De Bloemenbuurt is een buurt in de stad Dordrecht, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland.
Bloemenbuurt is de eerste nieuwbouwwijk van Dordrecht bezuiden de spoorweg en werd vanaf 1891 bebouwd. Hij is gelegen tussen de spoorlijn en de Dubbeldamseweg. Samen met de Oranjebuurt maakte hij lang deel uit van de wijk Nieuw-Krispijn, maar dat was ten onrechte: de buurt heeft de Dubbeldamseweg als as, niet de Krispijnseweg.
Een nieuwbouwwijk Ten behoeve van de aanleg van de spoorlijn Rotterdam-Roosendaal via het Eiland van Dordrecht werd in 1871 een stuk van het dorp Dubbeldam onteigend. Het spoor liep in een wijde bocht van de spoorbrug naar Zwijndrecht naar die van Moerdijk in het zuidwesten van het Eiland. Hij doorsneed op twee plaatsen de Dubbeldamsche Weg die sinds de 16e eeuw Dordrecht met dat dorp verbond. Oostelijk van die weg tegen de spoordijk werd rond 1890 een arbeidersbuurtje gepland, waarvan de eerste huizen in 1891 opgeleverd werden. Men dacht, vóór de Woningwet van 1901 werd ingevoerd, nog niet zo aan ruime woningen voor arbeiders. Dat ze uit zeer slechte achterbuurten in de binnenstad verhuisden was al genoeg.
Bebouwing De huizen van vóór 1900 en even daarna waren dus nog klein met nauwelijks een achterplaatsje. Ze waren in korte rijtjes van 2 tot 6 pandjes naast elkaar gebouwd door timmerlui en metselaars, die zichzelf al aannemers begonnen te noemen. Wel maakte de buurt al gebruik van gas en electra, stromend water en riolering. De bewoners, dikwijls ook gesteund door de verhuurders, verlangden op den duur wel meer comfort, licht en ruimte. Daarom begonnen ze in de jaren twintig al echte wc’s tegen de keukens aan te bouwen in plaats van de pleeën – een plank met een gat – in hokjes IN die keukens. Op zolders bouwden ze eerst aan de achterkant slaapkamers met een dakkapel en op den duur ook kamerbreed boven de voorgevels; als daar een goot liep tenminste. Tussen de jaren twintig en de jaren zeventig was de bevolking van deze buurt (en de andere straten in de wijk) op eigen houtje begonnen hun huizen te moderniseren. Dat gebeurde zonder veel toezicht van de gemeente. De huisbaas, als hij dat al wist, vond het best: zijn bezit werd meer waard. Er is in de hele buurt nu niet veel origineels meer van de originele bouw over, al kan je aan wat er nog wel is bewaard soms nog wel vermoeden hoe het er oorspronkelijk uit heeft gezien.
Naamgeving De oudste en vroegst bebouwde straat van de buurt, de Bloemstraat, komt voor het eerst voor in het adresboek van 1906, want pas bij raadsbesluit van februari 1905 kwam de straatnaamgeving van de Bloemenbuurt tot stand. Vóór het jaar van de naamgeving volgden de huizen in die straat de nummering van de Dubbeldamseweg. Dan ging men, in het geval van de Bloemstraat, de hoek om bij nummer 80 en kregen de huizen er een letter achter: 80a, 80b, etc.
De Leliestraat kreeg zijn naam dus ook begin 1905, maar toen woonden er al mensen. Volgens het adresboek was in 1901 de hele straat (ook doorgenummerd vanaf de Dubeldamseweg) al bewoond; er waren maar een paar huizen die leeg stonden. In 1903 stond hij, samen met de Bloemstraat, op de stadsplattegrond. De Rozen- en de Madeliefstraat zijn volgens die kaart dan nog niet bebouwd, maar kort erna, tussen 1904 en 1907, zijn ze in lange rijen, aan elke kant van de straat één, opgericht. De Rozendwarsstraat en de Tulpstraat, langs het spoor, bestaan uit huizen zoals ze in de erop uitkomende straten stonden, maar dan de hoek om.
De Madeliefstraat is de enige in de buurt die tot twee keer toe oorlogsschade heeft opgelopen.
Bronnen en referenties
Categorie:Wijk in Dordrecht