thumb|Tyl Uilenspiegel (1949) Madeleine Christine Forani, geboren Madeleine Lucie Antoinette Bonnecompagnie (Aarlen, 22 juni 1916 – Thailand, 16 januari 1976), was een Belgisch beeldhouwer, verzetsstrijder en ondernemer.Paul Piron (2016) De Belgische beeldende kunstenaars van de 19e tot de 21e eeuw. Brussel: Ludion. . p. 983.Cor Engelen en Mieke Marx (2002) Beeldhouwkunst in België vanaf 1830. Brussel: Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën, Studia 90. Volume II, p. 725.

Leven en werk Madeleine Bonnecompagnie werd geboren in Aarlen als enige dochter van gym- en dansleraar Nestor François Joseph Bonnecompagnie (1885-1970)Overlijdensannonce Nestor Bonnecompagnie, Le Peuple, 11 juli 1970, p. 3. en Lucie Alice Andréa Buchet.Actes de naissance/baptême, Arlon (Luxembourg), Visualisation d'actes d'Etat-Civil de la Région FAMENNE-ARDENNES et Gaume-Lorraine Belge. Het gezin verhuisde naar Brussel, waar haar ouders een school voor gym en dans hadden. Tijdens haar jeugd was Bonnecompagnie veel ziek en kreeg ze privéonderwijs.Dirk De Caluwé, "Christine Forani-Bonnecompagnie en haar creatie op de Albert I-square", in Kuregem. Deel 3. Verzet en deportatie, september 2014. . Ze studeerde aanvankelijk archeologie, maar maakte de overstap naar de kunst en was aan de Brusselse Academie een leerling van Marnix D'Haveloose.E. Benezit (1970) Who's Who in Art. Havant, Hants: The Art Trade Press Ltd. Ze ontwikkelde zich tot beeldhouwer. Bonnecompagnie trouwde met de Italiaanse zakenman, baron Antonio Forani (1907-1966),Antonio Vincenzo Giovanni Forani (Alexandrië, 23 augustus 1907 – Ukkel, 5 juni 1966) werd geboren in Egypte, uit Italiaanse ouders, als zoon van Ranieri Forani en Ludmilla Maria Vianelli. Hij werd in 1939 genaturaliseerd tot Belg. Hij wordt ook vermeld als Antoine of Anthony Forani. uit dit huwelijk werden twee dochters geboren. Forani was in de jaren 1930 betrokken bij een aantal radio-elektrische bedrijven en directeur van Radio-Crédit,Zie "Chronologisch overzicht van de voornaamste radio-elektrische bedrijven en handelaars in de jaren dertig", in: Brecht Bostyn (2007) Allez, écouter! De opkomst, onwikkeling en bloei van de Belgische radio-industrie en omroep in het interbellum (1919-1939), licentiaatsscriptie Universiteit Gent. vanaf begin jaren 1940 handelde hij in de koeltechniek. Hij werd beherend vennoot van H.V.H. (S.P.R.L.) aan de Waterloosesteenweg in Brussel en was onder andere bestuurslid van de Belgisch-Deense Kamer van Koophandel, penningmeester en later vicevoorzitter van de Union Belge des Frigoristes (U.B.F.), voorzitter van de groothandelssectie van de U.B.F. en corresponderend lid van diverse organisaties in de koel- en bouwsector."Nécrologie" van Antonio Forani, Le Soir, 8 juni 1966, p. 8.

Oorlogsjaren Antonio en Madeleine Forani waren tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het Belgisch verzet. Madeleine kreeg de schuilnaam Christine, die ze ook na de oorlog bleef gebruiken. Ze was verbindingsofficier bij de Groep G en bood onderdak aan geallieerde vliegeniers. Na de bevrijding van de Duitse bezetting en de ontbinding van de verzetsgroepen werkte ze voor de Belgische Dienst voor de Veiligheid van de Staat. Ze werd naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd voor een parachutistenopleiding bij de Special Allied Airborne Reconnaissance Force (SAARF). Er werden bij het SAARF 120 contact- en verkenningsteams samengesteld, bestaande uit drie personen, vaak met dezelfde nationaliteit: twee officiers en een radio-operator. Zij werden in nazi-Duitsland gedropt om informatie te verzamelen over de omstandigheden in de krijgsgevangenen- en concentratiekampen, de gevangenen in contact te brengen met het hoofdkwartier van Dwight D. Eisenhower, bevelhebber van de Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force, bovendien moesten zij na de bevrijding voorkomen dat de gevangenen alsnog zouden worden gedood. Forani werd drie keer achter de vijandelijke linies gedropt. In april 1945 kwam ze, volgens La Dernière Heure als eerste geallieerde soldaat, bij het concentratiekamp Dachau aan. Ze bleef er een aantal maanden om de overlevenden bij te staan.R.P., "Femmes parachutistes belges", La Dernière Heure, 28 juni 1945."Vrouwen als valschermspringsters", Het Laatste Nieuws, 28 juni 1945, p. 1.

Madeleine Forani ontving voor haar verzetswerk in 1944 het Oorlogskruis. Samen met haar man ontving ze in 1949 de burgerlijke medaille 3e klasse, die als Burgerlijk Ereteken 1940-1945 werd uitgereikt aan hen "die naar aanleiding der oorlogsgebeurtenissen bijzonder blijk hebben gegeven van hun moed en hun verknochtheid aan het Vaderland"."Onderscheidingen", Het Nieuws van den Dag, 30 december 1949.NB Volgens Benezit (1970) ontving ze het "Croix de Guerre and four other Belgian decorations", hij geeft niet aan wat de andere onderscheidingen zijn.

Beeldhouwer Forani pakte na de oorlog het beeldhouwen weer op. In 1947-1948 vervolgde ze haar artistieke opleiding aan de Académie de la Grande Chaumière in Parijs, als leerling van Ossip Zadkine.Marjan Sterckx (2011) "Sculpturen door vrouwen in de publieke ruimte: de casus Brussel", Revue belge d'Archéologie et d'Histoire de l'Art, LXXX, 2011, 1. Gearchiveerd. Als beeldhouwer werkte ze aanvankelijk figuratief, onder invloed van Zadkine werd haar werk meer abstract-symbolisch."Forani, Madeleine Christine", Benezit Dictionary of Artists, Oxford University Press, 2011. Later maakte ze ook ijzeren composities, waarin ze soms email en glaspasta verwerkte. Naast sculpturen maakte ze litho's en schilderijen.

In 1949 had Forani in Napels haar eerste solo-expositie. Ze was de eerste vrouw die in het naoorlogs België haar werk toonde in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel (1952)."Buiten Beeld #1: Christine Forani — een onderzoekstentoonstelling, publieksboek en digitaal platform", Universiteit Gent. Naar aanleiding van haar deelname aan de 5e Salon de la Jeune Sculpture in Musée Bourdelle in Parijs (1953) schreef kunstcriticus Léon Degand dat haar ingezonden terracotta sculptuur een bewijs was van haar onbetwistbaar talent en een scherpzinnige intelligentie.Aangehaald in "Relève en sculpture?", Le Peuple, 4 augustus 1953, p. 2. Forani exposeerde met de Groupe Art Abstrait (1952 en 1953)"Groupe Art Abstrait", art-info.be. en nam verder onder andere deel aan beeldententoonstellingen in de tuin van het Erasmushuis in Anderlecht (1950,"Internationale tentoonstelling van openluchtbeeldhouwkunst", De Nieuwe Gids, 22 mei 1950. 1952, 1954 en 1958) en in het Middelheimpark in Antwerpen (1953,"Biennale Middelheimpark te Antwerpen", Trouw, 27 augustus 1953. 1957) en de 11e Salon des réalites nouvelles in het Musée des Beaux-Arts in Parijs (1956)."Nos artistes a l'entranger", Le Soir, 3 juli 1956, p. 2.

Begin 1952 werd door het gemeentebestuur van Anderlecht een prijsvraag uitgeschreven voor een monument ter herinnering aan koning Albert I. Forani was de enige vrouw tussen de dertig inzenders. Een jury, bestaande uit onder anderen oud-leermeester D'Haveloose, Léandre Grandmoulin, Adolphe Wansart en Dolf Ledel, koos unaniem voor haar ontwerp van een gehelmde koning.Marjan Sterckx (2012) Sisyphus' dochters : Beeldhouwers en hun werk in de publieke ruimte (Parijs, Londen & Brussel, ca. 1770-1953. Brussel: KVAB Press. Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, nr. 25 nieuwe reeks. Later dat jaar nam ze deel aan een door het Institute of Contemporary Arts (ICA) uitgeschreven internationale prijsvraag voor een 'Monument voor de onbekende politieke gevangene'. Er kwamen waren ruim 3000 inzendingen uit 57 landen. In december 1952 werden de ca. 100 inzendingen vanuit de Benelux getoond in De Harmonie in Antwerpen. Het ontwerp van Wessel Couzijn werd er bekroond met de eerste plaats, Hans Verhulst werd tweede en Forani behaalde naast Frans Verhaak een gedeelde derde plaats, daarmee de hoogste plaats voor een Belgisch kunstenaar."Monument voor „de onbekende politieke gevangene”", Het Binnenhof, 8 december 1952; "Drie Nederlandse beeldhouwers te Antwerpen bekroond", Algemeen Handelsblad, 19 december 1952; "Le monument au prisonnier politique inconnu", Le Soir, 5 maart 1953, p. 2. De negen beste ontwerpen werden vanuit Antwerpen voor de eindstrijd naar de Tate Gallery in Londen gestuurd. Naast de ontwerpen van de prijswinnaars, werden daarvoor ook de werken van Elga Eymers, Raymond Huybrechts, Pearl Perlmuter, Rik Poot en Nic Tummers ingezonden. In maart 1953 werd Reg Butler uitgeroepen tot internationale winnaar, Forani behoorde tot degenen die een troostprijs kregen."Engelsman winnaar wedstrijd voor beeldhouwers", De Telegraaf, 14 maart 1953. Het ontwerp van Butler werd op de tentoonstelling in Londen vernield. In 1960 werd door het ICA besloten geen monument op te laten richten."Monument voor de onbekende politieke gevangene", Hildo Krop Museum, Steenwijk.

In 1954 ontving Forani van het Ministerie van Koloniën een studiebeurs voor een reis naar Belgisch-Congo."De studiebeurzen voor reizen naar Kongo", De Standaard, 9 juli 1957, p. 2. Ze verdiepte zich in 1954-1955 in de Kasaï-regio in de inlandse kunst en maakte afgietsels van littekens en tatoeages voor antropologisch en etnografisch onderzoek."La baronne Forani, statuaire, à Leopoldville", Le Courrier d'Afrique, 4 december 1954. De reis inspireerde haar tot het maken van bustes van stamhoofden, die in 1956 werden getoond in het Koninklijk Museum van Belgisch Congo in Tervuren."Au musee de Tervueren", Le Soir, 9 juni 1956, p. 1. Ze gaf bovendien lezingen over haar ervaringen, onder meer bij de Nationale Vrouwenraad."Conseil des femmes", 29 mei 1956, p. 1.

In 1964 werkte Madeleine Forani samen met Salvador Dali aan een aantal werken, waaronder een buste van Dante die in dat jaar werd getoond in het Spaanse paviljoen tijdens de New York World's Fair. Ze hadden afgesproken dat bij exposities van hun werk Forani zou worden vermeld als "beeldhouwer-uitvoerder naar de tekeningen van Salvador Dali". Toen dat niet gebeurde kwam het tot een rechtszaak, waarbij zij volledig als medeauteur werd erkend. De Brusselse rechtbank oordeelde dat haar inbreng "meer was dan louter technisch en dat zij had bijgedragen tot een nieuwe en originele creatie". Het Hof van Cassatie oordeelde dat haar persoonlijke artistieke bijdrage voldoende was om ook haar een auteursrecht te verlenen."Jurisprudence", Journal des Tribunaux, 94e jaar, n° 5077, 31 maart 1979, p. 233-235; Georges van Hecke en Frank Gotzen, Overzicht van rechtspraak, industriële eigendom, auteursrecht 1975-1990, Tijdschrift voor Privaatrecht, 1990, p. 1797-1798.Foto: "Head of Dante", Phillips Auctioneers.

Laatste jaren Nadat haar echtgenoot in 1966 overleed, nam Madeleine Forani de leiding over het bedrijf in Brussel over.The Forani Collection. Ze woonde samen met haar jongste dochter afwisselend in Brussel en Parijs.

In 1969 ontmoette Madeleine Forani de Britse homo universalis Tom Harrisson (1911-1976). Dat gebeurde op een bijeenkomst bij de IUCN, waar een van haar beelden werd aangeboden aan Jean-Paul Harroy, oud-voorzitter van de European Committee for the Conservation of Nature and Natural Resources. Harrisson was destijds nog getrouwd met Barbara Harrisson (née Güttler), zij scheidden in 1970. Madeleine Forani en Tom Harisson trouwden in 1971. Vijf jaar later maakte het echtpaar een reis door Birma en Thailand. Ze kwamen om het leven bij een verkeersongeval in de buurt van Bangkok, toen hun bus in botsing kwam met een vrachtwagen vol hout. Ze werden in Bangkok volgens traditionele Thaise gebruiken gecremeerd.David Pocock, "Obituary", RAIN, no 13 (1976), p. 2-3.