Salomon Heertjes (Zutphen, 3 maart 1877 – 's-Hertogenbosch, 16 maart 1947) was een Nederlands opperrabbijn. Vanaf 1907 was hij opperrabbijn van Noord-Brabant en Limburg, met standplaats in 's-Hertogenbosch.

Levensloop Heertjes werd geboren als zoon van Barend Heertjes en Betje Goldsteen. Na de middelbare school in Zutphen studeerde hij aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium in Amsterdam. Daarnaast volgde hij aan de Universiteit van Amsterdam de studie klassieke letteren.

In 1902 slaagde hij voor het examen maggied (leraar) en vervolgens werd hij toegelaten tot het rabbijnenseminarium. In 1904 behaalde hij de graad van moré. Op 29 december 1907 werd hij in de synagoge van 's-Hertogenbosch geïnstalleerd als opperrabbijn voor Noord-Brabant en Limburg.

In 1911 trouwde Heertjes met Martha Meijers, dochter van een rabbijn uit Duitsland. Uit dit huwelijk werden vijf dochters geboren.

Opperrabbijn Met de benoeming van Heertjes kreeg Noord-Brabant na meer dan tachtig jaar opnieuw een eigen opperrabbijn. Hij stimuleerde het religieuze leven in Den Bosch en nam in 1908 het initiatief tot de oprichting van de vereniging Chewre Talmoed Tora Wederech Eretz.

Volgens Kliknieuws hield Heertjes toezicht op het joodse godsdienstonderwijs, examineerde en brevetteerde hij rituele slagers en zag hij toe op de aanstelling van toezichthouders bij bedrijven waar koosjere voedingsmiddelen werden vervaardigd. Ook bezocht hij geregeld de joodse gemeenten in zijn ressorten.

Heertjes stond bekend als een principiële, orthodox georiënteerde rabbijn. Brabants Erfgoed vermeldt dat hij fel gekant was tegen zionisme en geregeld op gespannen voet stond met joodse besturen die meer geassimileerd waren.

Oorlog en laatste jaren Tijdens de Duitse bezetting was Heertjes volgens Brabants Erfgoed vaak aanwezig bij transporten vanuit Kamp Vught om mensen bij te staan en te troosten. In december 1943 dook hij met zijn echtgenote onder in Bilthoven.

Na de bevrijding keerde hij terug naar Den Bosch en probeerde hij opnieuw leiding te geven aan de zwaar getroffen joodse gemeenten in zijn ressort. Hij overleed op 16 maart 1947 in 's-Hertogenbosch.

Een publicatie van Nationaal Monument Kamp Vught vermeldt op zijn grafmonument tevens zijn dochters Erna en Hadassa, die volgens die bron door de Duitsers werden weggevoerd en in Sobibor zijn omgebracht.

Zie ook Opperrabbijnen en hachamim van Nederland

Referenties

Categorie:Nederlands rabbijn Categorie:Geschiedenis van 's-Hertogenbosch Categorie:Nederlands opperrabbijn