De tijdlijn van de Lage Landen is een chronologische lijst van feiten en gebeurtenissen betreffende de Lage Landen, een gebied dat ongeveer de laagvlakte in Nederland, België en sommige aangrenzende streken beslaat, gelegen rond de grote rivieren van Noordwest-Europa die in de Noordzee en het Nauw van Calais uitmonden. Daarin vormden zich variërende eenheden onder respectievelijk Keltisch-Germaanse, en Romeinse invloeden. Vervolgens evolueerden zij onder impuls van de kerstening mee in grotere imperiums met een toenemend feodale structuur. De opkomst van de steden zorgde voor toename in rijkdom, maar ook verschuiving van de macht en versplintering. Pogingen tot centralisatie wisselden af met tendensen tot autonomie.

~55 v.Chr. thumb|Verdeling van Gallië rond 54 v.Chr. thumb|Standbeeld van Ambiorix in Tongeren. De Belgae worden van 57 tot 51 v.Chr. onderworpen door Julius Caesar. Wel vinden er nog opstanden tegen de Romeinse overheersing plaats tot de eerste eeuw na Chr. Het gebied van de Lage Landen tussen de Rijn en de Seine wordt nu Gallia Belgica, een Romeinse provincie. Daar ontstaan Romeinse nederzettingen. Julius Caesar komt min of meer door toeval in het gebied boven de Rijn terecht tijdens de Gallische Oorlog, waarbij hij de Germaanse Usipeti en Tencteren, waarschijnlijk in de buurt van OssArtikel van Omroep Brabant over opgravingen naar Caesars Slag bij Oss vrijwel uitroeit. Met zijn Commentarii Rerum in Gallia Gestarum maakt hij een einde aan de prehistorie in de Lage Landen, al zijn geschreven bronnen na de Romeinen in België en in Nederland schaars.

53 v.Chr. Een volledig Romeins legioen en 5 cohorten (alles tezamen zo'n 7200 soldaten) worden door de Eburonen onder leiding van Ambiorix bijna helemaal vernietigd. Ambiorix vormt terzelfder tijd een alliantie van alle andere Belgische stammen om zich collectief tegen de Romeinen te verzetten. Na zijn overwinning voegt zijn leger zich bij de Nervische strijdmacht en belegert Quintus Cicero's winterkamp.Caesar, Commentarii de bello Gallico De Romeinse strijd duurt een aantal jaren, maar tegen de negen legioenen van ongeveer 50.000 getrainde soldaten die Caesar naar Belgica stuurde zijn de Belgen uiteindelijk niet opgewassen. De stammen worden geleidelijk afgeslacht of verdreven en hun akkers systematisch platgebrand. De Eburonen verdwijnen vanaf dat moment volledig uit de geschiedenis. Ambiorix weet echter samen met enkele manschappen de Rijn over te steken naar Germanië, waarna hij spoorloos is. "...Horum omnium fortissimi sunt Belgae..." ("van al dezen zijn de Belgen de sterksten"), schrijft Caesar naar aanleiding van zijn ervaringen in zijn De Bello Gallico.

50 v.Chr. De Bataven, waarschijnlijk een afsplitsing van de Chatten, vestigen zich in het Rivierengebied (ruwweg de huidige Betuwe). Westelijk hiervan bevolken de Cananefaten het gebied in de delta tussen de mondingen van de Rijn en de Maas (het huidige Leiden, Den Haag, Rotterdam en het Westland). Ten noorden van de Rijn bevinden zich de Frisii.

27 v.Chr. thumb|Stammen langs de kustlijn, 150 na Chr. Octavianus wordt princeps van het Romeinse Rijk. De Germaanse stam van de Tungri wordt het voor een groot deel ontvolkte, vruchtbare gebied in Gallia Belgica (de Maasvallei en de Haspengouw) toegewezen, dat eerst toebehoorde aan de door Caesar grotendeels uitgeroeide Eburonen.

17 v.Chr. Het gebied tussen Rijn en Maas komt onder Romeins bestuur ten tijde van keizer Tiberius. Germania Inferior wordt bewoond door Germaanse stammen zoals de Cananefaten, Bataven, Sugambren (later Cugerni) en Ubiërs en beslaat het noordelijk en noordoostelijk gebied van Gallia Belgica. Er komen steeds meer Romeinse nederzettingen in dit gebied, ook tempels en thermen worden gebouwd.

15 v.Chr. thumb|Domburgs Nehalennia-altaar volgens Plaat 7 No. 15a van L.J.F. Janssen, De Romeinsche Beelden en Gedenksteenen van Zeeland, Leiden, 1845 Er ontstaan veel nieuwe plaatsen, waaronder Trier, Keulen, Tongeren en Doornik. Vaak hebben deze het achtervoegsel (i)acum of 'domein' (vb. in Cortoriacum), castra of 'kamp' (vb. in Kester), of castellum of 'kasteel' (vb. in Kassel). Deze plaatsen maar ook kleinere gemeenschappen (vici) worden een afzetgebied voor de producten van de Noord-Gallische landbouw en de inheemse ambachten. Zo ontstaat er een bloeiende handel met Italië en ook met de rest van Gallia wordt die steeds intensiever. Er zijn aanwijzingen van toenemende handel met Brittania, ook vanuit de Rijndelta. Het gaat vaak om zoutleveringen, een lekkernij voor de Romeinen die er doorlopend ettelijke tonnen van verbruiken. Aan de kust groeien de vissersdorpen en worden de oude zoutwinningsbedrijven van de Menapii gemoderniseerd. In Haspengouw ontstaan grote landbouwbedrijven (villae) en ook de textielnijverheid komt sterk opzetten en er worden grote kuddes schapen gehouden voor de wol. Paarden worden gefokt en verkocht door de Treveri. Andere economische activiteiten zijn houthakken, kolenbranden, ijzer-, zink-, en kalksteenwinning.

12 v.Chr. Drusus sluit een verdrag met de Bataven en de Cananefaten, zodat hun gebied nu deel uitmaakt van Gallia Belgica. Op het Insula Batavorum wordt een groot legerkamp gebouwd. Later zullen hier vlak bij een aantal nederzettingen gesticht worden die bij elkaar Oppidum Batavorum genoemd worden, mogelijk het latere Noviomagus.

10 v.Chr. thumb|Nieuwe goden doen hun intrede De oude Keltische baan Boulogne-Keulen (Chaussée Brunehaut), ook bekend als de Via Belgica, is, naast de rivieren, een belangrijke economische ader in de Lage Landen. Hij bestaat nog vooral uit sintels en wordt ook voor de Romeinen belangrijk. De soldaten leggen op delen ervan een heerweg aan. Tegelijk maken zij een aftakking noordoostwaarts via de nieuw gestichte stad Tongeren.

9 v.Chr. miniatuur|links|alt=Vexilloid of the Roman Empire Drusus overlijdt na een val van zijn paard ergens langs de Lippe, zij het na een zeer succesvolle veldtocht enkele jaren daarvoor. De Friezen hadden toen, aldus de latere Romeinse senator en geschiedschrijver Cassius Dio, eieren voor hun geld gekozen en met hun hulp had hij de Chauken bij de Eemsmonding verslagen. Hij had ook de Drususgracht en Drususdam laten aanleggen. Zijn hoofdkwartier had hij op het Kops Plateau ten oosten van het huidige Nijmegen.

~1 Het is niet duidelijk of veenlijken, zoals het meisje van Yde en het paar van Weerdinge, het gevolg zijn van mensenoffers of van de Germaanse rechtspraak. Het Romeinse leger heet in de provincia Germania Inferior "Exercitus Germaniae Inferioris" ("strijdkrachten van Neder-Germanië") op inscripties afgekort als EXGERINF. Het bestaat uit meerdere (tot vier) legioenen en Auxilia of hulptroepen. Van de Bataven en de Cananefaten samen zijn constant 5000 tot 6500 mannen in dienst. Daarvoor leveren de Cananefaten jaarlijks 24 nieuwe rekruten, de Bataven meer dan het tienvoud. Daarvan komen amper de helft terug als veteranen.Murrey (2005): p.83 Dat de meeste vrouwen niet met hun mannen mee op zending gaan, resulteert de facto in een sociaal gedomineerd Germania Inferior van vrouwen, kinderen en ouderen.Murrey (2005): p.87 "and the reality is that society in Germania Inferior was dominated by women, children and the elderly"

4 Princeps Augustus zegt toe dat Tiberius, de oudere broer van Drusus, zijn opvolger is. Deze heeft de veldtochten van zijn broer voortgezet, waardoor het gebied tussen de Rijn en de Elbe nu in handen is van de Romeinen. In 1996 wordt bij Vlaardingen een boemerang gevonden, waarschijnlijk van een Cananefaat.

9 De Friezen, Bataven en Cananefaten komen niet in opstand na de Romeinse nederlaag in de Slag bij het Teutoburgerwoud tegen Arminius. De eerste vermelding van de Cananefatenstam heeft betrekking op een ala Caninefas, een Cananefaatse ruitereenheid in Romeinse dienst.

14 thumb|De limes aan de Rijn Nadat Augustus overlijdt, breken er onlusten uit onder de Romeinse troepen. Germanicus weet deze te bezweren en de twee jaar daarna besteedt hij aan veldtochten tegen Arminius, geholpen door zijn Bataafse cohorten. Keizer Tiberius geeft Germanicus uiteindelijk in 16 opdracht de strijd in Germanië op te geven. De Rijn vormt nu de definitieve grens tussen het Gallische Rijk en Germanië. De Bataven dienen ook als de lijfwacht (corporis custos) van onder anderen Tiberius en de latere Nero.

28 Nadat Olennius onredelijke belastingen eist, komen de Frisii in opstand. De ala Caninefas, de Cananefaatse ruitereenheid in Romeinse dienst, vecht tegen de Frisii tijdens de Slag in het Baduhenna-woud. Daar lijden de Romeinen een nederlaag, waarna Olennius zich terugtrekt in het castellum Flevum. De opstand veroorzaakt paniek tot in Noviomagus. Dat weten we omdat iemand zijn geld in allerijl begroef en het nooit weer heeft gevonden. Uit het verslag van Tacitus van de gevechtshandelingen kunnen we opmaken dat ook de Cananefaten een gevoelig verlies lijden. Veel mannen sterven in de omgeving van castellum Flevum en het Baduhennawoud.

29 De Tolsumer Akte, gevonden in Friesland, is de oudste bewaarde geschreven tekst van de Lage Landen.

47 Corbulo brengt de vloot van de Chauken tot zinken. Dezen plunderen onder leiding van de Cananefatische oud-legionair Gannascus de kust van Gallia Belgica en Germania Inferior. De Rijn wordt door Claudius als limes vastgesteld, hoewel de Frisii onder Romeins bestuur blijven. De rivier geldt zowel als scheidingslijn tussen de gebieden, als bindend element, doordat deze transport en communicatie vereenvoudigt. Claudius verbiedt verdere veldtochten tegen de Germanen aan de andere kant van de Rijn, omdat hij de prioriteit geeft aan de invasie van Britannia. Corbulo laat dan maar het kanaal van Corbulo graven, een verbinding tussen de Maas en de Oude Rijn.

thumb|Paleogeografie van Nederland. Het Flevomeer krijgt in het noorden via het Vlie een verbinding met zee.

58 De Friese aanvoerders Malorix en Verritus worden Romeins staatsburger, maar moeten het stuk grond ten zuiden van de Rijn dat zij bezet hebben verlaten.

60 De ala Caninefas, de Cananefaatse ruitereenheid in Romeinse dienst, vecht in Britannia mee tegen de Iceni die onder leiding van de Keltische koningin Boudicca staan.

69 De legendarische priesteres-koningin Veleda moedigt een Bataafse Opstand aan waarvan zij de gunstige afloop voorspelt. Tijdens het machtsvacuüm van het Vierkeizerjaar na de dood van Nero wordt die Bataafse Opstand onder leiding van Julius Civilis uitgevoerd. Alle Romeinse vestingen en vestigingen in Germania Inferior en Gallia Belgica gaan in de vlammen op, inclusief Oppidum Batavorum en Tongeren. Ook vrouwen nemen deel aan de strijd.Romeinse geschiedschrijvers vertellen dat vrouwen mee met hun mannen naar het strijdfront trokken, hun gezicht blauw schilderden en hun tanden rood. Ze schaamden er zich niet voor hun lichaam te ontbloten om de preutse Romeinen een extra shock te geven. Hun gekrijs was op zich al angstaanjagend genoeg voor de Romeinse soldaten, het waren bovendien allemaal veel grotere vrouwen dan de Romeinen zelf waren. Diodorus Sicullus zegt hierover: “De Gallische vrouwen lijken niet alleen vanwege hun grote lichaamslengte op hun mannen, ze evenaren die ook in strijdgeest.” De Romeinen noemden deze manier van strijden “Furor”. Het begrip is zeker niet zonder verband met dat van de “Berserker”, de term voor in extatische razernij verkerende Keltische en Germaanse krijgers. Het jaar daarop wordt de opstand neergeslagen.

78 Onder Gnaeus Julius Agricola dienen Bataven in Britannia met eigen bevelhebbers, maar ook in Noricum en Raetia.

~89 thumb|Wegen en plaatsen in Germania Inferior Germania Inferior (met hoofdstad Keulen) krijgt de status van volwaardige Romeinse provincie, en wordt dus nu ook financieel onafhankelijk van Gallia Belgica, tijdens het bewind van keizer Domitianus. Dit blijft zo tot midden 3e eeuw.

121