Onder de koorboeken van Willem IV van Beieren waren vier muziekhandschriften die vervaardigd waren in het atelier van Petrus Alamire. Die handschriften worden nu bewaard in de Bayerische Staatsbibliothek in München. Het betreft MunBS 6, MunBS 7, MunBS 34 en MunBS F. De eerste drie handschriften werden zonder twijfel vervaardigd voor Willem IV van Beieren (1493-1550). Het aanwezig zijn van het hertoglijk wapen in de handschriften MunBS 6 en MunBS 34 wijst ook in die richting. Dit moet gebeurd zijn in het tweede en/of derde decennium van de zestiende eeuw. Er zijn geen bronnen die aangeven of de handschriften door Willem IV zelf bij Alamire besteld zijn of een gift aan hem waren. De reizen van Alamire in de eerste decennia van de zestiende eeuw zijn redelijk goed gedocumenteerd. Daarin komt geen enkele reis of verblijf in München voor. Alamire kwam wel vaak in Augsburg vanwege zijn contacten met de familie Fugger die onder meer resulteerden in het bezit van negen koorboeken van Raimund Fugger.
Veel handschriften van Alamire die in de eerste helft zestiende eeuw bezit van vorsten zijn geworden waren een gift van Margaretha van Oostenrijk, aartshertog Karel, later keizer Karel V of keizer Maximiliaan I. Die giften van het Bourgondisch-Habsburgse hof werden vaak bij Alamire besteld ter gelegenheid van een belangrijk bezoek, huwelijk of politieke overeenkomst.
Willem IV was ook een neef van Maximiliaan I. Zijn moeder, Cunigonde van Oostenrijk, was een zuster van Maximiliaan. Willem verbleef in 1515 ook ruim een maand in Wenen als eregast bij de gelijktijdige huwelijken van twee kleinkinderen van Maximiliaan, Ferdinand en Maria met resp. Anna van Bohemen en Hongarije en Lodewijk II van Hongarije. In 1517 vergezelde hij Maximiliaan op een reis naar de Nederlanden waar hij aartshertog Karel en Margaretha van Oostenrijk een aantal malen ontmoette. Een aantal van de koorboeken van Frederik III van Saksen zijn op mede basis van vergelijkbare reizen en ontmoetingen in zijn bezit gekomen.
Het verschil is wel dat de elf handschriften van Frederik III alle op perkament vervaardigd zijn en die van Willem IV op papier. Het repertoire in de drie handschriften wordt ook minder gedomineerd door werken van de Franco-Vlaamse School van componisten dan de handschriften die elders als gift van Margaretha of Maximiliaan terecht kwamen. De decoraties zijn ook niet op het niveau van giften als enkele van de koorboeken van Frederik III van Saksen, het koorboek van Henry VIII of de koorboeken van Leo X. Het lijkt het meest waarschijnlijk dat deze drie manuscripten besteld werden als onderdeel van een gepland repertoire waarmee een verdere opbouw van een hofkapel in München beoogd werd. Ludwig Senfl zou hierin als eerste kapelmeester een belangrijke rol spelen. Willem IV wendde muziek en kunst meer in het algemeen aan als strategische elementen die tot doel hadden voor het hof van het Huis Wittelsbach een positie te verwerven als een prestigieuze macht binnen het Heilige Roomse Rijk. In de tweede helft van de zestiende eeuw zou de hofkapel in München een van de toonaangevende orkesten in Europa worden. Begin zeventiende eeuw werd Beieren een keurvorstendom.
MunBS 6 bevat zes missen en een credo. De componist van het credo is Antonius Divitis. Er zijn twee missen van Hieronymus Vinders en een van Nicolas Liégeois, Josquin des Prez en Noel Bauldeweyn. Een werk is anoniem.
MunBS 7 bevat zeven missen. Er zijn twee missen van Noel Bauldeweyn, drie van Antoine de Févin, en een van Jean Mouton en Mathieu Gascongne .
MunBS 34 heeft een ongebruikelijk repertoire. Het bevat uitsluitend muzikale zettingen van het Salve Regina. Het Salve Regina is een van de vier Maria-antifonen, die elk in een andere periode van het jaar worden gezongen. Bij gebedsdiensten als het lof was het Salve Regina in de eerste helft van de zestiende eeuw de meest populaire zang. Het aantal in MunBS 34 daarvan is negenendertig. Ook dit is een aanwijzing dat deze drie handschriften besteld werden voor daadwerkelijk gebruik bij de hofkapel. Naast een aantal bij de eerste twee handschriften reeds genoemde componisten zijn hier vijf composities van Pierre de la Rue en verder werken van onder meer Matthaeus Pipelare, Jacob Obrecht en Johannes Ghiselin,
MunBS F bevat zeven missen. Het zijn twee composities van Pierre Moulu en Mathieu Gascongne en een van Jean Richafort. Twee composities zijn anoniem gebleven. Dit waren allemaal componisten die vooral in Frankrijk en aan het Franse hof werkzaam waren. Het moet tussen 1515 en 1525 zijn vervaardigd. De herkomst van dit handschrift is wat lastiger vast te stellen dan bij de eerste drie van deze koorboeken. Het tweede folium van dit handschrift dat waarschijnlijk een wapen of miniatuur had ontbreekt. Heraldische emblemen zijn echter wel op andere folia in dit handschrift aanwezig. Dat zijn de granaatappel, de greyhound en de draak. Dat zijn de emblemen die verwijzen naar Hendrik VIII van Engeland en Catharina van Aragon. Vermoedelijk is dit handschrift net als Jena U 4 oorspronkelijk voor Henry VIII vervaardigd, maar heeft het een andere bestemming gekregen. Vermoedelijk is het nooit in Engeland aangekomen, maar wel in het bezit van Willem IV gekomen.
De inhoud van dit handschrift is verder uniek in het oeuvre van Alamire. Zes van de zeven missen zijn parodiemissen. Dat was een genre dat vanaf begin zestiende eeuw onderdeel werd van het repertoire. Het waren muzikale zettingen van missen, die gebruik maakten van verschillende stemmen van een bestaand muziekstuk, zoals een fragment van een motet of wereldlijk chanson, als deel van het melodisch materiaal. Ook de composities waaruit dit materiaal is ontleend zijn bekend. Deze collectie van zes missen behoort tot de vroegst bekende uit dit genre. Dit handschrift is ook het enige in het oeuvre van Alamire dat vrijwel geheel uit parodiemissen bestaat.
In 1771 ontving het klooster Weihenstephan bij Freising dit handschrift als gift. Na de secularisatie van de Duitse kloosters in 1802 werd het handschrift eigendom van de Bayerische Staatsbibliothek.
Zie ook Voor alle 51 bewaarde handschriften van Alamire Lijst van muziekhandschriften van Petrus Alamire
Categorie:16e-eeuws boek Categorie:Verlucht handschrift