Aleidis de Lechy (1548-1561) is een van de drie markante abdissen uit de 16de eeuw die heeft bijgedragen tot de bloei van de vrouwelijke Abdij van Herkenrode. Haar lijfspreuk was Spes mea Deus (mijn hoop ligt bij God).
Levensloop Aleidis de Lechy is, net als haar voorgangster Mechtildes de Lechy (1520-1548), de dochter van Henri de Lechy, schepen te Sint-Truiden, en Christina Zelighs. In haar familiewapen vinden we zowel de kwartieren terug van de familie de Lechy als dit van Pickaerts, Hamal en Zeligh. Het kwartier van de Lechy is herkenbaar aan de vair in blauw met een rode leeuw en in geel gekroond, getongd en geklauwd.
De oudste vermelding gaat over haar rol als beursmeesteres, een vrij belangrijke functie, tijdens de afsluiting van een contract in 1539 betreffende de aankoop van een zwart fluwelen geborduurd kleed voor het altaar.
We vinden haar naam terug in het register van de Broederschap van Sint-Gertrudis waar ze in 1548 staat ingeschreven als assistentie-abdis. Vermoedelijk verving ze hier de abdis die in datzelfde jaar overlijdt.
In haar functie als abdis wordt ze vermeld in het charter van 14 december 1548 waarbij ze Hendrik van Mettekoven tot rentmeester van de eigendommen van de abdij van Sint-Truiden benoemt.
Tijdens haar twaalfjarig bestuur draagt ze met aankopen en erfpachten bij tot een verdere uitbreiding en verrijking van het patrimonium van de abdij. Ze zal de eigendomstitels, akten en oorkonden van de abdij inventariseren in twee registerboeken. Deze bevinden zich nu in de archieven van het bisdom Luik. Dankzij deze inventarissen hebben we een duidelijk zicht op het patrimonium van de abdij ten tijde van de 16de eeuw.
Voor de miraculeuze hostie, bestelt ze in 1553 een nieuw ostensorium.
Het enige bouwwerk waar ze bij betrokken is, is de bouw van de nieuwe brouwerij in het ambachtelijke kwartier van de abdij. Deze werken werden aangevangen onder haar voorgangster. De in 1982 teruggevonden stenen van de rondboog van de ingang van de brouwerij vermeldt het jaartal 1554 en haar lijfspreuk.
Wanneer de prinsbisschoppen in hun residentie te Kuringen zetelden, bezochten zij frequent de abdij. Tijdens haar abbatiaat werd in de abdijkerk Robert van Bergen tot priester gewijd en tot bisschop gezalfd. Dit waren momenten dat zij hoogstaand bezoek ontving.
Aleidis de Lechy kwam meerdere keren in conflict met de stad Hasselt. In een eerste reeks conflicten spande de stad haar een proces aan omwille van de inning van de kleine en grote tienden. Toen de abdij aan de hoeve van Bokrijk visvijvers liet aanleggen, ontstond er een nieuwe onenigheid met de stad Hasselt over de rechten van de weide- en visgronden. Met een dubieus vonnis, mochten de veehoeders de weidegronden blijven gebruiken maar de abdis bemoeilijkt dit door de aanleg van een tweede dam rondom de visvijvers. De Hasselaren konden in hun economische conflicten met de abdij daarbij niet rekenen op steun van hun vorst, de prins-bisschop van Luik en graaf van Loon. Dit zal de antiklerikale gevoelens bij de stedelingen voeden, wat later zal uitmonden in opstanden onder de vorm van een beeldenstorm.
Aleidis de Lechy haar abbatiaat eindigt met haar overlijden op 24 januari 1561. Ze wordt opgevolgd door Catharina van Ghoor.
Categorie:Abdis van Herkenrode Categorie:16e-eeuws abt Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 16e eeuw