Laura Batstra (Leeuwarden, 29 juli 1973) is een Nederlands psycholoog en hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Zij richt zich op de medicalisering van gedrags-, onderwijs- en maatschappelijke problemen, in het bijzonder bij kinderen. Zij is bekend vanwege haar kritische bijdrage aan het debat over ADHD en psychiatrische diagnostiek.
Levensloop
Opleiding en promotie Batstra deed in 1992 eindexamen aan het Stedelijk Gymnasium Leeuwarden. Zij studeerde psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en rondde deze studie in 1997 cum laude af, met specialisaties in de klinische psychologie, sociale psychologie en arbeids-, organisatie- en personeelspsychologie.
In 1998 werd Batstra aangesteld als onderzoeker in opleiding bij de afdeling Sociale Psychiatrie van het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG, het huidige UMCG). Zij verrichtte daar promotieonderzoek naar de invloed van geboorteomstandigheden op latere mentale gezondheid. Dit resulteerde in het proefschrift Difficult birth, difficult life? waarop ze in 2004 aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde bij Jan Neeleman, Mijna Hadders-Algra en Hans Ormel .
Klinische praktijk Vanaf 2000 combineerde Batstra haar aanstelling bij de afdeling Psychiatrie van het AZG met werkzaamheden in diverse projecten op het gebied van indirecte patiëntenzorg bij de afdeling Psychosociale Begeleiding. In 2003 kreeg zij daarnaast een aanstelling bij de afdeling Gynaecologie, waar zij meewerkte aan de ontwikkeling van een zorgprogramma voor een vernieuwde polikliniek seksuologie.
Van april 2005 tot april 2010 werkte Batstra als behandelend psycholoog en gedragswetenschapper bij Accare, Universitair Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie, locatie Groningen. Zij begeleidde kinderen en ouders met ontwikkelings-, gedrags- en emotionele problematiek en ontwikkelde een intensief thuisbehandelprogramma voor gezinnen van kinderen met ADHD en oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (Engels: oppositional defiant disorder, ODD). In 2009 werd door ZonMw subsidie toegekend voor onderzoek naar de effectiviteit van dit programma.
Academische loopbaan In 2010 verliet Batstra de klinische praktijk vanwege haar bezwaren tegen wat zij beschouwde als overdiagnostiek en overbehandeling van kinderen en keerde terug naar de RUG, bij de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, eerst als postdoctoraal onderzoeker en vervolgens als universitair docent (2012-2014), universitair hoofddocent en (na 2020) adjunct-hoogleraar Orthopedagogiek. Haar leeropdracht richt zich op de medicalisering van gedrags-, onderwijs- en maatschappelijke problemen.
Batstra leidt de onderzoeksgroep Druk & Dwars (Engels: Wild & Willful). Hierin wordt ondersteuning voor ouders en leerkrachten van druk en dwars gedragende kinderen ontwikkeld en onderzocht in een pre-diagnostische fase, zonder gebruik van psychiatrische labels uit het handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Het project ontving subsidie voor het organiseren van kinderfeestjes voor de hele klas en het Festival Apaart. Op deze manier wordt getracht sociale uitsluiting te voorkomen en meer tolerantie te creëren voor mensen die 'anders' zijn. Ze trad diverse malen op als copromotorZe was co-promotor bij Dorijn Wubs (A story of stories: The impact of caring for a foster child with a history of sexual abuse on family life, 2018), Sanne te Meerman (ADHD and the power of generalization: Exploring the faces of reification, 2019)en Maruschka Sluiter (Wild and willful: Shifting perspective and approach towards ADHD, 2021).
Samen met de Amerikaanse psychiater Allen Frances ontwikkelde Batstra het concept Stepped Diagnosis, een gefaseerde benadering van diagnostiek die overdiagnose moet voorkomen zonder het risico op onderbehandeling te vergroten. Allen Frances was nauw betrokken bij de ontwikkeling van enkele behandelingsmethoden (DSM-III en DSM-IV), maar waarschuwde later voor de gevolgen van diagnostische verruiming, onder meer bij ADHD.
Op 25 november 2025 gaf Batstra de veertiende Mulock Houwer-lezing, genaamd 'Ruimte maken voor verschillen'. Hierin pleitte ze voor een contextgerichte benadering van mentale problemen bij een kind, zonder diagnostische labels.
ADHD-debat Batstra is een criticus van de medische interpretatie van ADHD. Zij heeft zich herhaaldelijk kritisch uitgelaten over de interpretatie, diagnostisering en behandeling van deze stoornisclassificatie. Zij stelt dat ADHD geen ziekte of neurobiologische stoornis is, maar een naam voor gedragskenmerken die in een maatschappelijke context problematisch kunnen zijn, en waarschuwt tegen wat zij "stoornisdenken" en overdiagnostiek noemt.
Boeken Batstra schreef het boek Hoe voorkom je ADHD? door de diagnose niet te stellen (2012). In 2017 bracht ze de herziening van dit boek ADHD: Macht en Misverstanden uit. In haar boeken stelt Batstra dat ADHD een beschrijvende term is voor problematisch gedrag in een bepaalde context, en geen ziekte die een directe oorzaak vormt van dat gedrag. Volgens haar bestaat het risico dat de diagnose wordt gezien als verklaring, waardoor onderliggende en contextuele factoren onvoldoende worden meegenomen.
Batstra wijst erop dat neurobiologische verschillen tussen groepen met en zonder ADHD uitsluitend op groepsniveau zijn vastgesteld en niet toepasbaar zijn op individueel niveau. Er bestaat volgens haar geen objectieve test of eenduidig biologisch kenmerk voor ADHD. Zij bekritiseert het presenteren van dergelijke groepsverschillen als individuele hersenafwijkingen in onderwijs en voorlichting.
Daarnaast plaatst Batstra de toename van ADHD-diagnoses in een maatschappelijke context, waarin hogere eisen aan kinderen worden gesteld op het gebied van schoolprestaties en zelfregulatie. Zij betoogt dat verschillen in functioneren niet automatisch als afwijkingen moeten worden beschouwd.
Ten aanzien van behandeling stelt Batstra dat medicatie ADHD-gedrag tijdelijk kan verminderen, maar dat er geen overtuigend bewijs is voor langdurige voordelen. Zij pleit voor een stapsgewijze benadering, waarbij eerst opvoed- en onderwijsondersteuning wordt ingezet en psychiatrische diagnostiek en medicatie pas volgen wanneer deze onvoldoende effect hebben.
In de media Ook in de media heeft Batstra zich herhaaldelijk uitgesproken over ADHD en andere stoornislabels. Ze uit kritiek op media en wetenschappelijke berichtgeving waarin ADHD wordt gepresenteerd als een hersenziekte. Zij noemt dergelijke conclusies "misleidend" en stelt dat zij kunnen bijdragen aan stigmatisering. Volgens Batstra hangt de toename van het voorschrijven van ADHD-medicatie samen met het dominante ziektebeeld dat rond ADHD is ontstaan, waarbij zij de farmaceutische industrie aanwijst als een belangrijke actor in de verspreiding van deze visie.
Batstra wijst op de sterke stijging van het gebruik van methylfenidaat (onder andere Ritalin) sinds 2006 en benadrukt dat dit middel lange tijd door registratieautoriteiten, waaronder het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), werd afgekeurd voor gebruik bij volwassenen vanwege beperkte werkzaamheid en mogelijke gezondheidsrisico's. In Nederland werd het middel desondanks aanbevolen in de Richtlijn ADHD bij volwassenen (2015) van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Batstra stelt dat lobby vanuit de farmaceutische industrie en aan haar gelieerde psychiaters heeft bijgedragen aan zowel de verruiming van de ADHD-diagnosecriteria in de DSM-5 als aan richtlijnen die het off-label voorschrijven van methylfenidaat aan volwassenen legitimeerden.
Daarnaast uit Batstra specifieke kritiek op ADHD-diagnoses bij (jonge) vrouwen, die volgens haar relatief vaak gepaard gaan met medicamenteuze behandeling. Zij stelt dat hierbij onvoldoende aandacht is voor maatschappelijke en sociale verwachtingen waaraan vrouwen moeten voldoen, en dat vrouwen hierdoor ten onrechte als individueel tekortschietend worden geclassificeerd wanneer zij niet aan deze eisen kunnen voldoen.
Batstra spreekt zich ook uit tegen de wijze waarop ADHD wordt beschreven op sociale media en in online zelftests. Volgens haar gaat het daarbij vaak om algemeen herkenbare kenmerken die niet behoren tot de officiële classificatie, waardoor de diagnose wordt gebagatelliseerd. Zij stelt dat dergelijke zelftests ongeschikt zijn voor klinische diagnostiek. Ook uitte ze publiekelijk kritiek op de wijze waarop ADHD in kinderboeken wordt weergegeven. Gedragsproblemen zouden hierin voornamelijk worden toegeschreven aan het kind zelf en aan vermeende afwijkingen in het functioneren van de hersenen. Verder waarschuwt zij voor vroegsignalering van psychische problemen bij jongeren, omdat klachten volgens haar ook kunnen samenhangen met ontwikkelingsfasen zoals de puberteit. Het vroeg labelen van dergelijke klachten kan jongeren het idee geven dat deze problemen blijvend zijn.
Reacties Critici stellen dat Batstra ADHD niet serieus neemt, ouders als schuldige van het ADHD-gedrag aanwijst en stelt dat ADHD niet bestaat. De auteur van een boek over psychiatrische diagnoses, Malou van Hintum, uitte in een opiniestuk bijvoorbeeld kritiek op Batstra's stelling dat de diagnose vaak onterecht wordt gesteld en dat ADHD grotendeels een construct is van maatschappelijke verwachtingen. Van Hintum betoogt dat ADHD een reëel en belastend probleem is voor kinderen en hun omgeving, dat niet kan worden gereduceerd tot opvoedingsproblemen of medicalisering van normaal gedrag. Zij stelt dat maatschappelijke veranderingen, zoals hogere eisen in het onderwijs, hebben bijgedragen aan het zichtbaarder worden van ADHD, zonder dat dit het bestaan ervan ontkent. Batstra heeft deze kritiek weersproken en stelt dat haar standpunten onjuist zijn weergegeven.
Volgens anderen gaat Batstra te ver door ADHD volledig los te koppelen van neurobiologische processen. Volgens onderzoek zou ADHD een aangeboren eigenschap zijn die samenhangt met verschillen in hersenfunctie, waaronder een verstoorde energievoorziening van neuronen en wisselende alertheid. Volgens deze visie is ADHD geen stoornis in strikte zin, maar ook niet louter een gedragslabel. Er wordt gepleit voor een middenweg tussen het medische ziektemodel en volledige ontkenning van ADHD, om zowel stigmatisering als het onthouden van mogelijke behandeling te voorkomen.
Batstra’s standpunten hebben in de publieke en wetenschappelijke discussie brede aandacht gekregen. Haar kritiek op het biomedische en neurobiologische verklaringsmodel van ADHD sluit aan bij die van andere wetenschappers en denkers, onder wie hoogleraar psychiatrie Jim van Os, hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, psychiater Thomas Szasz en wetenschapsfilosoof Trudy Dehue, die allen vraagtekens plaatsen bij het stoornisdenken binnen de psychiatrie en de conceptualisering van ADHD.Tegelijkertijd riepen Batstra’s publicaties en publieke optredens ook tegenreacties op van professionals en ouders. Zo uitten ouderorganisaties, waaronder Balans, zorgen dat haar kritiek zou kunnen bijdragen aan het ontkennen of bagatelliseren van de problemen van kinderen met concentratie- en gedragsproblemen en daarmee aan verminderde erkenning en toegang tot hulp. Ook kinder- en jeugdpsychiaters waarschuwden voor een polariserende werking van het debat, waarbij volgens hen het risico bestaat dat ouders en kinderen tegenover elkaar komen te staan in een tegenstelling tussen 'erkenners' en 'ontkenners' van ADHD. Batstra's publicaties over ADHD-diagnostiek en -classificatie hebben daarmee zowel steun als weerstand opgeroepen en hebben in het publieke debat soms sterke emotionele reacties uitgelokt, met name van ouders die zich door haar kritiek persoonlijk geraakt voelden.
Waardering