De Hofstede Rusthoek was een buitenplaats in het gebied de Geest van de voormalige gemeente Loosduinen, tegenwoordig een onderdeel van de Haagse wijk Waldeck.
Van de gebouwen van Rusthoek is niets overgebleven. Nu bevindt zich op deze plek Wijkcentrum De Geest aan het eind van het 3e Strausspad. Dit fietspad was ooit de toegangslaan naar het landhuis vanaf de Oude Haagweg.
In 1636 werd de hofstede eigendom van de erfgenamen van Aryen Sieren, een welgestelde boer in Eikenduinen, en in 1641 kwam de hofstede in bezit van de familie De Veer. Eerst vanaf 1657 werd de naam Rusthoek gebruikt. Op de kaart van Cruquius uit 1712 is te zien dat het toen al een behoorlijk groot landgoed was.
Familie Van Byemont
Door vererving kwam de buitenplaats in bezit van Françoise Fagel (1688–1762), die in 1706 trouwde met Johan van Byemont, burgemeester van Den Haag. In 1764 kwam Rusthoek in bezit van hun zoon Jacob van Byemont (1708–1773).
Diens zoon, Johan François van Byemont (1740–1783), van 1773 tot 1781 schepen en vanaf 1781 tot aan zijn dood burgemeester van Den Haag, kocht in 1775 de hofstede uit de nalatenschap van zijn vader. Johan François was in 1761 getrouwd met Machtelina Christina (gedoopt als Magtalina Christina) Lestevenon (1740–1788). Uit dit huwelijk werd één kind geboren, een dochter genaamd Elisabeth van Byemont (1768–1798). In het jaar van aankoop liet hij op Rusthoek een nieuwe buitenplaats bouwen, waarvoor zijn zevenjarige dochter Elisabeth de eerste steen legde, later bekend geworden als de steen van Elisabeth. alt=De steen van Elisabeth|miniatuur|250x250px|De steen van Elisabeth Johan François van Byemont overleed in 1783 en werd op 1 mei begraven in de Grote of Sint-Jacobskerk. Elisabeth was als enig kind de voornaamste erfgename. Zijn vrouw Machtelina kreeg volgens het testament van Johan François een grote som geld en “alle de meubelen en inboedel, linnen, gemaakt goud en zilverwerk, juwelen, schilderijen, koetsen en paarden”. Elisabeth erfde van haar vader een enorme reeks bezittingen, waaronder de Hofstede Rusthoek
Familie Collot d'Escury
Na de dood van Johan Franҫois van Byemont hertrouwde Machtelina op 6 februari 1785 met Robert Collot d'Escury (1753–1834). Het huwelijk was van korte duur, want Machtelina overleed al op 27december 1788 en werd op 3 januari 1789 begraven in het familiegraf in de Grote of Sint-Jacobskerk. In 1794 kocht Robert de buitenplaats Rusthoek van de curatoren van Elisabeth; zij kon haar bezit niet zelf beheren. Elisabeth van Byemont overleed op 28 april 1798 in Den Haag, volgens een advertentie van haar stiefvader in de Rotterdamsche Courant. Ook zij werd begraven in het familiegraf van de familie Van Byemont in de Grote of Sint-Jacobskerk.
Familie Gevers Deynoot
De familie Robert (senior en junior) Collot d'Escury bleef in bezit van de buitenplaats tot omstreeks 1817, toen werd het gekocht door Abraham Gevers Deynoot (1776–1845). In 1845 ging Rusthoek over naar zijn zoon Dirk Rudolph Gevers Deynoot (1807–1877), een van de oprichters van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw. Na zijn overlijden richtte deze maatschappij in 1878 een gedenkzuil voor hem op; in 1928 is die verplaatst naar het Burgemeester Françoisplein.
Familie Van der Laan
In 1878 kocht de Loosduinse landbouwer Stephanus van der Laan (1834–1909) uit de boedel een aantal percelen, samen ongeveer vijftig hectare. Het landhuis werd afgebroken, maar een groot bijgebouw bleef staan; hierin werden tijdens een verbouwing in 1879 woningen gerealiseerd. In 1938 werd dit bijgebouw afgebroken. Bij de sloop werd tussen enige muren de steen van Elisabeth teruggevonden; deze steen lijkt dus niet gelegd te zijn bij de verbouw van het bijgebouw, maar moet daar door de familie Van der Laan, om een of andere reden, veiliggesteld zijn tijdens de verbouwing tot woningen.
De jongste zoon van Stephanus van der Laan, Sebastianus van der Laan (1886–1950), liet in 1913 een huis bouwen aan de Gevers Deynootstraat, op nog geen veertig meter van de plek waar ooit Rusthoek stond. In de kelder van deze, inmiddels afgebroken woning, werd de steen in 1963 teruggevonden en later in bruikleen afgestaan aan het Loosduins Museum.
Rosenburg
In de jaren 1991-1995 werd de buitenplaats Rosenburg gerestaureerd en daar was men tot de conclusie gekomen, waarschijnlijk door de vele publicaties, dat de gevelsteen bij Rosenburg hoorde. In diverse boeken, zoals ‘’Geschiedenis van Loosduinen door Edward van Bergen’’ en websites, zoals Wikipedia, wordt de familie Van Byemont gezien als de opdrachtgever van de bouw van Rosenburg.
Men kreeg in ieder geval het bestuur van het Loosduins Museum zover, dat de steen in bruikleen werd gegeven van de Stichting Rosenburg. In de hal werd speciaal voor de steen een plek vrijgemaakt en de steen werd met behulp van 3 metalen pennen voor een spiegel gemonteerd. De spiegel diende ervoor om de tekst op de achterkant te kunnen lezen.
Rosenburg was van 1721 tot 1821 in bezit van de familie Hooft, het is deze familie, die het nu nog bestaande landhuis Rosenburg heeft laten bouwen.
Omstreeks 2019 is de Stichting Oud Loosduinen en de Stichting Rosenburg benaderd met de vraag of de gedenksteen wel afkomstig was van het landhuis Rosenburg. Het resultaat was dat men in februari 2020 na goed overleg uitgenodigd werd de steen af te halen bij Parnassia aan de Monsterseweg. Daarna is de steen enige weken tentoongesteld in het Westlands Museum tijdens de tentoonstelling ‘De Buitenplaatsen van het Westland in de Gouden Eeuw’. Hierna werd de steen weer tentoongesteld in het Loosduins Museum.
Categorie:Landgoed in Zuid-Holland Categorie:Voormalig bouwwerk in Den Haag