Teresa Saporiti (Milaan, 1763 of 1764 - aldaar, 16 maart 1869) was een Italiaanse sopraan en componiste. Ze is vooral bekend geworden als de eerste zangeres die de rol van Donna Anna vertolkte in Mozarts opera Don Giovanni.

Levensloop Over Teresa's jeugd is niets bekend. Mogelijk was de Bolognese zanger Filippo Saporiti haar vader. Teresa had twee zussen die eveneens zangeres werden: Antonia en Caterina.Mogelijk waren Teresa en Antonia de nichten van Caterina. Zie: Federica Camata (2017).

In dienst bij Bondini Teresa en Antonia kregen in 1782 een aanstelling bij het operagezelschap van Pasquale Bondini, de man van Caterina. Met dit gezelschap traden zij op in Leipzig, Dresden en Praag. Ze werden aangeduid als Saporiti die ältere (Antonia) en Saporiti die jüngere (Teresa). Overigens was vader Filippo in de jaren 80 eveneens werkzaam bij het gezelschap, namelijk als penningmeester.

In een krant uit 1782 werd Teresa's aanstelling bij Bondini niet erg positief besproken. Ze werd als een beginnend zangeres en actrice gezien en ze moest het vooral van haar uiterlijk hebben. Wegens een tekort aan mannelijke zangers moest Teresa ook nog eens regelmatig de zangpartijen van castraatzangers op zich nemen, wat ze met weinig succes deed.

In de zomers van 1782 en 1783 zong Teresa in Leipzig onder andere in de opera's Matrimonio per inganno (Pasquale Anfossi), Pittor parigino (Domenico Cimarosa), Andromeda (Giuseppe Gazzaniga) en Scuola dei gelosi (Antonio Salieri).

In Dresden en Praag haalde Teresa vooral de krant vanwege haar losbandige gedrag. Zo zou ze in een kerk hebben afgesproken met een jongeman die haar betaalde voor haar gunsten.

In de jaren 1784-1786 was Teresa te horen in Praag, onder andere tijdens het carnavalsseizoen. Ook op de jaarmarkt van Leipzig in 1786 was ze aanwezig in opera's van Giuseppe Sarti en Joseph Schuster.

Don Giovanni Begin 1787 was Teresa weer terug in Praag. Ze zong onder andere in Le nozze di Figaro van Wolfgang Amadeus Mozart. Kennelijk vielen haar zangkwaliteiten op bij Mozart, want toen hij datzelfde jaar in opdracht van Pasquale Bondini de opera Don Giovanni componeerde, schreef hij voor Teresa de veeleisende rol van Donna Anna. De succesvolle première vond plaats op 29 oktober in het Nationaltheater te Praag, enkele weken na het overlijden van Teresa's zuster Antonia.

Italië In 1788 verliet Teresa het operagezelschap van Bondini en vertrok naar Lucca om in Vendetta di Nino van Alessio Prati te zingen. In Venetië was zij in 1788-1789 werkzaam in het Teatro di San Benedetto waar zij onder andere zong in Guglielmi's opera Rinaldo. Tevens trad zij in april 1789 op in de Scala van Milaan in Francesco Bianchi's opera Nitteti.

In de periode 1790-1795 was Teresa werkzaam in diverse Italiaanse steden, zoals Florence en Turijn (1790), Genua, Pisa en Bologna (1791), Parma (1792), Reggio en Modena (1793), Venetië (1793-1794) en Verona (1795). Ze vertolkte rollen in opera's van onder andere Guglielmi, Domenico Cimarosa en Francesco Pieraccini.

Rusland In 1795 kreeg Teresa een aanstelling bij het operagezelschap van Gennaro Astarita in de Russische stad Sint-Petersburg, waar ze als prima buffa assoluta aan de slag ging. Ze behaalde daar successen met rollen in L'italiana in Londra van Domenico Cimarosa en Il barbiere di Siviglia van Giovanni Paisiello. Ook was ze in 1796 in Moskou actief en gaf daar enkele concerten.

Terug naar Italië In 1796-1797 zong Teresa in het Nationaltheater te Wenen, waar ze debuteerde in de opera La pietra simpatica van Silvestro Palma. Ze trad in 1798 op in Livorno in de opera Merope van Sebastiano Nasolini. Kennelijk was ze inmiddels getrouwd, want sindsdien werd ze als Teresa Saporiti-Codecasa aangeduid. Ze vestigde zich in Milaan en heeft waarschijnlijk na haar huwelijk een punt gezet achter haar zangcarrière. Over haar verdere leven is dan ook vrijwel niets bekend. Ze leidde in Milaan nog wel een salon waar onder anderen de componist Giuseppe Verdi regelmatig als gast verscheen. Uiteindelijk overleed Teresa in 1869 op zeer hoge leeftijd.

Waardering In het begin van haar carrière werd Teresa vooral gewaardeerd vanwege haar uiterlijk. Haar zangkwaliteiten waren nog gering en ze moest vaak mannelijke rollen zingen, wat haar niet goed af ging.

Toch bleek ze zich in de loop der jaren tot een kwalitatief goede zangeres te hebben ontwikkeld met een ruime tessituur, aangezien Mozart voor haar een zangtechnisch uitdagende rol in zijn opera Don Giovanni schreef. In deze opera zingt de hoofdpersoon Don Giovanni overigens de woorden Ah che piatto saporito (O, wat een smakelijk gerecht), mogelijk een verwijzing naar Teresa's aantrekkelijke verschijning.

Als componiste schreef ze twee aria's met gitaarbegeleiding: Dormivo in mezzo al prato en Caro mio ben deb senti. Deze werden in 1796 gepubliceerd.

Categorie:Italiaans zanger Categorie:Italiaans componist