Eugène Joseph Marie Henry (Zinnik, 22 december 1862 – Brussel, 27 december 1930) was een Belgisch generaal. Hij was van 1916 tot 1921 gouverneur-generaal van Belgisch-Congo.
Biografie Eugène Henry was een zoon van Denis Henri, van 1811 tot 1814 soldaat in de Napoleontische legers en later kapitein-commandant in het Belgische leger, en Céline Manderlier. Hij trouwde in 1885 in Edingen met Louise Bois d'Enghien.
In 1878, op zestienjarige leeftijd, nam hij dienst als gewoon soldaat bij het genie in het Belgische leger. In juni 1884 werd hij bevorderd tot onderluitenant-betaalmeester. Uit persoonlijke belangstelling richtte hij zich vooral op administratieve en intendancekwesties. Hij wordt herhaaldelijk gedetacheerd bij het ministerie van Oorlog en gaf gedurende vijf jaar les aan de Koninklijke Militaire School. In 1889 werd hij bevorderd tot luitenant-betaalmeester.
In 1905 gaf Henry een garnizoenslezing in Brussel over de mobilisatie van het Congolese leger en de bevoorrading en logistiek in de Onafhankelijke Congostaat. Koning Leopold II was aanwezig, raakte onder de indruk en bood hem een functie in de Onafhankelijke Congostaat aan. Hij werd naar Afrika gestuurd met de graad van staatsinspecteur, belast met een evaluatiemissie in Mayombe. Inspecteurs zoals Henry leverden rapporten die later zijn verwerkt in het werk van de onderzoekscommissie voor Congo en bijdroegen aan de annexatie van Congo door België in 1908.
Na deze annexatie erkende minister van Koloniën Jules Renkin zijn verdiensten en benoemde hem tot vice-gouverneur-generaal van Belgisch-Congo. In 1911, als intendant eerste klasse, vertrok hij opnieuw naar de provincie Haut-Congo.
In de herfst van 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, was hij opperintendant van het Belgische leger en belast met de oprichting in Calais van de achterwaartse bevoorradingsbasis voor het Belgische leger dat aan de IJzer gelegerd was.
In februari 1916 vertrok hij opnieuw naar Belgisch-Congo, waar hij Félix Fuchs als gouverneur-generaal opvolgde. Hij nam deel aan de campagne in Kameroen, toen een Duitse kolonie, en stond in voor de bevoorrading van de Belgische troepen tijdens de veldtocht tegen Duits-Oost-Afrika. Tijdens deze campagnes verzette hij zich tegen de inzet van inheemse militaire eenheden. Als gouverneur-generaal was hij verantwoordelijk voor de toezicht op de mijnbouwontwikkeling, de landbouwmodernisering (onder impuls van directeur-generaal Edmond Leplae), de afronding en uitbreiding van spoorwegen in Katanga en de voortzetting van institutionele hervormingen beloofd bij de annexatie.
In februari 1921 nam hij ontslag als gouverneur-generaal van Belgisch-Congo en ging met pensioen. Op dat moment bekleedde hij tevens de rang van generaal-intendant-chef in het Belgische leger. Nadien neemt hij de leiding van koloniale ondernemingen op zich. Zo was hij voorzitter van Unatra.
Literatuur Fernand DELLICOUR, 'Henry (Eugène Joseph Marie)', in Biographie coloniale belge, vol. 4, Brussel, Institut royal colonial belge, 1955, 390-394.
Externe link Archief van Eugène Henry in het AfricaMuseum
Categorie:Belgisch militair Categorie:Gouverneur-generaal van Belgisch-Congo