Willem Laatsman (Maastricht, 4 mei 1866 – Den Haag, 3 december 1930) was een Nederlands generaal-majoor titulair der artillerie. Hij eindigde zijn loopbaan als plaatselijk commandant van de residentie in Den Haag. Biografie Laatsman werd op 30 augustus 1883 als cadet geplaatst aan de Koninklijke Militaire Academie. Na voltooiing van zijn opleiding werd hij op 25 juli 1887 benoemd tot tweede luitenant bij het 1e Regiment Veldartillerie. Twee jaar later werd hij gedetacheerd bij het 3e Regiment Veldartillerie, waar hij in 1890 bevorderd werd tot eerste luitenant. In deze periode was hij enige tijd werkzaam als adjudant van de commandant der bereden artillerie. Met ingang van 1 mei 1903 werd hij bevorderd tot kapitein. In december van dat jaar volgde zijn benoeming tot adjudant bij het 2e Regiment Vestingartillerie. In 1908 werd hij benoemd tot adjudant van de inspecteur der artillerie F.G.A. van Ermel Scherer en overgeplaatst naar de staf van dat wapen.

Op 1 november 1909 werd Laatsman opnieuw overgeplaatst naar het 2e Regiment Veldartillerie, waar hij adjudant van het korps werd. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 werd hij gedetacheerd bij het bureau van de inspecteur der vestingartillerie en benoemd tot majoor bij de staf der artillerie.

Op 1 januari 1917 volgde zijn bevordering tot luitenant-kolonel. In augustus 1920 werd hij benoemd tot plaatselijk commandant van de residentie Den Haag, gelijktijdig met zijn bevordering tot kolonel. Per 1 oktober 1923 werd hem eervol ontslag uit de militaire dienst verleend. Daarbij ontving hij de titulair rang van generaal-majoor.

Maatschappelijke functies Naast zijn militaire loopbaan was Laatsman actief in het maatschappelijk leven van Den Haag. Hij was onder meer lid van het Haagsch Comité voor Volksfeesten, voorzitter van de districtscommissie van het Fonds tot aanmoediging van den gewapenden dienst en ondervoorzitter van de vereniging Het Hollandsch Lied.

Laatsman overleed in Den Haag na een ziekte van enkele maanden. Hij werd begraven op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Onderscheidingen

Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1921) Onderscheidingsteken voor langdurige dienst als officier (1902) Ridder in de Orde van de Dannebrog (1915) Commandeur in de Orde van de Heilige Schatten (1921) Commandeur 2e klasse in de Orde van het Zwaard (1923) Commandeur 2e klasse in de Orde van Sint-Olaf (1923)

Bron

Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag

Categorie:Nederlands generaal-majoor