Roger Standaert (Rekem, 1945) is een Vlaams pedagoog, hoogleraar en onderwijsbeleidsmaker. Hij was hoogleraar comparatieve en internationale pedagogiek aan de Universiteit Gent en was van 1991 tot 2011 de eerste algemeen directeur van de Vlaamse Dienst voor Onderwijsontwikkeling. In die functie was hij verantwoordelijk voor de eerste door de overheid vastgestelde curriculum (eindtermen) in het onderwijs in Vlaanderen. Daarnaast is hij (co-)auteur van het handboek Leren en onderwijzen (2025), dat gedurende meerdere decennia werd gebruikt in Vlaamse lerarenopleidingen.
Opleiding en vroege loopbaan Na zijn studies Pedagogische Wetenschappen begon Standaert zijn loopbaan in het secundair onderwijs en in diverse lerarenopleidingen. In de jaren 1970-1980 was hij actief binnen het kader van het grootschalige centrale vernieuwingsproject, het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO). Daarin leidde hij tot 1988 (het einde van het project) de pedagogische uitwerking en implementatie ervan binnen het katholiek onderwijs. In deze periode werkte hij intensief rond didactiek, leerplanontwikkeling en onderwijsinnovatie, in nauwe wisselwerking met lerarenopleidingen en scholen.
Vlaamse Dienst voor Onderwijsontwikkeling en Onderwijsbeleid In 1991, na de grondwetsherziening van 1988 waarbij het onderwijsbeleid naar de drie Gemeenschappen ging (Nederlandstalige, Franstalige, Duitstalige), werd Standaert benoemd tot eerste algemeen directeur van de Vlaamse Dienst voor Onderwijsontwikkeling (DVO). In die hoedanigheid was hij betrokken bij de uitwerking van een samenhangend kader voor de invoering van eindtermen in het Vlaamse leerplichtonderwijs. Deze eindtermen legden vast welke minimumdoelen leerlingen op verschillende onderwijsniveaus dienden te bereiken en vormen sindsdien een structureel onderdeel van het Vlaamse onderwijsbeleid. Onder zijn leiding (1991–2011) werd de Vlaamse Dienst voor Onderwijsontwikkeling uitgebouwd als een centrale instantie voor curriculumontwikkeling, leerplankaders en kwaliteitszorg binnen de administratie van het Vlaamse onderwijs (Twintig jaar eindtermen 2011). Vanuit die positie had hij vaak een inbreng bij he onderwijsbeleid van de opeenvolgende ministers van onderwijs in Vlaanderen. Gezien het verband tussen eindtermen en de lerarenopleidingen, werd hij ook belast met het ontwerpen van de basiscompetenties voor de diverse lerarenopleidngen. Die kregen dan ook hun beslag via een decretale regeling via een beroepsprofiel en een Besluit van de Vlaamse regrering.. De laatste versie daarvan, nog sterk aansluitend bij de oorspronkelijke van 1996 dateert van 2018. In 1994 verkreeg hij de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn pionierswerk rond eindtermen. Standaert was mede-organisator bij de oprichting van een Europees netwerk van analoge instituten, die zich bezig hielden met curricula in de landen van Europa: het Consortium of Institutes for Development and Research in Europe (CIDREE). Gedurende verschillende periodes was hij respectievelijk secretaris-generaal of voorzitter van dit consortium.
Academische loopbaan Standaert promoveerde in 1990 tot doctor in de pedagogische wetenschappen met een comparatieve studie over onderwijsideologieën in het secundair onderwijs (De vlag in de top, 1990). Als wetenschappelijke ontwikkelingsdienst steunde de DVO vaak op internationale tendensen. Gekoppeld aan dit soort onderzoek, bekleedde hij vanaf 1998 de leerstoel Comparatieve en Internationale Pedagogiek aan de universiteit van Gent. Zijn onderzoeksdomein lag voornamelijk op het gebied van onderwijsbeleid, visies over kwaliteit van het onderwijs en de daarop gebouwde curricula (De queeste naar een gedragen curriculum 2016). Vele scripties werden onder zijn leiding geschreven om het ontwikkelwerk voor de minimumdoelen in het onderwijs te ondersteunen. Zelf verzorgde hij talrijke bijdragen in lokale en internationale tijdschriften rond kwaliteit, onderwijsbeleid en visies op onderwijs in diverse landen en systemen (Valcke & Standaert 2024).
Didactisch werk Naast zijn beleidsmatige en universitaire werkzaamheden bleef Standaert actief als auteur op het gebied van didactiek en lerarenopleidingen. Sinds zijn initiële loopbaan in de lerarenopleidingen en de didactiek bleef zijn ervaring en interesse daarrond bestendig meespelen op de achtergrond. Samen met mede-auteur Firmin Troch werkte hij al in 1974 een handzaame didactische handleiding uit voor docenten pedagogiek in de lerarenopleidingen. De noodzaak voor een aangepaste didactiek werd versterkt door het grootschalige vernieuwingsproject van het Vernieuwd Secundair Onderwijs (1971-1988).Met de tweede uitgave van het boek Leren en Onderwijzen kreeg hij samen met mede-auteur Firmin Troch, in 1980 de toenmalig bestaande prijs voor het beste pedagogisch werk in Vlaanderen. De achtste herziene uitgave van dit werk verscheen in 2015, zodat dit handboek de kaap van vijftig jaar overschreed (Leren en onderwijzen 2025).
Latere activiteiten Na zijn pensionering bleef Standaert actief als auteur en spreker. Hij nam deel aan studiedagen en congressen en publiceerde analyserende en reflectieve bijdragen over actuele onderwijsontwikkelingen, in het bijzonder over kwaliteitsvisies, kwaliteitsborging en kwaliteitsontwikkeling. Leidraad in zijn publicaties is het brede karakter van de vorming op school, waarbij cognitieve vorming en waardevorming in balans moeten worden gebracht. In zijn boek De becijferde school (2014) stelt hij indringende vragen over het omgaan met cijfers en indicatoren. Voor de opkomende technocratische manier van denken biedt hij een alternatief, een pedagogische kijk op meten in het onderwijs dat jongeren moet helpen om hun talenten zo goed mogelijk te ontplooien, terwijl overbodige mislukkingen worden vermeden. De cijfercultus behoort plaats te maken voor een cijfercultuur. Hij publiceert vaak in het tijdschrift IMPULS, een toonaangevend tijdschrift in Vlaanderen waaraan hij in het begin van de jaren zeventig mee de grondslag legde.
In 2016 gaf Standaert bij Bureau ICE een lezing met de titel “Benader toetsing pedagogisch, laat leerlingen vooruitgang zien”, waarin hij onder meer het verschil tussen Nederlandse en Belgische onderwijspraktijken toelichtte. In Meten zonder hart (2025) ging hij in op het debat over de prominente rol van cognitieve psychologie in het onderwijs en uitte hij kritiek op een te sterke nadruk op meting en toetsing in het onderwijs. Hij waarschuwde voor een eenzijdig cognitief-psychologisch paradigma in onderwijsbeleid en onderwijspraktijk, waarbij vooral toetsbare leerresultaten centraal komen te staan. Volgens Standaert moet toetsing een ondersteunende rol spelen en ondergeschikt blijven aan de bredere pedagogische opdracht van het onderwijs.
Bibliografie (selectie) Standaert schreef talrijke artrikels in binnenlandse en internationale tijdschriften. Daarnaast ook heel wat hoofdstukken in onderwijsgerichte verzamelstudies. In boekvorm gaat het om volgende werken:
Standaert en Troch, Leren en onderwijzen. Leuven Acco: 1974, 1980, 1987, 1994, 2004. 341 blz. Standaert, Troch, Peeters & Stroobants. Leren en Onderwijzen. Leuven: Acco, 2011, 2018, 2025. 381 blz. Standaert en Troch (2011), Aprender y ensenàr. Una introducion a la didàctica general. Quito: Manthra Editores. 319 blz. (1974). Doelstellingen in de didactische praktijk. Antwerpen: Standaard Uitgeverij. 117 blz. (1975). De problematiek van de onderwijsinnovatie. Tilburg: Zwijsen. 80 blz. (1979). Wiskundig leerpakket. Handleiding toegepast op ISBN het wiskundig onderwijsleerpakket van: Verhulst e.a., Wis en kundig. 178 blz. (1985). Comprehensief onderwijs en Vernieuwd Secundair Onderwijs. Antwerpen: WIVO. (1989) Onderwijsinnovatie en – beleid in Frankrijk. Leuven: Onderzoekscentrum Comparatieve Pedagogiek. 230 blz. (1989) Onderwijsinnovatie en beleid- in Engeland en Wales. Leuven: Onderzoekscentrum Comparatieve Pedagogiek. 440 blz. (1989) Onderwijsinnovatie en -beleid in de Duitse Bondsrepubliek. Leuven: Onderzoekscentrum Comparatieve Pedagogiek. 289 blz. (1990). De Vlag in de top. Over de rationaliteit van het secundair onderwijsbeleid. Leuven: Acco (proefschrift.). 499 blz. Letschert & Standaert (1995). Kleine curriculumgids. Enschede/Brussel: Stichting Leerplanontwikkeling (SLO)/DVO. (2001). Inspectorates of Education in Europe. A critical analysis. Leuven: Acco.122 blz. (2003) (2007). Vergelijken van onderwijssystemen. Leuven:Acco. 243 blz. (2009). Globalisering van het onderwijs in contexten. Leuven: Acco. 247 blz. (2011). Twintig jaar eindtermen: een terugblik. T.O.R.B., 2011-2012, n°1, sept., 2-22. ISSN 0778-0443 (2012). Inspectoriàs Educativas en Europa. Quito: Mantis Communication. 161 blz. (2013). Eigenheid met respect. Reflecties over het katholiek onderwijs in Antwerpen. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 289 blz. (2014). De becijferde school. Meetcultus en meetccultuur. Leuven: Acco. 283 blz. (2016). De queeste naar een gedragen curriculum. -In: L. De Man & K. Denys (Eds). De toekomst van de eindtermen. Politeia, 35-64. (2021). Resultaten publiceren. Hoed u voor de Ouroboros.- In: L. De Man & K. Denys (Eds). Vlaamse toetsen. Waar vandaan en waar naartoe? Politeia, 125-146. (2024). Valcke & Standaert (2019) (2021) (2024). Onderwijsbeleid in Vlaanderen: Leuven: Acco. 324 blz. (2025). Meten zonder hart. De grenzen van het cognitivisme. Pedagogiek (45), n°2, 231-239. https://www.aup-online.com/content/journals/10.5117/PED2025.2.009.STAN
Externe link Lezing van Roger Standaert: “Benader toetsing pedagogisch, laat leerlingen vooruitgang zien”, youtube.com
Categorie:Belgisch pedagoog Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit Gent