thumb|Saddam Hoessein schudt Donald Rumsfeld, speciaal gezant van president Ronald Reagan, de hand op 20 december 1983. Saddam Hoessein Abdu al-Majid al-Tikriti (Arabisch: صدام حسين عبد المجيد التكريت) (Al-Auja, 28 april 1937 – Bagdad, 30 december 2006) was van 16 juli 1979 tot 9 april 2003 de vijfde president van Irak. Hij was een vooraanstaand lid van de Ba'ath-partij, die een mix van Arabisch nationalisme en Arabisch socialisme omhelsde, en speelde een belangrijke rol in de staatsgreep van 1968 die de partij aan de macht bracht.

Als vicepresident onder generaal Ahmad Hassan al-Bakr en op een moment waarop veel groepen in staat werden beschouwd om de regering omver te werpen, creëerde Saddam veiligheidstroepen waardoor hij de conflicten tussen de regering en de gewapende krachten in de hand hield. In de vroege jaren zeventig nationaliseerde Saddam olie en andere industrieën. De staatsbanken werden onder zijn controle geplaatst, waardoor het systeem uiteindelijk failliet ging. Gedurende de jaren zeventig cementeerde Saddam zijn gezag over de apparaten van de overheid. Het oliegeld hielp de Iraakse economie in een snel tempo te groeien. Machtsposities in het land werden bekleed door Arabische soennieten, een minderheid van 20% van de bevolking.

Saddam onderdrukte meerdere groeperingen, vooral sjiitische en Koerdische bewegingen die de regering omver wilden werpen, respectievelijk onafhankelijk wilden worden. Saddam behield de macht tijdens de Irak-Iranoorlog van 1980 tot 1988. In 1990 viel hij Koeweit binnen en plunderde hij dat land. Er kwam een internationale coalitie om Koeweit te bevrijden in de Golfoorlog van 1990-1991, maar die beëindigde niet Saddams bewind. Terwijl sommigen hem vereerden voor zijn agressieve houding tegen Israël, inclusief het vuren van raketten naar Israëlische doelen, werd hij alom veroordeeld om de wreedheid van zijn dictatuur.

In maart 2003 viel een coalitie van landen onder leiding van de VS en het VK Irak binnen om Saddam af te zetten, controversieel onder het vermoeden van massavernietigingswapens en banden met terroristen. Zijn Ba'ath-partij werd ontbonden en het land stapte over op een parlementair democratisch systeem. Saddam werd gevangen op 13 december 2003 en berecht onder de Iraakse interim-regering. Op 5 november 2006 werd hij in verband met de moord op 148 Iraakse sjiieten in 1982 veroordeeld tot de dood door ophanging. Het vonnis werd voltrokken op 30 december 2006.

Jeugd Saddam Hoessein werd in Irak geboren in het toen zeer arme dorp Al-Auja, nabij de stad Tikrit in de provincie Salah ad Din. Saddams officiële geboortedatum is 28 april 1937, maar aangezien de bevolkingsadministratie in die tijd zeer primitief was, is zijn werkelijke geboortedatum mogelijk enkele jaren eerder of later.Con Coughlin (2002): Saddam. Biografie van een dictator, Het Spectrum, Utrecht, blz. 24.

Zijn vader verliet het gezin voordat Saddam werd geboren. Saddam werd naar eigen zeggen mishandeld door zijn stiefvader. Hij mocht niet naar school en bracht zijn vroege jeugd als schaapherder door. Vanaf zijn tiende werd hij opgevoed door zijn xenofobe oom Khairullah Talfah, een van de weinige geletterden in Tikrit en auteur van het pamflet Drie dingen die God niet had moeten scheppen: Perzen, joden en vliegen.

Behalve door zijn oom werd de jonge Saddam tot politiek activisme geïnspireerd door Nassers panarabisme. Veel van Saddam Hoesseins latere vertrouwelingen waren familie- of stamleden uit de regio rond Tikrit.

Politieke activiteit en opkomst In 1957 werd Saddam lid van de Arabisch socialistische Ba'ath-partij. In hetzelfde jaar pleegde hij zijn eerste politieke moord; hij liquideerde zijn zwager, een communistische activist.

In 1959 werd Saddam Hoessein, na een mislukte poging tot liquidatie van de Iraakse premier Abdul Karim Qassem, bij verstek ter dood veroordeeld, waarna hij onderdook in het dorpje Ad-Dawr (Adwar) en vervolgens via Syrië naar Egypte vluchtte.

Een deel van zijn opleiding ontving Saddam, door bemiddeling van Nasser (met wie hij in Egypte kennis maakte), aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Caïro. Na de 14e Ramadanrevolutie van 8 februari 1963 keerde hij naar Irak terug.

Saddam werd na een machtswisseling gevangengezet, maar wist de gevangenis in 1967 te ontvluchten. In 1968 deed hij actief mee aan de geweldloze coup door de Ba'ath-partij. In datzelfde jaar studeerde hij af in rechten aan de Universiteit van Bagdad. Hij werd prompt benoemd tot vicevoorzitter van de Revolutionaire Commandoraad en was vanaf 1973 generaal in de krijgsmacht. Gedurende deze tijd was hij ondanks zijn zeer jonge leeftijd de werkelijke machthebber in Irak.

Aan de macht In 1978 brak de Iraanse Revolutie uit, die evolueerde van een brede volksopstand tot een religieus revolutionair bewind dat trachtte te appelleren aan alle moslims ter wereld. Wellicht was dit de katalysator die Saddam Hoessein ertoe bracht de macht geheel naar zich toe te trekken. In 1979 kondigde president Ahmad Hassan al-Bakr (op 65-jarige leeftijd) zijn aftreden aan, vrijwel zeker hiertoe geprest door Saddam Hoessein. Saddam kon zich nu, op 42-jarige leeftijd, zowel het voorzitterschap van de partij als het presidentschap toe-eigenen. Hierna volgde een grote zuivering van de partij, waarbij Saddam Hoessein de namen van personen op televisie opnoemde, waarna ze door veiligheidsbeambten de zaal uit werden geleid, waarschijnlijk gevangenschap en de dood tegemoet.Saddam Hussein - the Truth (documentaire)

Saddam's persoonlijke leven werd gekenmerkt door seksuele perversiteit, wreedheid en sadisme. Vele vrouwen liet hij op straat oppakken voor zijn persoonlijke genoegens en die vonden na verkrachting vaak ook de dood. Hij was met meerdere vrouwen gehuwd. Zijn zonen Oedai en Koesai volgden zijn levensstijl.

De staatsgreep van 1968 was hoogstwaarschijnlijk gesteund of goedgekeurd door de Amerikanen, die zich zorgen maakten over de Iraakse vriendschap met de Sovjet-Unie. Saddam Hoessein wist van 1968 tot 1990 beide grootmachten tegen elkaar uit te spelen. Hij onderdrukte de communistische partij in Irak, maar sloot wel een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie. Verder bekritiseerde hij ook het Amerikaanse 'imperialisme', maar accepteerde wel Amerikaanse hulp in de Irak-Iranoorlog.

Saddam verkreeg de absolute macht in Irak en benoemde leden van zijn Al-Tikriticlan op bijna alle belangrijke posten in zijn regering. Hij overleefde tal van couppogingen en aanslagen. Ter consolidatie van zijn macht liet hij veel opponenten ombrengen, waaronder leden van zijn eigen familie. Een uitgebreid veiligheids- en inlichtingensysteem, de geheime politie en zeer waarschijnlijk het gebruik van dubbelgangers, hebben hem behoed voor liquidatie.

Onder zijn dictatoriale regime gebruikte hij de oliereserves om van zijn land een belangrijke regionale militaire macht te maken. Tijdens dit regime werden de Koerden, die vooral in het noorden van het land wonen, zwaar onderdrukt. In totaal werden naar schatting 200.000 Koerden vermoord door middel van conventionele en chemische wapens, alsmede dodenmarsen waarbij mensen werden uitgebuit en verhongerd.

Tegen de tijd van zijn dood waren er een paar boeken gepubliceerd onder zijn naam (hoewel zijn werkelijke bijdrage twijfelachtig was), inclusief meerdere romans. Saddam Hoessein was gehuwd met Sajida Talfah. Het echtpaar heeft drie dochters, Raghat, Rana en Chrisnia en had twee zonen. De echtgenoten van twee dochters werden vermoord door aanhangers van Saddam, nadat zij in ongenade vielen bij hun schoonvader. Beide zonen - Oedai Saddam Hoessein, die de post van minister van defensie bekleedde, en Koesai Hoessein - kwamen om in een vuurgevecht met VS-troepen in Mosoel.

Irak-Iranoorlog Iran vormde ondertussen nog steeds een bedreiging. In 1980 besloot Saddam Hoessein met deze dreiging af te rekenen door een oorlog tegen Iran te beginnen. Hij hoopte een aantal grenscorrecties in zijn voordeel te verkrijgen, maar bovenal wilde hij export van de Islamitische Revolutie verhinderen. Ook meende hij Iran makkelijk te kunnen verslaan nu het land na de revolutie in chaos verwikkeld was. Formeel was het twistpunt de grenslocatie met betrekking tot de Sjatt al-Arab, de samenloop van de Eufraat en de Tigris naar de Perzische Golf.

Saddam Hoessein zag zich gesteund door de Arabische Golfstaten die eveneens beducht waren voor Iraanse overheersing. Ook de Verenigde Staten en andere Westerse mogendheden gaven de voorkeur aan de seculiere Saddam Hoessein boven het islamitische Iraanse bewind. Hoewel Saddam Hoessein de internationale opinie derhalve goed had ingeschat, had hij zich verkeken op de militaire situatie, met name de geografie en de wil tot verzet van Iran. Wat begon als een invasie mondde uit in een afmattende loopgravenoorlog die 8 jaar zou duren.

Saddam Hoessein werd in de oorlog materieel en politiek gesteund door de Verenigde Staten. Saddam zette in deze oorlog verschillende chemische massavernietigingswapens in (bevestigd door inspecteurs van de Verenigde Naties). De grondstoffen en blauwdrukken voor de productiefabrieken had Saddam Hoessein verkregen van het Westen, dat de aanvallen weliswaar veroordeelde, maar verder niets deed. De Arabische Golfstaten verschaften Irak leningen waarmee het op de internationale wapenmarkt tevens conventionele wapens kon kopen. Aan het eind van de oorlog stond Saddam Hoessein er feitelijk beter voor dan aan het begin. Zijn troepen hadden veel minder verliezen geleden dan die van Iran en zijn leger was sterk gemoderniseerd en tot de tanden toe bewapend. Slechts door pure mankracht had Iran zich staande kunnen houden. In 1988 kwam het ten slotte tot een wapenstilstand tussen beide landen.

Eerste Golfoorlog Na de Irak-Iranoorlog was Irak weliswaar goed bewapend, maar zat het economisch aan de grond. De olieprijs was echter laag en bleef laag door overproductie van Koeweit, waardoor Irak inkomsten misliep. Bovendien wilde Irak graag dat de schulden aan met name Koeweit en Saoedi-Arabië zouden worden kwijtgescholden. Deze landen wilden hier echter niets van weten. Verder beschuldigde Irak Koeweit ervan aardolie te stelen uit bronnen in het grensgebied door vanaf de Koeweitse zijde schuin naar beneden te boren. De voorwaarden voor een nieuw conflict waren aldus gelegd: Irak had dringend geld nodig om de economie te herstellen en de leningen terug te betalen, maar voelde zich hierin gefnuikt door de Arabische staten en met name Koeweit, terwijl dit laatste land door overproductie de olieprijs drukte en bovendien Iraakse olie zou stelen. Verder meende Irak een historische claim op Koeweit te hebben omdat dit in de Ottomaanse tijd deel uitmaakte van de Ottomaanse provincie Basra.

In augustus 1990 bezette Irak Koeweit in een korte invasie die twee dagen duurde. Deze keer had Saddam Hoessein de juiste militaire inschatting gemaakt (Koeweit was inderdaad militair zwak), maar een verkeerde inschatting van de internationale opinie. Hij hoopte dat de Amerikanen en andere Arabische staten de invasie wel wat over hun kant zouden laten gaan zolang de olie-export maar in stand zou blijven. Er was nu echter geen andere grote mogendheid meer om Irak te steunen en Saddam Hoessein had de internationale reactie volkomen verkeerd ingeschat. In rap tempo werd Irak economisch en diplomatiek geïsoleerd, werden import- en exportsancties opgelegd en vormde zich onder leiding van de VS een coalitie die in Saoedi-Arabië een door generaal Norman Schwarzkopf geleide invasiemacht begon op te bouwen. De enige partijen met enige sympathie voor de Iraakse zaak waren Jemen, de PLO en Jordanië. Pogingen om met deze landen een Arabisch front te vormen en de oorlog te presenteren als een Arabische oorlog tegen de Amerikaanse 'imperialisten' faalden echter.