Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1973 was het 25e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen Merken/teams In 1973 verdween naast Derbi ook Aermacchi van de circuits, maar alleen als merk. Nadat men enige jaren als "Aermacchi Harley-Davidson" had geopereerd verviel de naam "Aermacchi" en racete men onder de naam "Harley Davidson". Na het overlijden van Renzo Pasolini reed de Fransman Michel Rougerie nog met de Harley-Davidsons, maar pas tegen het einde van het seizoen, in Tsjecho-Slowakije, was er weer sprake van een echt fabrieksteam onder leiding van Gilberto Milani. Rougerie en Gianfranco Bonera kregen nu ook de watergekoelde racers.

Benelli was in 1972 overgenomen door Alejandro de Tomaso en die besliste dat zijn ingenieurs zich moesten bezighouden met de ontwikkeling van nieuwe straatmodellen. Daardoor was er in 1973 geen ruimte meer voor een raceteam, maar sporadisch startte men nog wel met de bestaande viercilinder viertakten.

De Italiaanse merken werden eind 1972/begin 1973 getroffen door maandelange stakingen in de metaalindustrie, waardoor de ontwikkeling van de racemotoren van Harley Davidson en MV Agusta vertraging opliep.

Nu het een dure nieuwe 500cc-racer had, was het logisch dat Yamaha weer een echt fabrieksteam kreeg. Het team bestond uit 32 man, waaronder Ferry Brouwer en er was zelfs een "welfare officer" aangesteld, die moest zorgen dat de coureurs Jarno Saarinen en Hideo Kanaya van alle gemakken waren voorzien. Kent Andersson en Chas Mortimer kregen wel enige steun, maar moesten zelf voor hun motorfietsen zorgen. Jarno Saarinen en Hideo Kanaya kozen ervoor niet in de 350cc-klasse te starten, waarschijnlijk omdat ze met de Yamaha TZ 250 en de Yamaha TZ 500 al in twee klassen reden en het maximum aantal racekilometers per dag anders zouden overschrijden.

De tweetakt-buitenboordmotoren van Crescent, die door Rudi Kurth in zijn Cat-zijspancombinatie werden gebruikt, werden in 1973 onder de naam "Monark" ingeschreven. Ze kwamen van hetzelfde bedrijf, MCB Monark-Crescent AB, maar Monark was de naam waaronder dit merk ook motorfietsen maakte. Men kwam met Lars Persson en Jan Bruins nu ook in de 50cc-klasse aan de start.

Na het ongeluk op Monza waarbij Jarno Saarinen en Renzo Pasolini verongelukten maakte Yamaha bekend het fabrieksteam voor de rest van het seizoen terug te trekken. Saarinen's teamgenoot Hideo Kanaya was meteen na het ongeluk teruggekeerd naar Japan. Het team leverde onofficieel toch nog steun aan Teuvo Länsivuori, die officieel voor de Finse importeur Arwidson reed, maar geholpen werd door de fabrieksmonteurs Nobby Clark en Vince French.

In 1972 waren er al krasjes gekomen in het betrouwbaarheids-imago van de MV Agusta's, maar in 1973 vielen de nieuwe viercilinder machines heel vaak stil. Tot woede van Agostini, die al moeite genoeg had met de Yamaha TZ 500's van Jarno Saarinen en Hideo Kanaya. Bij MV Agusta hoopte men dat die machines kinderziekten zouden vertonen, maar dat bleek niet zo te zijn. Dankzij het terugtrekken van Yamaha na het ongeluk in Monza werd Read toch nog wereldkampioen, terwijl Agostini de 350-titel greep. Agostini greep echter vaak terug naar de "oude" driecilinder, omdat hij de viercilinder niet betrouwbaar genoeg vond.

Coureurs Ángel Nieto stapte in 1973 over naar het team van Morbidelli, maar dat had wel wat voeten in de aarde, want Giancarlo Morbidelli moest hem eerst beloven dat het frame en de stroomlijnkuip naar zijn wensen zouden worden aangepast. Nadat het John Player Norton team werd ingekrompen tot twee rijders tekende Phil Read een contract met MV Agusta. Jarno Saarinen en Hideo Kanaya tekenden in januari 1973 een nieuw contract met Yamaha voor de 250- en de 350cc-klassen, maar algemeen bekend was al dat Saarinen ook met de nieuwe Yamaha TZ 500 in de 500cc-klasse zou uitkomen. Börje Jansson kreeg een aanbod van Husqvarna, maar verlengde toch zijn contract met Maico. In de 250cc-klasse verscheen hij met een Yamaha. Silvio Grassetti beëindigde zijn samenwerking met MZ en zou met een privé-Yamaha TD 3 gaan rijden. Hij reed in 1973 echter nog steeds met MZ's. Bruno Kneubühler werd opgenomen in het team van Van Veen-Kreidler en reed als semi-fabrieksrijder ook met de Harley Davidsons. Na het ongeluk in Monza, waarna het Yamaha-fabrieksteam zich terugtrok, kreeg hij als semi-fabrieksrijder steun van dit merk.

In juli werd bekendgemaakt dat László Szabó, die in 1973 al niet meer in het WK uitkwam, bij een verkeersongeval in Frankrijk was verongelukt. Het duurde een maand vooraleer bekend werd dat hij slechts zwaar gewond was geraakt maar inmiddels thuis aan het herstellen was.

Nadat hij eind 1972 al geschorst was, werd de Belg Oronzo Memola ("Oversized Oronzo") wegens het herhaaldelijk met een verkeerde cilinderinhoud rijden in september 1973 door de Belgische Motorrijdersbond opnieuw geschorst. Ook in 1973 had hij regelmatig met een 350cc-motor in de 250cc-klasse gereden, waarbij hij steeds weigerde na ingediende protesten zijn motorfiets te laten onderzoeken. De schorsing had echter weinig zin: ze eindigde op 30 april 1974, een week na aanvang van het GP-seizoen.

Giacomo Agostini was in september al wereldkampioen 350 cc, maar in die maand raakte hij gewond bij een val tijdens een testrit op het Autodromo Santa Monica.

Zijspancoureur Jeff Gawley presteerde erg goed in de eerste drie GP's, maar toen zijn bakkenist Peter Sales vertrok kreeg hij problemen. Sales was namelijk eigenaar van de König-motoren, die hij meenam. Uiteindelijk kon Gawley met financiële steun van enkele zakenlieden samen met Kenny Birch het seizoen voortzetten, maar een topklassering zat er niet meer in.

Teuvo Länsivuori miste de Grand Prix van Spanje doordat hij tijdens de training juist op de pols viel die hij eerder tijdens de Hutchinson 100 op Brands Hatch gebroken had.

Eind 1973 verbaasde Phil Read zich over de uitspraak van Giacomo Agostini in de pers dat hij (Ago) de eerste rijder bij MV Agusta zou moeten zijn. Read dacht dat de woorden van Agostini verdraaid waren, maar toen ze in een tweede interview herhaald werden was de sfeer tussen de beide teamgenoten om te snijden. Besloten werd dat tijdens de "Race of the South" op Brands Hatch beslist zou worden wie van hen de beste was. De race werd gewonnen door Read, terwijl Agostini zelfs nog door Wil Hartog ingehaald werd.

Giacomo Agostini tekende in december 1973 een contract met Yamaha.

Races Bij de GP van Frankrijk, die het seizoen opende, waren veel te veel rijders geëngageerd. De trainingen leken daardoor veel op races. Alleen al in de 250cc-klasse streden 108 rijders om 36 startplaatsen. Bovendien waren per klasse slechts 25 minuten voor de kwalificatietraining uitgetrokken. De wedstrijden begonnen 's ochtend om 09.00 uur al, omdat er een Formule 750 race aan het programma was toegevoegd.

Nadat eerst Jarno Saarinen en Renzo Pasolini en later ook de juniorrijders Galtrucco, Chionio en Colombini verongelukten, werden wedstrijden op het circuit van Monza voor de duur van het onderzoek, met name naar de Curva Grande, verboden.

De Isle of Man TT werd een uitgeklede, nationale race door de boycot van alle toprijders, met uitzondering van de zijspanrijders. Tony Rutter, die de Junior TT won, had nog geen enkele GP-start gekregen.

In Opatija, bij de Grand Prix van Joegoslavië, ontstond veel commotie omtrent de veiligheid van het circuit. Sinds 1972 was er al veel verbeterd en had men het aantal strobalen van 1200 opgevoerd tot 3250. Ondanks een inspectie én goedkeuring van de coureurs Chas Mortimer, John Dodds, Giacomo Agostini en Kim Newcombe trok Arturo Magni (teamchef van MV Agusta) zijn coureurs terug. Dat terwijl Giacomo Agostini en Phil Read best wilden rijden. Ook Teuvo Länsivuori had geen probleem met het circuit, maar werd door zijn baas, de Finse Yamaha-importeur Arwidson, onder druk gezet niet te rijden. De teneur in het algemeen was dat de organisatie een dergelijke onsportieve houding beslist niet verdiend had.

Nadat de Oost-Duitse bond de GP van de DDR na prowesterse uitingen van het publiek tot een pure oostblok-wedstrijd had gemaakt, bleven die uitingen toch bestaan. Het publiek uit de DDR reisde nu massaal naar de GP van Tsjecho-Slowakije om de West-Duitser Dieter Braun aan te moedigen. Braun haalde in Brno zijn derde overwinning van het seizoen.

Overleden/gestopt Overleden Bij een enorm ongeluk in de eerste bocht van het circuit van Monza op 20 mei verongelukten Jarno Saarinen en Renzo Pasolini. Jarno Saarinen werd postuum 7e in de 500cc-eindstand en 4e in de 250cc-eindstand. Renzo Pasolini werd postuum 19e in de 250cc-klasse. Op dinsdag 14 augustus overleed Kim Newcombe aan zijn hoofdverwondingen, die hij drie dagen eerder tijdens een de training voor de 750 cc Prijs van de FIM op Silverstone had opgelopen. De Zwitser Werner Pfirter verongelukte samen met zijn monteur René Jaccard eind september tijdens een verkeersongeval op de thuisreis na de Grand Prix van Spanje. Hij werd postuum 13e in de 250cc-klasse en 12e in de 350cc-klasse. In oktober verongelukte František Srna tijdens een 250cc-kampioensrace in Bratislava.

Gestopt In november besloot de Nederlandse coureur Jan Bruins te stoppen met racen, maar nadat Theo Timmer het team van Jamathi verliet, werd Jan Bruins benaderd als vervanger en kwam hij in 1974 toch weer aan de start. Jan de Vries verklaarde in december tijdens een persconferentie dat hij met racen zou stoppen, nadat het Van Veen-team al had meegedeeld de race-activiteiten te moeten inperken en constructeur Jorg Möller naar Morbidelli vertrok. Börje Jansson verklaarde al in mei 1973 dat hij zou stoppen met racen, naar aanleiding van het overlijden van Saarinen en Pasolini. Hij maakte het seizoen echter wel af.

Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e   7e   8e   9e   10e Punten:1512108654321

Aantal (tellende) wedstrijden In de 50cc-klasse werden 7 races gereden, in de zijspanklasse 8, in de 250-, 350- en de 500cc-klassen 11 en in de 125cc-klasse 12. Voor de 500cc-klasse, de 250cc-klasse en de zijspanklasse waren meer wedstrijden gepland, maar die werden na het ongeval in Monza afgelast c.q. afgebroken.

Om het aantal tellende resultaten te bepalen moest men bij een even aantal races dit aantal halveren en er één bij optellen. Bij een oneven aantal werd er eerst een bij opgeteld en dit getal werd dan gehalveerd.

KlasseRacesTellend50 cc74125 cc127250 cc116350 cc116500 cc116zijspan85

500cc-klasse Net als in de 350cc-klasse begon Jarno Saarinen de 500cc-klasse voortvarend door de eerste twee GP's te winnen met zijn nieuwe viercilinder Yamaha TZ 500. Na zijn overlijden in Monza was het nog niet makkelijk voor MV Agusta, want men wisselde regelmatig tussen de oude (betrouwbaardere) driecilinders en de nieuwe viercilinders. Vooral Kim Newcombe, die zelf betrokken was bij de ontwikkeling van zijn König, bood goed tegenstand, tot zijn ongeluk in augustus. Phil Read werd met de MV Agusta wereldkampioen, maar Giacomo Agostini werd slechts derde. Frankrijk, Paul Ricard