Jacques Henri Theodore Daems (Breda, 22 augustus 1903; sterftedatum onbekend) was een Nederlands NSB-bestuurder die tijdens de Duitse bezetting van Nederland achtereenvolgens oorlogsburgemeester was van twee gemeenten: van Roosendaal en Nispen van 13 juni 1942 tot 5 september 1944, en aansluitend van Doetinchem tot kort voor de bevrijding in maart/april 1945. Vóór zijn intrede in de gemeentepolitiek was hij beroepsmilitair (kapitein der artillerie); in mei 1940, direct na de Duitse inval in Nederland, sloot hij zich aan bij de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Na de bevrijding werd hij door het Tribunaal te Roosendaal veroordeeld tot zes jaar internering met aftrek van voorarrest, en ontzet uit zijn kies- en ambtsrechten."6 jaar voor ex-burgemeester", in: De Volkskrant, 23 september 1947.

Achtergrond Daems werd geboren in Breda op 22 augustus 1903. Hij maakte carrière als beroepsmilitair en bracht het tot kapitein der artillerie in de Nederlandse weermacht. In mei 1940, onmiddellijk na de Duitse inval, werd hij lid van de NSB. Tot aan zijn benoeming als burgemeester van Roosendaal in 1942 was hij werkzaam bij de distributiedienst te Emmen. Bij het naoorlogse tribunaal verklaarde hij voorts dat hij als reserve-officier aanwezig was geweest bij het vertrek van koningin Wilhelmina naar Engeland kort na de Duitse overval."Daems van Roosendaal voor het Tribunaal", in: Bredasche Courant, 9 september 1947.

Burgemeesterschap Roosendaal en Nispen (1942–1944) Benoeming en installatie Bij besluit van de Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie van 18 april 1942 werd Daems benoemd tot burgemeester van Roosendaal en Nispen. Hij volgde Claudius Prinsen op, die op 8 maart 1942 met terugwerkende kracht uit zijn ambt was ontslagen en op 14 april 1942 de gemeente verliet om zich te vestigen in Vught. Prinsen werd later, op 9 mei 1942, als gijzelaar opgesloten in Kamp Sint-Michielsgestel tot 15 december 1942.

De officiële installatie vond plaats op zaterdagmiddag 13 juni 1942 in de grote zaal van het oude raadhuis, in aanwezigheid van de Beauftragte van de Rijkscommissaris in de provincie Noord-Brabant, dr. Thiel, en de gemachtigde van de leider der NSB in Brabant, Leeuwenberg. Wethouder Th. P. Tieback hing Daems de ambtsketen om en zegde namens wethouders en ambtenarencorps zijn medewerking toe."Installatie burgemeester J.H.T. Daems te Roosendaal", in: De Residentiebode, 15 juni 1942.

In zijn installatierede sprak Daems uit dat hij was "ingezet als nationaal-socialistisch burgemeester" en dat Roosendaal mocht verwachten "volgens de nationaal-socialistische beginselen te zullen worden bestuurd". Hij noemde het NAF, de Landstand, Winterhulp en de Nederlandsche Volksdienst als instellingen die zijn bijzondere belangstelling zouden krijgen. Tevens verklaarde hij: "Alle goedwillenden treed ik fier en eerlijk tegemoet, maar ik wijs er tevens op, dat degenen die menen thans nog de ontwikkeling van het Nationaal Socialisme te kunnen tegenhouden in mij een fel tegenstander vinden. Bovendien verzeker ik, dat allen die iets ondernemen tegen de belangen der bezettende macht of tegen de volksgemeenschap door mij zullen worden verpletterd." Naar aanleiding van die formulering kreeg Daems van de Roosendaalse bevolking de bijnaam Plettermans (in latere lokale herinnering ook wel Ko Plettermans).

Bij zijn installatie waren naast officiële genodigden alleen partijgangers aanwezig. Na afloop van de plechtigheid inspecteerde Daems voor het raadhuis aangetreden formaties van SS, WA en Jeugdstorm. De spontane belangstelling van de Roosendaalse bevolking, gebruikelijk bij de intocht van eerdere burgemeesters, bleef geheel uit.

Bestuur en oorlogsperiode Tijdens Daems' bestuursperiode werden in Roosendaal de Duitse en NSB-maatregelen voortgezet: tewerkstellingen in Duitsland werden afgedwongen, beperkingen op vrijheden ingevoerd, en tegenstanders van het Duitse regime aangepakt. Van eind februari tot medio april 1943 werd de voormalige Landbouwwinterschool aan de Wouwseweg gebruikt als tijdelijk concentratiekamp. Joden uit Roosendaal werden vervolgd en weggevoerd.

In 1942 sloot Daems zich aan bij de SS en later bij de Germaansche SS. Op enig moment begaf hij zich in uniform naar Den Haag om zich te laten "inzetten" aan het Oostfront. Hij was tevens lid van de NSB, de NVD en de WA.

In educatief lesmateriaal over collaboratie en verzet wordt een specifiek geval genoemd waarin Daems persoonlijk advies gaf: de 23-jarige Roosendaalse reclamebureauhouder Pip Matthée werd door Daems aangeraden om lid te worden van de NSB om te ontkomen aan tewerkstelling in Duitsland.

Op 31 mei 1944 vond een Amerikaans bombardement plaats op het station, de spoorlijn en de industrieën aan de Oostelijke Havendijk; ook in de binnenstad werden veel panden verwoest. Het bombardement kostte aan 77 Roosendaalse burgers het leven.

Vlucht en ontslag Op 4 september 1944, om 15.00 uur — een dag vóór Dolle Dinsdag (5 september 1944) — verliet Daems Roosendaal per rijwiel. Hij zou er niet meer terugkeren. Op 25 september 1944 werd hij door de Nederlandse regering in Londen met terugwerkende kracht per 5 september 1944 ontslagen, op grond van "ontrouw aan het Koninkrijk, de Koningin en de regering". Roosendaal werd op 30 oktober 1944 bevrijd door de Britse Polar Bear Division. Diezelfde middag keerde Claudius Prinsen, vergezeld van militaire commissaris majoor Quarles van Ufford, terug op het gemeentehuis en sprak hij vanuit het gemeentehuis op de Markt de menigte toe.

Burgemeesterschap Doetinchem (1944–1945) Na zijn vlucht uit Roosendaal werd Daems in Doetinchem aangesteld als waarnemend burgemeester. Hij volgde Willem Petrus Jacobus Duval Slothouwer op, die sinds 1922 burgemeester was geweest en die zich tijdens de bezetting weliswaar niet verzette tegen de Duitsers, maar evenmin actief met hen meewerkte. Met de aanstelling van Daems kreeg Doetinchem voor het eerst een NSB-burgemeester.

Op 31 oktober 1944 ondertekende Daems een bericht aan de ingezetenen van Doetinchem over de samenstelling van een vluchtkoffer — een door de gemeente geadviseerde verzameling van eerste levensbenodigdheden voor het geval inwoners hun woning zouden moeten verlaten. Een originele exemplaar van zo'n kartonnen vluchtkoffer, met onder meer bonkaarten, eetbord, kop, vorken, messen en een handdoek, wordt in de collectie van het Stadsmuseum Doetinchem bewaard.

In de maanden waarin Daems in Doetinchem als burgemeester functioneerde, namen de oorlogshandelingen rond de stad sterk toe. In maart 1945 werd Doetinchem door drie geallieerde luchtbombardementen (op 19, 21 en 23 maart) zwaar getroffen, waarbij grote delen van het centrum, waaronder de Sint-Catharinakerk, werden verwoest.

De gemeente Doetinchem werd op 1 april 1945 (Eerste Paasdag) en 2 april 1945 door Canadese troepen bevrijd. Daems werd vervolgens opgevolgd door waarnemend burgemeester Hendrik David Muller (1945–1946). In 1946 keerde Duval Slothouwer terug in zijn ambt; hij bleef tot 1 april 1947 burgemeester van Doetinchem.

Berechting (1947) Op dinsdag 9 september 1947 stond Daems voor de Roosendaalse kamer van het Tribunaal terecht. Hij werd beschuldigd van lidmaatschap van de NSB, de NVD en de WA, alsmede van zijn aansluiting in 1942 bij de SS en later bij de Germaansche SS, en van zijn aanmelding in uniform in Den Haag voor inzet aan het Oostfront. De voorzitter van het Tribunaal hekelde zijn houding: Daems was reserve-officier geweest en aanwezig bij het vertrek van koningin Wilhelmina naar Engeland. De beschuldigde, die geen verdediger wenste, hield staande nooit iets te hebben ondernomen dat in strijd was met zijn officierseed; volgens zijn verklaring had hij staat noch burger benadeeld, en kon dienstneming voor de strijd tegen het communisme niet onvaderlands worden genoemd. Zijn verzoek om onmiddellijke vrijlating werd afgewezen.

Bij uitspraak van 22 september 1947 adviseerde het Tribunaal Daems te interneren voor de tijd van zes jaar met aftrek van voorarrest, hem te ontzetten uit het kiesrecht en uit het recht om ambten te bekleden in overheids- of semi-overheidsdienst. Het Tribunaal hield daarbij rekening met het feit dat Daems zich als beroepsmilitair tevens nog voor een militair Hof zou hebben te verantwoorden.

Plaats in lokale herinnering In zowel Roosendaal als Doetinchem speelt Daems een rol in de lokale herinneringscultuur over de Tweede Wereldoorlog. In de standaardstudie van H.C.J. Zandbergen over de Roosendaalse burgemeesters (in het Jaarboek De Ghulden Roos van 1970) is een uitgebreid hoofdstuk over zijn ambtsperiode opgenomen, gebaseerd op het persoonsdossier "J.H.Th. Daems" in het archief van de Roosendaalse gemeentesecretarie. Hij is verder onderwerp geweest van openbare lezingen door gemeentehistoricus Joss Hopstaken, onder meer in december 2019 in Sociëteit Contact Roosendaal, en in 2021 werd hem een verhalenroute-aflevering gewijd in het kader van de Nationale Jongerenherdenking Roosendaal. In Doetinchem heeft de Stichting Doetinchem Herdenkt hem opgenomen in haar overzicht van NSB-figuren tijdens de bezetting, naast onder meer kringleider Nijdeken, districtsleider August Borggreven en politiecommissaris Lebbink.

Categorie:Burgemeester van Roosendaal Categorie:Burgemeester van Doetinchem Categorie:Nederlands collaborateur in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Nationaal-Socialistische Beweging-lid