Gerhard Josias Olmius (Rotterdam, 4 april 1688 – 1745) was een Nederlands jurist, bestuurder en ondernemer. Hij was richter van het ambt Doetinchem, schepen en burgemeester van Doetinchem (in 1737 en 1741), bewindhebber van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en in 1741 en 1743 afgevaardigde voor Gelderland in de Staten-Generaal. Daarnaast was hij directeur van de Rekhemse ijzergieterij aan de Bielheimerbeek bij Gaanderen – de eerste ijzergieterij van Nederland. Olmius huwde een telg uit het Geldersche patriciërsgeslacht VerHuell."Complete lijst met de burgemeesters der Stad Doetinchem", regionaal-historisch overzicht Doetinchem 1832, samengesteld op basis van het archief van de gemeentesecretarie Doetinchem.
Achtergrond Olmius werd geboren in Rotterdam op 4 april 1688. Hij was vermoedelijk een zoon van Josias Olmius (1649–1713), een Rotterdamse koopman, zeep- en glasfabrikant, afkomstig uit Gelselaar, die in 1689 toestemming kreeg van de Staten van Zutphen en de stad Doetinchem voor het delven van ijzeroer en het bouwen van een ijzermolen aan de Bielheimerbeek bij Gaanderen. Daarmee legde Josias Olmius senior de basis voor de Rekhemse ijzergieterij – de oudste ijzergieterij van Nederland.
Gerhard Josias studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Op 1 mei 1715 huwde hij te Hummelo met Kunegonda VerHuell, telg uit het Geldersche patriciërsgeslacht VerHuell – dezelfde familie die in de 18e eeuw verschillende burgemeesters aan Doetinchem leverde.
Loopbaan Lokale functies in Doetinchem Olmius vervulde in Doetinchem en omgeving achtereenvolgens de functies van richter van het ambt Doetinchem, schepen van de stad en burgemeester. Op 10 februari 1727 trad hij blijkens het Oud Rechterlijk Archief van het Scholtambt Lochem op als Br. der Stad Doetinchem (burgemeester) en als gevolmachtigde van zijn zwager en zuster Henrick Swijters en Margarita Maria Olmius bij de overdracht van het erve en goed Groot Tiesinck onder Lochem.
In 1737 was Olmius samen met Wilhelm Wentholt burgemeester van Doetinchem. In 1741 vervulde hij dat ambt opnieuw.
Bewindhebber VOC en Staten-Generaal Naast zijn lokale functies was Olmius bewindhebber van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). In de jaren 1741 en 1743 nam hij namens de provincie Gelderland zitting in de vergadering van de Staten-Generaal in Den Haag.
Rekhemse ijzergieterij Olmius was directeur van de Rekhemse ijzergieterij aan de Bielheimerbeek, het door zijn vader gestichte bedrijf dat na 1713 in handen kwam van de erfgenamen Olmius. De gieterij produceerde in de eerste helft van de achttiende eeuw onder meer handgranaten, bommen, kanonskogels en huishoudelijke voorwerpen voor de zeevarende naties van Europa. De Rekhemse ijzergieterij geldt als de directe voorloper van de Keppelsche IJzergieterij in Laag-Keppel.
Familie Uit het huwelijk van Olmius met Kunegonda VerHuell werd in 1717 zoon Josias Olmius (1717–1797) geboren, die eveneens burgemeester van Doetinchem werd (vanaf 1777). Deze laatste verkocht in 1788 de havezate Den Dijk in den Haag in de heerlijkheid Didam voor 8.000 gulden. Een ander familielid, Derck Reinier Olmius, was richter te Doetinchem.
Overlijden Olmius overleed in 1745 op 56-jarige leeftijd.
Categorie:Burgemeester van Doetinchem Categorie:Persoon uit de geschiedenis van de VOC Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw