008 vormt Tsjechië een zelfstandig land, daarvoor was het het westelijke deel van Tsjecho-Slowakije.

Naamgeving Tot decennia na de splitsing van Tsjecho-Slowakije in Slowakije en Tsjechië in 1993 blijven er enkele problemen bestaan met betrekking tot de naamgeving van Tsjechië. In het Tsjechisch blijft de lange vorm van de naam, Česká republika (Tsjechische republiek), veel gebruikt, ondanks de pogingen van overheden, geografen en taalkundigen om mensen over te halen de korte vorm Česko te gebruiken. In het Nederlands en diverse andere Europese talen wordt een korte naam gebruikt (Tsjechië), maar in sommige talen blijft de lange vorm gangbaar. Zo wordt in het Engels meestal Czech Republic gebruikt in plaats van Czechia en in het Frans ook wel République tchèque in plaats van Tchéquie.

In het Nederlands werd tot in de 20ste eeuw vooral de naam Bohemen gebruikt om het huidige Tsjechië aan te duiden. Deze naam had overigens betrekking op Bohemen en Moravië als twee te onderscheiden provincies maar aangeduid onder de eerste naam. De huidige naam Tsjechië is aangepast aan het Tsjechische spraakgebruik. Aanvankelijk werd die als een soort germanisme beschouwd.NRC Handelsblad, 'Tsjechië, of een Tsjechisch dilemma', 6 januari 1993 Voor 1945 was de bevolking gescheiden in Duitsers en Tsjechen, die tot aan het begin van de nationale strijd rond het midden van de 19de eeuw tezamen nog als een multinationaal volk beschouwd konden worden. Sinds de verdrijving van de Duitsers is de bevolking uni-nationaal geworden en kan zij in plaats van het historische Boheems juister Tsjechisch genoemd worden. Dat heeft overigens als verwarrend effect dat ook historische situaties en personen nu als 'Tsjechisch' worden aangeduid terwijl zij toen als Duits golden.

In de Tsjechische media wordt het woord Česko steeds meer gebruikt. Veel Tsjechen zijn echter tegen het gebruik van deze naam. Het bijbehorende bijvoeglijk naamwoord český is namelijk ook het bijvoeglijk naamwoord van Čechy (Bohemen). Zo betekent het woord dus zowel "Tsjechisch" als "Boheems". Het gebruik van de naam Česko wordt dus niet op prijs gesteld door de inwoners van de twee andere regio's van het land, Moravië en Tsjechisch-Silezië. In feite is dit hetzelfde wanneer met "Holland" heel Nederland wordt bedoeld. Hierbij moet worden aangetekend dat veel Tsjechen (zowel in Bohemen als Moravië en Silezië) in de spreektaal zelf vaak "Čechy" (Bohemen dus) gebruiken om Tsjechië in zijn geheel aan te duiden en daarmee juist een pars pro toto gebruiken. Als alternatief wordt soms door Tsjechen verwezen naar Tsjechië met republika (de republiek) als verkorte vorm van Česká republika.

Geschiedenis

links|miniatuur|Het 14e-eeuwse Kasteel Karlstein in Midden-Bohemen De oudst bekende bewoners stonden onder invloed van een Keltische cultuur die Midden-Europa grotendeels omvatte. Rond het begin van de jaartelling woonden de Germaanse stammen van de Marcomannen en Quaden in het gebied. Zij sloten zich in de 4de eeuw aan bij de Sueben en namen deel aan de volksverhuizingen waarbij hun leidende adel het woongebied overliet aan de uit het noordwesten komende Germaanse Langobarden. Deze trokken op hun beurt naar Italië en lieten aan het einde van de 6de eeuw het land over aan uit het noordoosten komende Slavische stammen.

In de 7de eeuw ontstond onder leiding van de Frankische koopman Samo het eerste Slavische rijk. Na de dood van Samo valt dit rijk uiteen. Het Groot-Moravische Rijk, met zijn machtsbasis in het huidige oosten van Tsjechië, vulde dit machtsvacuüm op. Dit rijk bezweek uiteindelijk op zijn beurt onder aanvallen van de Magyaren.

In de eeuwen daarna wisten lokale machthebbers zich tot ‘duces’ (hertogen) op te werken en in de 9de eeuw slaagde het geslacht van Přemysliden erin om erkend te worden in een overkoepelend koningschap. Om zich te kunnen blijven handhaven, erkenden deze koningen op hun beurt de Duitse Keizer boven zich en namen zij het christendom aan. Binnen het Heilige Roomse Rijk (Duitse Rijk) werden de Boheemse koningen een belangrijke macht die tijdelijk ook in Polen hun gezag vestigden en Silezië blijvend binnen hun machtssfeer kregen. thumb|Historische landen van het huidige Tsjechië Door huwelijksallianties met Duitse vorsten ging in 1309 het koningschap over op het geslacht van de Luxemburgers en daarmee werden de banden met de overige Duitse landen nog sterker, wat een reactie opriep in de vorm van een religieus conflict: de Hussietenopstand die zich aan het begin van de 15de eeuw tegen het kerkelijk oppergezag van Rome richtte en het Duitstalige patriciaat in de steden verjoeg. Na een periode van normalisatie nam de invloed uit de omringende Duitse landen weer toe en in 1621 ontlaadde zich opnieuw de oude tegenstelling, maar nu werd ze op een veel grotere schaal uitgevochten in de Dertigjarige Oorlog, een strijd tussen lutherse vorsten en steden en rooms-katholieke vorsten die de Duitse landen verwoestte en het Duitse Rijk voorgoed in onmacht zou brengen. Die strijd begon met een veldslag (de Slag op de Witte Berg bij Praag) waarin de niet-katholieke lagere adel het onderspit moest delven. 200.000 edelen en burgers moesten daarop het land verlaten.

De keizers, behorend tot het huis Habsburg, voerden met harde hand de Contrareformatie door en werden erfelijke koningen van Bohemen, wat zij zouden blijven tot 1918. Bohemen en Moravië waren sindsdien kroonlanden van wat later Oostenrijk-Hongarije zou gaan heten. De Duitse, culturele invloed zou in die periode zeer sterk toenemen en dominant worden totdat na het midden van de 19de eeuw het Tsjechische nationalisme opleefde en de strijd aanging met de Duitstaligen en hun cultuur.

Na de Eerste Wereldoorlog werd in 1918 het Oostenrijks-Hongaarse Rijk verdeeld in nationale staten, en konden de Tsjechen het heft in eigen handen nemen in een Tsjecho-Slowaakse republiek. Want inmiddels hadden de Slowaken zich ook bij de nieuwe staat aangesloten. thumb|links|Eerste Tsjecho-Slowaakse Republiek in 1930 Een kwart van de bevolking van de nieuwe republiek - in het bijzonder in de grensgebieden van Bohemen en Moravië - was Duitstalig, zij werden ook wel Sudeten-Duitsers genoemd. In 1918 wilden zij zich bij Oostenrijk aansluiten, maar na het Verdrag van Saint-Germain kwamen hun woongebieden definitief bij Tsjecho-Slowakije. De vermeende achterstelling van deze Duitstaligen was voor nazi-Duitsland aanleiding om te streven naar hun bevrijding door een annexatie van het Sudetenland en in 1938 kreeg het daar internationale toestemming voor in het Verdrag van München. Ook Slowakije besloot zich toen af te scheiden als onafhankelijke republiek. Het overgebleven gebied werd in 1939 door Duitsland bezet als protectoraat Bohemen en Moravië.

Na de bevrijding door Amerikaanse en Sovjetlegers in 1945 verkeerde het Tsjechische gebied in chaos; hoewel de schade aan gebouwen meeviel, was vooral in de laatste jaren de nazirepressie sterk toegenomen. Conform het program van Košice en de Beneš-decreten van 1945 werden drie miljoen Sudeten-Duitsers en een half miljoen Hongaren uit het herstelde Tsjecho-Slowakije verdreven. Vooral de verdrijving van de Duitse bevolking in de huidige Tsjechische landen ging gepaard met veel bloedvergieten. Zie ook etnische zuivering.

thumb|Bij de Fluwelen Revolutie werd het communistische regime geweldloos omvergeworpen Na de Tweede Wereldoorlog werd de Tsjecho-Slowaakse staat hersteld, al werd (onder dwang) een gedeelte van het vooroorlogse grondgebied, Roethenië, overgedragen aan de Sovjet-Unie. Sinds juli 1945 nam de invloed van de communisten vooral in het Tsjechische gebied toe. In 1948 vond een communistische staatsgreep plaats en werd het land een communistische dictatuur. Sindsdien behoorde het land tot het Oostblok en was het geïntegreerd met andere staten in het Warschaupact als tegenhanger van de NAVO. In 1968 brak een kortstondige liberalisering van het officiële socialisme tijdens de zgn. Praagse Lente aan. Troepen van het Warschaupact maakten hieraan een einde. De Fluwelen Revolutie (1989) maakte aan de alleenheerschappij van de communistische partij een einde en herstelde de democratie in Tsjecho-Slowakije.

Op 1 januari 1993 maakte Tsjechië zich ook los van de inmiddels opgeheven staat Tsjecho-Slowakije, nadat Slowakije de unie met Tsjechië vreedzaam verlaten had. In 1999 trad Tsjechië toe tot de NAVO en op 1 mei 2004 tot de Europese Unie; er trad een snellere versterking van westerse invloeden en verdergaande liberalisering van het marktsysteem op. In het eerste halfjaar van 2009 was Tsjechië voor het eerst voorzitter van de Europese Unie.

Geografie thumb|250px|Satellietbeeld van Tsjechië thumb|250px|Reuzengebergte thumb|250px|Zuid-Moravië Tsjechië ligt in Centraal-Europa en grenst in het westen aan Duitsland (704 km), in het noorden aan Polen (699 km), in het oosten aan Slowakije (241 km) en in het zuiden aan Oostenrijk (402 km). Czechia - Land boundaries, The World Factbook, 11 februari 2025 Historisch gezien bestaat het land uit drie deelregio's; Bohemen, Moravië en Tsjechisch-Silezië. De meeste grenzen worden gevormd door gebergten. Langs de zuidwestgrens van het land ligt het Bohemer Woud, in het noordwesten ligt het Ertsgebergte en in het noorden de Sudeten met onder andere het Reuzengebergte. De oostgrens van Moravië met Slowakije bestaat uit de Beskiden en Witte Karpaten. Alleen de zuidgrens met Neder-Oostenrijk bestaan voornamelijk uit een rivier, de Thaya. Op de grens van Bohemen met Moravië ligt de Boheems-Moravische Hoogvlakte.

Een aantal grote rivieren ontspringt in Tsjechië. Zo heeft de Elbe zijn bron in het Reuzengebergte. Enkele andere grote rivieren in Bohemen zijn de Moldau (Vltava), de Berounka en de Sázava. Een grote rivier in Moravië is de Morava, en ook de Oder ontspringt daar. Voor een overzicht van de rivieren in Tsjechië, zie de lijst van rivieren in Tsjechië.

Het laagste punt van Tsjechië met een hoogte van 115 meter is Hřensko, waar de Elbe het land verlaat. Het hoogste punt is de Sněžka. De 1602 meter hoge top van deze berg ligt in het Reuzengebergte op de grens van Tsjechië en Polen. Voor een overzicht van de hoogste bergen van Tsjechië, zie de lijst van bergen in Tsjechië.

Het land telt 4 nationale parken en verschillende beschermde landschapsgebieden (CHKO).

Bestuurlijke indeling

Tsjechië is bestuurlijk verdeeld in veertien regio's (Tsjechisch: kraj). De regio's zijn op hun beurt verdeeld in totaal 6249 gemeenten. Číselník obcí (CISOB), Český statistický úřad, 16 januari 2008 Tussen de regio's en de gemeenten zit de laag van de 77 districten (okres). Officieel zijn de okresy in 2003 afgeschaft, maar de gebiedsindeling wordt nog veel gebruikt. De Tsjechische hoofdstad Praag is zowel gemeente als regio en district.

De regio's zijn: 1. Karlsbad 2. Ústí nad Labem 3. Liberec 4. Hradec Králové 5. Pardubice 6. Olomouc 7. Moravië-Silezië 200px|Kaart van Tsjechië 8. Pilsen 9. Midden-Bohemen 10. Praag 11. Zuid-Bohemen 12. Vysočina 13. Zuid-Moravië 14. Zlín

Steden In totaal hebben 587 van de 6249 Tsjechische gemeenten stadsrechten. Zie voor een overzicht van alle plaatsen met stadsrechten de lijst van Tsjechische steden. De grootste stad van Tsjechië is de hoofdstad Praag. Met 1.397.880 inwoners (1 jan. 2025) is Praag meer dan drie keer zo groot als de op een na grootste stad, Brno. Andere steden met meer dan 100.000 inwoners zijn Pilsen, Liberec, Ostrava en Olomouc. Voor een overzicht van de grootste steden van het land, zie de lijst van grote Tsjechische steden.

Klimaat