Maria Edeltraut Erzberger (Stuttgart, 13 oktober 1902 – Echt, 17 september 1937) was een Duitse karmelietes. Sinds 1952 wordt het proces voor haar zaligverklaring gevoerd.

Levensloop Jeugd Maria Erzberger werd geboren als dochter van Paula Eberhard, een rijke handelaarsdochter en van Matthias Erzberger, die politiek actief was binnen de katholieke Zentrumspartei. Maria was het middelste kind in het gezin en had een oudere broer, Oscar, en een jongere zus, Gabriële. Toen ze twee jaar oud was, verhuisde het gezin naar Berlijn voor de politieke loopbaan van haar vader. Hij was kort daarvoor verkozen tot afgevaardigde in de Rijksdag. Maria groeide op in Berlijn en genoot haar middelbaar onderwijs deels in het buitenland. Zo verbleef ze achtereenvolgens in een pensionaat in Ingenbohl te Zwitserland en in een kloosterschool in Zangberg te Beieren.

Op voorspraak van haar vader ging Maria in 1917 op audiëntie bij kardinaal Eugenio Pacelli, de pauselijke nuntius in Duitsland, later paus Pius XII. Tijdens die ontmoeting beloofde hij in haar school te Zangberg een misviering op te dragen, die uiteindelijk plaatsvond in 1918. Maria was op dat moment ernstig ziek en kon de mis zelf niet bijwonen. Haar toestand was zelfs zo kritiek dat haar de laatste sacramenten werden toegediend. Ze herstelde uiteindelijk, maar haar oudere broer, eveneens door de ziekte getroffen, overleed datzelfde jaar. Maria zou de rest van haar leven met een slechte gezondheid kampen.

Na de wapenstilstand van 1918, die haar vader voor Duitsland mede ondertekende, verbleef Maria met haar moeder en jongere zus in St. Moritz om aan te sterken. Het jaar daarop werd haar vader benoemd tot Minister van Financiën, een functie die hem in het naoorlogse Duitsland aanzienlijke kritiek opleverde. In 1920 besloot Maria in te treden bij de orde van de karmelietessen.

Kloosterleven en moord op haar vader Maria Erzberger trad in 1920 in bij het karmelietessenklooster in Echt. Dat slotklooster was in 1879 gesticht door Duitse karmelietessen die hun land hadden moeten verlaten ten gevolge van de zogeheten Kulturkampf. Via haar tante, die als kanunnikes verbonden was aan een klooster in Offenburg, kwam Maria in contact met een zuster uit het klooster van Echt. Op haar aanbeveling koos ze voor deze kloostergemeenschap.

Enkele maanden later, in de laatste weken van haar postulaatsperiode, werd haar vader vermoord door aanhangers van een extreemrechtse en nationalistische groepering. Aanvankelijk overwoog Maria het klooster te verlaten om de zorg voor haar moeder en jongere zus op zich te nemen. Toch volgde ze haar roeping en trad ze definitief in. Ze ontving daarna de kloosternaam Maria Gertrudis Theresia van de Heilige Agnes.

In 1930 werd ze opnieuw ernstig ziek. Het klooster richtte zich tot de Heilige Stoel met een verzoek om toestemming voor Maria om het klooster te verlaten zodat ze een medische behandeling kon ondergaan. Toen een antwoord uitbleef, werd uit noodzaak besloten haar toch te laten opnemen in een ziekenhuis in Aken. Ze verbleef daar twee maanden, in het gezelschap van haar familie. Dat was ongewoon lang voor een karmelietes uit een slotklooster, waardoor enkele medezusters haar roeping in twijfel trokken. De Beierse provinciaal stuurde daarna een brief met de mededeling dat Maria haar kloosterkleed af moest leggen omdat ze de regels van de orde had overtreden. Veertien dagen later kwam hij na een ontmoeting met haar evenwel op zijn beslissing terug.

In 1932 zocht de zus van haar vaders moordenaar contact met haar op. Zij was ook kloosterlinge en wenste Maria persoonlijk om vergiffenis te vragen. Maria ging daarmee akkoord en onderhield in de daaropvolgende jaren een hechte briefwisseling met haar.

Dood In de winter van 1936-1937 vernam Maria Erzberger dat Paus Pius XI ernstig ziek was en mogelijk verlamd aan zijn been. Ze begon te bidden in de hoop haar eigen been op te offeren in ruil voor zijn spoedige genezing. Dat soort geestelijk martelaarschap was in die periode niet ongewoon voor de karmelitaanse spiritualiteit. Toen de paus nadien herstelde, Maria opnieuw zwaar ziek werd en de eerste uitwendige symptomen zich aan haar been manifesteerden, zagen haar medezusters in dat alles een teken. Uiteindelijk overleed Maria aan dezelfde aandoening. Kort voor haar dood stelde een specialist de diagnose van lymfatische leukemie.

Zaligverklaringsproces Enkele dagen na het overlijden van Maria Erzberger ontving het klooster een brief van kardinaal Eugenio Pacelli. Daarin deelde hij mee dat hij Paus Pius XI had geïnformeerd over Maria’s overlijden en dat die diep geraakt was door haar offer. De kloostergemeenschap van Echt beschouwde haar als hun ‘kleine heilige’ en publiceerde een boek over haar leven. In 1952 werd in Rome haar zaligmakingsproces formeel in gang gezet. In afwachting van een uitspraak wordt ze sindsdien aangeduid als ‘dienares Gods’.

Trivia Vijftien maanden na het overlijden van Maria Erzberger trad de Heilige Edith Stein, een Joods-Duitse filosofe die zich tot het katholicisme had bekeerd, in bij het klooster van Echt. Ze betrok de kloostercel van Maria en schreef een korte biografie over haar.

Categorie:Karmelietes Categorie:Nederlands rooms-katholiek zuster Categorie:Duits rooms-katholiek zuster