Theodor Dassov (Latijn: Theodorus Dassovius; 27 februari 1648, Hamburg – 6 januari 1721, Rendsburg) was een Duits luthers theoloog en filoloog.

Leven Dassov werd geboren als zoon van de Hamburgse aartsdiaken Johannes Dassov en diens vrouw Gertrud Uppendorf. Hij bezocht het academisch gymnasium van Hamburg en schreef zich in 1669 in aan de Universiteit van Gießen, waar hij de graad van magister behaalde en later als privaatdocent werkte.

In 1673 ging hij naar de Universiteit van Wittenberg. Daar werd hij in 1676 adjunct van de filosofische faculteit en buitengewoon hoogleraar oosterse talen.

Na een studiereis naar Engeland en de Nederlanden keerde hij terug naar Wittenberg, waar hij in 1678 benoemd werd tot gewoon hoogleraar poëtica. In 1690 wisselde hij naar de leerstoel voor oosterse talen.

Op 14 april 1699 behaalde hij het licentiaat in de theologie. Datzelfde jaar vertrok hij naar de Universiteit van Kiel, waar hij hoogleraar theologie en oosterse talen werd.

Later promoveerde hij tot doctor in de theologie. In 1714 werd hij benoemd tot Deens opperconsistorialraad, generaal-superintendent van de hertogdommen Sleeswijk en Holstein en proost van Rendsburg, waar hij in 1721 overleed.

Werken Dassov publiceerde verschillende filologische en theologische studies, waaronder:

De ingressu in sanctum sanctorum pontificis Hebraei summi (Wittenberg, 1692) De suspendio hominis lapidibus obruti (Wittenberg, 1696) De infantwe Hebraeo liberaliter educato (Wittenberg, 1698) De sepultura animalium Hebraeis usitata (Wittenberg, 1697) De altari exteriori Hierosolymit templi (Wittenberg, 1698) De victimis Hebraeorum gravissis (Wittenberg, 1699) De imaginibus Hebraearum rerum, quae nostra aetate circumferuntur (Kiel, 1701)

Literatuur Hans Schröder: Lexikon der hamburgischen Schriftsteller bis zur Gegenwart. Hamburg 1854.

Referenties

Externe links Literatuur van en over Theodor Dassov in de catalogus van de Deutsche Nationalbibliothek

Categorieën Categorie:Duits theoloog