Mariano Ricafort Palacín (Huesca, 20 november 1776 – Madrid, 16 oktober 1846) was een Spaans militair en koloniaal bestuurder. Martínez was van 1825 tot 1830 gouverneur-generaal van de Filipijnen. Nadien was Ricafort kapitein-generaal van Cuba (1832-1834), van Galicië (1837) en van de Canarische Eilanden (1840). Ook was Mariano Ricafort lid van de Spaanse Raad van Indië.

Vroege levensloop en militaire carrière Mariano Ricafort werd geboren op 20 februari 1776 in Huesca als zoon van José Ricafort en Juana Palacín. Hij trad op 6 juli 1793 in militaire dienst en nam deel aan de oorlog tegen revolutionair Frankrijk, ook wel bekend als de pyreneeënoorlog onder leiding van de Spaanse generaal Antonio Ricardos. Vanwege zijn verdiensten in deze oorlog werd hij bevorderd tot tweede luitenant. In de daaropvolgende jaren maakte hij carrière binnen het Spaanse leger en vocht hij onder meer in de Sinaasappeloorlog en de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, waarbij hij tegen het einde van deze laatste oorlog de rang van kolonel bereikte.

In 1815 werd Ricafort als kolonel uitgezonden naar Spaans-Amerika als onderdeel van de expeditie onder leiding van Pablo Morillo, met als doel de onafhankelijkheidsbewegingen in Venezuela en Nieuw-Granada te onderdrukken. Vervolgens werd hij ingezet in het onderkoninkrijk Peru, waar hij diende in het koninklijke leger en betrokken was bij de militaire campagnes in Opper-Peru.

In 1816 werd hij benoemd tot gouverneur-intendant van La Paz. Tijdens zijn bestuur trad hij hard op tegen vermeende sympathisanten van de onafhankelijkheidsbewegingen, waarbij talrijke arrestaties en executies plaatsvonden. Tevens confisqueerde hij bezittingen van opstandelingen om de royalistische oorlogsinspanningen te financieren.

Na zijn periode in La Paz bleef Ricafort militair actief in de regio en nam hij deel aan operaties tegen opstandige troepen in gebieden van het huidige Bolivia en het noorden van Argentinië. In 1821 kreeg hij de opdracht om opstanden in het binnenland van Peru te onderdrukken. Tijdens deze campagnes raakte hij herhaaldelijk gewond, wat uiteindelijk leidde tot blijvende fysieke beperkingen en het einde van zijn actieve militaire loopbaan. Kort daarna keerde hij terug naar Spanje.

Gouverneur-generaal van de Filipijnen In maart 1824 werd Ricafort benoemd tot speciaal politiecommissaris van Aranjuez tijdens het verblijf van de koning en koningin op het Koninklijk Paleis van Aranjuez. Het jaar erop werd hij bevorderd tot veldmaarschalk en benoemd tot Gouverneur-generaal van de Filipijnen. Na aankomst in Manilla nam Ricafort op 14 oktober 1825 het bewind over van zijn voorganger Juan Antonio Martínez. (1894), Historia General Filipinas: desde el descubrimiento de dichas islas hasta nuestros días, Vol II, p.487, Madrid : Imprenta y Fundición de Manuel Tello / Est. Tip. de la Viuda é Hijos de Tello link (1903), The Philippine Islands, 1493-1803, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, Vol. 51, p.49

Op zijn reis naar de Filipijnen bracht Ricafort een portret van koning Ferdinand VII mee. Het portret was een geschenk van de Spaanse koning aan de Filipijnse kolonie. De gemeenteraad (Ayuntamiento) besloot hierop om van 19-25 december de aankomst van deze beeltenis te vieren met een ceremonie en festiviteiten, alsof de koning zelf in Manilla was gearriveerd. De extravagante uitgaven van ongeveer 1600 pesos voor deze festiviteiten zouden (5 jaar) later veroordeeld door de Spaanse regering en maatregelen werden genomen om ervoor te zorgen dat dit in de toekomst niet vaker zou gebeuren.

Conform het koninklijk besluit van 14 september 1824 werd Ricafort naast gouverneur-generaal en kapitein-generaal ook de superintendant (hoofdtoezichthouder op de financiën van de kolonie). Hierdoor ontstond de vreemde situatie dat er twee hoogste financiële functionarissen in de Filipijnen actief waren. Middels een decreet op 7 januari 1826 beperkte hij daarop de bevoegdheden van de intendant Luis Urréjola tot hoofdzakelijk administratieve en rapporterende taken, in afwachting van goedkeuring door de Spaanse regering.

Ricafort kreeg net als zijn voorgangers te maken met steeds terugkerende aanvallen door moslimpiraten uit het zuiden van de Filipijnen. Ondanks recente successen in de verdediging van een deel van het centraal gelegen het eiland Cebu onder leiding van de Agustijnse pastoor Julián Bermejo, slaagden de Spanjaarden er in die tijd nog niet in om de dreiging van deze aanvallen van deze moro's te neutraliseren. (1894), Historia General Filipinas: desde el descubrimiento de dichas islas hasta nuestros días, Vol II, p.503-505, Madrid : Imprenta y Fundición de Manuel Tello / Est. Tip. de la Viuda é Hijos de Tello link In 1827 zond Ricafort een expeditie, bestaande uit twintig schepen en vijfhonderd soldaten, naar het zuiden van de Filipijnse kolonie op daar de moro's te bestrijden. De moslimstrijders wisten de aanval af te slaan, maar de Spanjaarden brachten hen wel veel schade toe door het platbranden van nederzettingen langs de kust van de Baai van Illana. (1903), The Philippine Islands, 1493-1803, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, Vol. 51, p.50 (1894), Historia General Filipinas: desde el descubrimiento de dichas islas hasta nuestros días, Vol II, p.508, Madrid : Imprenta y Fundición de Manuel Tello / Est. Tip. de la Viuda é Hijos de Tello link

Het was gouverneur-generaal Ricafort die een einde maakte aan de Dagohoy-opstand in de heuvels van Bohol. Deze opstand onder leiding van Francisco Dagohoy was begonnen in 1744 en duurde dus al meer dan 80 jaar bij het begin van zijn termijn als gouverneur. (1903), The Philippine Islands, 1493-1803, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, Vol. 51, p.13 In 1827 werd de dreiging voor de dorpen in Bohol die nog loyaal waren aan de Spanjaarden zo groot dat Ricafort zich gedwongen zag om in te grijpen. In 1827 stuurde hij een eerste expeditie van zo'n 2.200 mannen onder leiding van de alcalde mayor van Cebu. De opstandelingen trokken zich na een treffen in Caylagan, in Danao terug in het Boasa-gebergte, waar ze zich verschansten. Een tweede en grotere expeditie van zo'n 6000 manschappen en artillerie vertrok in april 1828 onder leiding van kapitein Manuel Sanz. Deze expeditie wist uiteindelijk op 31 augustus 2029 een einde te maken aan de opstand. De manschappen die bij deze expedities waren ingezet waren deels Spaans, maar grotendeels waren het Filipijnse troepen uit Bohol en het naburige Cebu. (1903), The Philippine Islands, 1493-1803, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, Vol. 51, p.50-51 (1975), The Philippines: A Past Revisited, Vol. 1, p.102-105, Manila

Omdat zijn gezondheid achteruitging, verzocht hij in februari 1829 om overplaatsing, wat in december van datzelfde jaar werd toegekend. Een jaar later kwam er een einde aan het bewind van Ricafort in Manila. Op 23 december 1830 nam zijn opvolger Pascual Enrile het bestuur over de kolonie over.

Latere loopbaan en overlijden Na zijn terugkeer uit de Filipijnen bekleedde Ricafort nog verschillende hoge militaire en bestuurlijke functies binnen het Spaanse koninkrijk. Op 15 mei 1832 volgde hij Francisco Dionisio Vives op als gouverneur en kapitein-generaal van Cuba. Tijdens zijn bewind ontstonden politieke spanningen door de terugkeer van liberale ballingen na de afkondiging van een amnestie. Ook werd Cuba in 1833 getroffen door een zware cholera-epidemie, waardoor het leven op het eiland gedurende enige tijd vrijwel tot stilstand kwam en waarbij alleen al in Havana duizenden doden vielen. In september 1833 overleed koning Ferdinand VII. De opvolgingscrisis die daarop volgde mondde uit in de Eerste Carlistenoorlog. In het kader van de politieke herschikkingen onder de regering van premier Francisco Martínez de la Rosa werd Ricafort op 7 maart 1834 vervangen door Miguel Tacón y Rosique.

Ricafort kampte nadien opnieuw met gezondheidsproblemen. Daarom verbleef hij geregeld in Bordeaux, waar hij zich liet behandelen door gerenommeerde artsen. Daarnaast reisde hij meerdere keren naar Extremadura, en meer specifiek naar Oliva de Mérida en het kuuroord van Alange, omdat hij daar eigendommen bezat en hoopte te herstellen, dankzij de beroemde thermale baden van Alange, die al sinds de Romeinse tijd bekendstaan om hun geneeskrachtige werking. Na zijn terugkeer uit Cuba bleef hij actief in dienst van de Spaanse kroon tijdens de onrustige periode van de Eerste Carlistenoorlog. In 1837 werd hij benoemd tot kapitein-generaal van Galicië, waar hij verantwoordelijk was voor het handhaven van de orde tijdens verschillende militaire opstanden. Hij stond politiek dicht bij koningin-regentes Maria Christina van Bourbon-Sicilië en onderhield goede relaties met conservatieve en royalistische kringen.

Na zijn ontslag als kapitein-generaal van Galicië in 1838 keerde Ricafort terug naar Madrid. Wegens zijn zwakke gezondheid vroeg hij later om een nieuwe benoeming in de Spaanse kolonies, zoals Cuba, Puerto Rico of de Filipijnen, waar hij eerder lange tijd had gediend. Daarbij verwees hij naar zijn militaire ervaring in Amerika en Azië, maar ook naar de financiële verliezen en gezondheidsproblemen die hij tijdens zijn koloniale loopbaan had opgelopen. In zijn laatste jaren verbleef hij regelmatig in kuuroorden zoals Alange en reisde hij opnieuw naar Bordeaux voor medische behandeling. In 1840 werd hij benoemd tot kapitein-generaal van de Canarische Eilanden.

Ricafort overleed in 1846 op 69-jarige leeftijd in de Spaanse hoofdstad Madrid. Hij was getrouwd met Antonia Paula Sánchez de Lima. Tijdens zijn militaire carrière ontving hij verschillende onderscheidingen, waaronder het Grootkruis in de Orde van Isabella de Katholieke en de Orde van Sint-Hermenegildus.

Bronnen en referenties Bronnen (1922), Malacañang, residence of the Governor - General: a historical resumé of the Palace under Spanish and American sovereignty in the Philippine Islands. Manila: Philippine Education Co. (1950), Encyclopedia of the Philippines, 3 ed. Vol IV. Manila: E. Floro Biografie Mariano Ricafort, Real Academia de la Historia (geraadpleegd op 28 januari 2026) (1958), Un oscense casi olvidado: Mariano Ricafort Palacín, Argensola, nr. 36, pp. 265-302

Referenties

Categorie:Spaans gouverneur-generaal van de Filipijnen Categorie:Spaans militair