Stegosaurus is een geslacht van uitgestorven ornithischische dinosauriërs. Het geslacht behoort tot de Stegosauria, een groep planteneters die in het Jura haar hoogtepunt bereikte. Stegosaurus leefde 150 miljoen jaar geleden tijdens het Laat-Jura in Noord-Amerika en is met negen meter lengte de grootste bekende stegosauriër.

Het eerste fossiel van Stegosaurus werd ontdekt in 1877. Het geslacht kreeg in dat jaar van Marsh zijn naam, die 'daksauriër' betekent. Er werden later nog meer fossielen van Stegosaurus gevonden. Vaak werden die als aparte soorten gezien, ook als hun skelet maar weinig anders was. In totaal zijn er zo veertien soorten benoemd binnen het geslacht. Welke soorten daarvan geldig zijn, is erg omstreden. Geen enkele werd rond 2010 door alle wetenschappers als geldig beschouwd, zelfs niet de toenmalige typesoort Stegosaurus armatus. In 2013 is daarom een nieuwe typesoort aangewezen: Stegosaurus stenops.

Stegosaurus is een van de bekendste dinosauriërs wegens zijn opvallende uiterlijk. Hij had lange rechte achterpoten en korte sterke voorpoten. Door de rechte benen was hij niet in staat te rennen. Anders dan oude afbeeldingen laten zien, hield hij zijn staart hoog in de lucht. Aan het uiteinde van die staart stonden twee paar lange stekels. Daarmee kon hij zich verdedigen tegen roofdieren, waar hij niet voor kon weglopen. Hij werd extra beschermd door kleine beenplaatjes op zijn hals. Op zijn rug stond een rij van negentien grote puntige beenplaten die om en om geplaatst waren tot het einde van de staart. Die functie van deze platen is niet duidelijk. Mogelijk beschermden ze de rug tegen aanvallen, maar het kan ook zijn dat ze door het dier gebruikt werden om af te koelen of om indruk mee te maken op soortgenoten en roofdieren.

Stegosaurus had aan het einde van een slanke nek een kleine langgerekte kop met een snavel en kleine tanden. Daarmee rukte hij stukken plant af die ongekauwd werden ingeslikt om in de enorme buikholte door bacteriën verteerd te worden. Omdat de nek niet zo heel lang was, ging het dier wellicht soms op zijn achterpoten staan om hogere takken of zaden te bereiken. Maar volgens de meeste wetenschappers at hij meestal de lage planten die verspreid in het droge landschap stonden waar hij leefde.

Ontdekking en naamgeving thumb|Professor Marsh gaf zes soorten Stegosaurus hun naam In 1877 beschreef en benoemde Othniel Charles Marsh een fossiel, dat zijn medewerker Arthur Lakes dat jaar gevonden had in Lakes Quarry 5 (een groeve op de Dinosaur Ridge) ten noorden van Morrison, als Stegosaurus armatus. De geslachtsnaam is afgeleid van het Klassiek Griekse στέγος (stegos), 'dak', een verwijzing naar de door Marsh als een huidbedekking geïnterpreteerde rugplaten. De soortaanduiding betekent 'bewapend' in het Latijn, een verwijzing naar de staartstekels. Het holotype, het naamgevend fossiel, wordt bewaard in het Yale Peabody Museum en heeft aldaar het inventarisnummer YPM 1850. Het bestaat uit wat wervels, delen van de achterpoten en resten van de platen.

Tussen 1879 en 1887 verkreeg Marsh een grote hoeveelheid overige beenderen van Stegosaurus, die werden opgedolven in Quarry 13 bij Como Bluff in Wyoming — zoveel zelfs dat tot op de dag van vandaag veel van deze fossielen nog niet geprepareerd zijn. Achtereenvolgens werd die groeve systematisch uitgegraven door zijn medewerkers William Harlow Reed (1879-1883), J.L. Kennedy (1883) en Frederick Brown (1884-1887). Alle vondsten kwamen uit de ruimere Morrisonformatie in lagen uit het late Kimmeridgien en vroege Tithonien, tussen de 153 en 150 miljoen jaar oud. Zoals zijn gewoonte was, benoemde Marsh op basis daarvan nieuwe soorten in het geslacht, ook al waren de verschillen gering. De meeste daarvan worden tegenwoordig als jongere synoniemen van S. armatus gezien. Dat geldt om te beginnen voor S. ungulatus, door Marsh benoemd in 1879 op basis van onder andere specimen YPM 1853; lange tijd is aangenomen dat deze soort zich onderscheidde door het bezit van acht in plaats van vier staartstekels maar dat wordt tegenwoordig betwijfeld. S. affinis, in 1881 benoemd op grond van een slechts een stuk schaambeen, wordt nu zelfs beschouwd als een nomen dubium, dat wil zeggen dat de resten te beperkt zijn om te kunnen bepalen om welke soort het gaat. Ook S. sulcatus (USNM 4937), waarvan een enkele zeer grote stekel gevonden is, en S. duplex (YPM 1858), beschreven in 1887, zijn vermoedelijk slechts exemplaren van S. armatus. Van S. duplex dacht Marsh dat hij geen rugplaten had; het taxon is een jonger objectief synoniem van S. ungulatus omdat YPM 1858 ook gebruikt werd bij de beschrijving van die soort.

left|thumb|Het holotype van S. stenops, USNM 4934 In hetzelfde jaar benoemde Marsh echter ook een soort die vaak als valide is beschouwd: S. stenops, op grond van een zeer compleet skelet in 1885 door Marshall Parker Felch gevonden in Quarry 1 bij Cañon City in Colorado, USNM 4934. De soortaanduiding betekent 'nauw aangezicht'. S. stenops was korter van bouw dan S. armatus maar had grotere rugplaten.

Marsh' collega Edward Drinker Cope werd in 1879 ook naamgever van een stegosaurussoort, zij het onbedoeld: hij dacht, omdat de losse tanden van een roofsauriër erbij lagen, een theropode Hypsirhophus seeleyanus te benoemen maar het botfragment behoorde vermoedelijk aan Stegosaurus: Stegosaurus seeleyanus is daarmee een jonger synoniem van S. armatus. Marsh wees hier al in 1882 op maar Cope bleef tot zijn dood stug de naam Hypsirophus gebruiken, nu als alternatief voor Stegosaurus. Een als H. discurus beschreven stuk bot werd in 1902 door Oliver Perry Hay herdoopt tot Stegosaurus discurus maar wordt nu als nomen dubium beschouwd.

thumb|Como Bluff in Wyoming is een belangrijke vindplaats van stegosaurusfossielen In 1914 schiep Charles Whitney Gilmore nog een soort: Stegosaurus longispinus, op grond van UW D54, een volwassen exemplaar gevonden in Wyoming; de schedel ervan ontbreekt. Zoals de soortaanduiding 'langgestekeld' al aangeeft, had dit bijzonder lange staartstekels. In 1915 hernoemde Edwin Hennig Priconodon Marsh 1888 tot een Stegosaurus crassus, een nomen dubium.

Het stegosauride materiaal uit het late Jura van de Verenigde Staten heeft echter ook een tweede geslacht opgeleverd. In 1881 benoemde Marsh Diracodon met als soort Diracodon laticeps, gebaseerd op wat kaakbeenderen van een jong dier, YPM 1885. Volgens Gilmore was dit identiek aan S. stenops, Robert Thomas Bakker echter zag het in 1986 als een valide apart geslacht. Daarbij wees hij er materiaal aan toe uit oudere lagen; meestal wordt tegenwoordig aangenomen dat de naam een nomen dubium is. George Olshevsky volgde echter Gilmore en behield de geslachtsnaam zodat S. stenops bij hem een Diracodon stenops werd. Hennig had het overigens al in 1915 hernoemd tot een Stegosaurus laticeps. Een andere Amerikaanse stegosauriër die al eerder een eigen geslachtsnaam kreeg was Stegosaurus marshi in 1901 benoemd door Frederic Augustus Lucas (USNM 4752), die hij in 1902 omdoopte in Hoplitosaurus.

left|thumb|Resten van Diracodon Behalve het Amerikaanse materiaal, bestaande uit een honderdtal specimina die ongeveer gelijkelijk over S. armatus en S. stenops verdeeld werden, zijn er ook vondsten buiten Noord-Amerika aan Stegosaurus toegewezen. Dat behelst op de eerste plaats de hernoeming door John Whitaker Hulke van de Britse Omosaurus durobrivensis Hulke 1887 in een Stegosaurus durobrivensis. Daarna volgde de verwarrende Stegosaurus armatus Lydekker 1890, een hernoeming door Richard Lydekker van Omosaurus armatus Owen 1875. Lydekker had over het hoofd gezien dat hij zo een soortnaam creëerde die identiek was aan Stegosaurus armatus Marsh 1877. De Europese Stegosaurus priscus werd door Franz Nopcsa benoemd in 1911 en is tegenwoordig de typesoort van Loricatosaurus. In 1926 schiep Jean Piveteau een Stegosaurus madagascariensis op basis van tanden gevonden in Madagaskar; daarvan wordt nu aangenomen dat ze niets met Stegosaurus van doen hebben. In 2007 werden fragmentarische resten gevonden in Portugal, specimen LHNB(CN)1, aan S. ungulatus toegeschreven, omdat ze met het skelet daarvan het meeste overeenkwamen, niet omdat betwijfeld werd dat het een synoniem van S. armatus zou zijn. De vondst werd gezien als een teken dat Noord-Amerika in die tijd nog via een landbrug met Iberia zou zijn verbonden.

Een nieuwe analyse van de Britse paleontoloog David Norman uit 2008 concludeerde dat alleen S. armatus nog een geldige soort is, S. stenops een jonger synoniem daarvan en S. longispinus een nomen dubium. Het geslacht Stegosaurus zou zo monospecifiek zijn geworden: met maar één soort, ware het niet dat dezelfde revisie een vierde Amerikaanse geslacht, de in 2001 benoemde Hesperosaurus tot Stegosaurus mjosi maakte en de Aziatische Wuerhosaurus tot Stegosaurus homheni. Hierin is hij echter weer niet door iedereen gevolgd. In 2010 stelde Peter Malcolm Galton dat juist S. armatus een nomen dubium is; omdat volgens hem kleine variaties in het pantser op verschillende soorten wijzen, zouden daarentegen S. stenops, S. longispinus, S. ungulatus en S. sulcatus wel geldige soorten zijn. S. ungulatus zou, vergeleken met S. stenops, een extra hoofdplaat op de rug en drie gepaarde platen vlak voor de staartstekels bezitten. Er bestaat aldus geen consensus over de vraag welke geslachten of soorten valide zijn. Galton heeft in 2011 een formeel verzoek ingediend bij de ICZN om S. stenops officieel tot nieuwe typesoort te verklaren in plaats van S. armatus, hetgeen in 2013 is ingewilligd met USNM 4934 als neotype. In 2014 kreeg S. longispinus het eigen geslacht Natronasaurus dat na ongeldig gemaakt te zijn in 2016 vervangen werd door Alcovasaurus.

In 2024 werd een in 2020 in Moffat County gevonden exemplaar, "Apex", aan een particuliere verzamelaar, de miljardair Kenneth Cordele Griffin, verkocht voor 44,6 miljoen dollar, het tot dan toe duurste fossiel ooit.

Soortenlijst Het resultaat van dit ingewikkeld proces van naamgeving kan in deze lijst worden samengevat: Stegosaurus armatus Marsh 1877: oorspronkelijke typesoort van het geslacht Stegosaurus Stegosaurus ungulatus Marsh 1879: jonger synoniem van S. armatus Stegosaurus stenops Marsh 1881: misschien jonger synoniem van S. armatus, misschien valide soort, = Diracodon stenops, nieuwe typesoort sinds 2013 Stegosaurus affinis Marsh 1881: nomen dubium Stegosaurus sulcatus Marsh 1887: jonger synoniem van S. armatus Stegosaurus duplex Marsh 1887: jonger synoniem van S. armatus Stegosaurus durobrivensis (Hulke 1887) Hulke 1887: = Omosaurus durobrivensis Hulke 1887, = Dacentrurus durobrivensis (Hulke 1887) Hennig 1915, = Lexovisaurus Hoffstetter 1957 Stegosaurus armatus (Owen 1875) Lydekker 1890, non Marsh 1877; = Omosaurus armatus Owen 1875; = Dacentrurus armatus (Owen 1875) Lucas 1902 Stegosaurus marshi Lucas 1901: = Hoplitosaurus marshi (Lucas 1901) Lucas 1902, = Polacanthus marshi (Lucas 1901) Pereda-Suberbiola, 1991 Stegosaurus seeleyanus (Cope 1878) Hay 1902: jonger synoniem van S. armatus; = Hypsirophus seeleyanus Cope 1878 Stegosaurus discurus (Cope 1878) Hay 1902: nomen dubium, = Hypsirophus discurus Cope 1878 Stegosaurus priscus Nopcsa 1911: = Loricatosaurus Stegosaurus longispinus Gilmore 1914: misschien jonger synoniem van S. armatus, misschien valide soort, = Stegosaurus altispinus Gilmore 1914 lapsus calami; = ?Kentrosaurus longispinus (Gilmore 1914) Olshevsky & Ford 1993, = Natronasaurus longispinus (Gilmore 1914) Ulansky 2014, = Alcovasaurus longispinus (Gilmore 1914) Galton & Carpenter 2016 Stegosaurus laticeps (Marsh 1881) Hennig 1915: nomen dubium, = Diracodon laticeps Marsh 1881 Stegosaurus crassus (Marsh 1888) Hennig 1915: nomen dubium, = Priconodon crassus Marsh 1888 Stegosaurus madagascariensis Piveteau 1926: nomen dubium Stegosaurus homheni (Dong 1973) Maidment, Norman, Barrett & Upchurch 2008: misschien valide soort, = Wuerhosaurus Dong 1973