Lieven Willemsz (van) Coppenol (Leiden, 1598 – Amsterdam, na 18 mei 1671) was een Noord-Nederlands kalligraaf en schoolmeester. Hij onderscheidde zich door zijn kalligrafische vaardigheid, maar viel evenzeer op door zijn ijdelheid.

Coppenol was een zoon van de doopsgezinde schoolmeesterLievens vader had een Franse school, een particuliere school waar men, in tegenstelling tot de stedelijke Latijnse school, onderwijs ontving in vakken die voor de handel van belang waren Guillaume Willemsz Coppenol (1571 – ca. 1643), die vanwege zijn geloof uit Vlaanderen was gevlucht. Omstreeks 1618 vestigde Lieven zich te Amsterdam, waar hij schoolmeester werd op een school bij de Jan Roodenpoortstoren. Hij trouwde op 26 januari 1619 te Amsterdam met de twintig jaar oudere weduwe Maria (of Mayke) Anthonis van Essen (1579–1643). Zij dreef mogelijk de school waaraan Lieven als schoolmeester verbonden was. Na haar overlijden verkocht hij de school en het woonhuis aan het Singel bij de Warmoesgracht voor ƒ 28.000; hij was nu een gefortuneerd man. Op 17 juni 1644 hertrouwde hij te Amsterdam met Grietje Andriesdr Schaepherder (?–1661).

Rond 1650 maakte een aanval van krankzinnigheid een einde aan zijn schoolmeesterschap. Daarna wijdde hij zich, net als zijn vader, aan kalligrafie, waarin hij zeer bedreven werd.

Omdat hij zijn zelfbeheersing verloren had, verviel hij tot het bezoeken van kroegen en bordelen. In 1656 riepen de diakenen van de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente hem daarover ter verantwoording. Coppenol verscheen echter niet, en de diakenen lieten de zaak rusten omdat hij niet toerekeningsvatbaar werd geacht.

Coppenol liet zich door meerdere kunstenaars portretteren, onder wie Rembrandt van Rijn en Cornelis Visscher; beeldhouwer Artus Quellinus maakte een marmeren buste van hem. Hij trok zich daarbij weinig aan van gangbare fatsoensnormen en vroeg dichters om lofdichten bij de portretten te schrijven. Zo ontving hij - op eigen initiatief - lofbetuigingen van verscheidene vooraanstaande dichters, onder wie Jacob Westerbaen, Jacob Cats, Joost van den Vondel, Constantijn Huygens en Anna Maria van Schurman. Het streelde zijn ijdelheid dat zoveel dichters zijn portret of zijn werk bezongen. Op zijn beurt kalligrafieerde hij onder meer gedichten van Vondel en Huygens.

Coppenol bracht zijn kunstwerken onder de aandacht door stad en land af te reizen met een wagen en een grote platte kist vol kalligrafie, die hij toonde aan geïnteresseerde liefhebbers.

Op hoge leeftijd werd hij door het Hof van Holland veroordeeld (1 juli 1667) te trouwen met een naaister, Jannetje Blocq, die zwanger was geworden en aan wie hij een huwelijksbelofte zou hebben gedaan. De zaak werd uiteindelijk in der minne geschikt. De inhoud van de overeenkomst is niet bewaard gebleven, maar vermoedelijk werd Jannetje Blocq met een geldsom tevredengesteld.

Coppenol werd nu onder curatele gesteld. Hij werd op 18 mei 1671 voor het laatst vermeld in een aanvulling op het testament van zijn zoon, waarin die verklaarde "dat hij de administratie hadde over de goederen welcke sijn vader Lieven van Coppenol d’oude toebehoort".

Categorie:Kalligraaf Categorie:17e-eeuws kunstenaar Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw