miniatuur|alt=Lente 1906) is een Verkade-album van de Nederlandse natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, geïllustreerd met verzamelplaatjes van L.W.R. Wenckebach, J. van Oort en Jan Voerman jr.|Lente (1906) is een Verkade-album van de Nederlandse natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, geïllustreerd met verzamelplaatjes van L.W.R. Wenckebach, J. van Oort en Jan Voerman jr. Lente is een Verkade-album uit 1906, geschreven door Jac. P. Thijsse, onderwijzer en schrijver van natuurboeken. Het album vormt een reeks met de jaargetijden Zomer (1907), Herfst (1908) en Winter (1909) Door het insturen van bonnen, die bij Verkade-producten zaten ingesloten, ontving men illustraties om in het album te plakken. Zij werden getekend door Willem Wenckebach, Cornelis Rol en Jan Voerman jr.

Inhoud van het album Het album toont het ontwaken van de natuur in de late winter, waarbij planten, dieren en vogels stap voor stap hun activiteiten hervatten. In vijf hoofdstukken behandelt Thijsse de verschillende aspecten van de lente. Verzamelde plaatjes, die de tekst illustreren, kunnen worden ingeplakt. De eerstelingen: beschrijft de eerste tekenen van de seizoenswisseling, zoals een luid zingende zanglijster, het sneeuwklokje en de bloeiende hazelaar. Onder de bloemen zie we vroege bloeiers als madeliefjes, vogelmuur en klein hoefblad. Vroege citroenvlinders en atalanta verschijnen, evenals de winterkoning en de merel. In bos en park: behandelt het ontluikende leven in deze regio's. Bomen zoals de sierlijke larix en de iep komen in bloei en blad; bodemplanten zoals de winterakoniet en de bosanemoon breken door de bladerenlaag heen. Trekvogels als de tjiftjaf, de fitis, en later de zwaluwen, keren terug uit het zuiden. Weide en veld: richt zich op het open landschap en het boerenland. Gele dotterbloemen, paardenbloemen en lila pinksterbloemen kleuren de weilanden en voorzien bijen en hommels van stuifmeel. Drassige weiden worden weer bezet door vogels zoals de statige grutto, de kievit en de kemphaan. Vechtende hazen verschijnen in maart. De bomen en hun vrienden: schetst de bloesempracht in boomgaarden van peer, kers en appel. In het bos komen de loofbomen zoals de beuk en eik weer in blad, direct bezocht door grazende rupsen en meikevers. We horen de luid roepende koekoek en de zang van de nachtegaal. Vaart en duin: beschrijft het ontwaken van leven in sloten en plassen, zoals waterplanten, kwakende kikkers, kokerjuffers en het kleurrijke mannetje van de stekelbaars. Langs de oevers bloeien gele lissen en zoekt het waterhoentje zijn voedsel. Het album eindigt met een schets van nieuw leven in de duinen: spelende konijnen, de wulp en bloeiende struiken zoals de meidoorn en de berberis.

Categorie:Verkade-album Categorie:Jac. P. Thijsse