Hermanus Frederik Wilhelm de Bruijn (Kedong, Nederlands-Indië, 8 januari 1833 – Amersfoort, 3 augustus 1886) was een Nederlands militair en bestuurder. Hij maakte carrière als kapitein der infanterie in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en werd onderscheiden als Ridder der Militaire Willems-Orde. Na zijn militaire loopbaan was hij achtereenvolgens burgemeester van Beusichem (1874–1879) en van Stad-Doetinchem (1879–1883), en vervolgens commissaris van politie en van rijkspolitie te Amersfoort. In Doetinchem is de Burgemeester De Bruijnstraat naar hem vernoemd."Complete lijst met de burgemeesters der Stad Doetinchem", regionaal-historisch overzicht Doetinchem 1832, samengesteld op basis van het archief van de gemeentesecretarie Doetinchem.

Achtergrond De Bruijn werd op 8 januari 1833 geboren in Kedong, in voormalig Nederlands-Indië. Volgens een tweede regionale bron werd hij in Pekalongan op Centraal-Java geboren; mogelijk verwijzen beide plaatsen naar hetzelfde gebied in de toenmalige residentie Pekalongan. Hij was een Indo-Europese zoon van Roelof de Bruijn en zijn Javaanse echtgenote.

De Bruijn was tweemaal gehuwd. Op 27 oktober 1869 huwde hij te Amsterdam met Marie Auguste Françoise Smulders. Daarnaast trouwde hij met Cecilia Lauretta Leidelmeijer, met wie hij dochter Johanna Cecilia Charlotte Louisa de Bruijn (geboren in 1868) had.

Loopbaan in Nederlands-Indië De Bruijn was aanvankelijk werkzaam bij het Binnenlands Bestuur in Nederlands-Indië. Hij stapte over naar het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), waar hij de rang van kapitein der infanterie bereikte. Voor zijn militaire verdiensten werd hij benoemd tot Ridder der Militaire Willems-Orde – de oudste en hoogste Nederlandse ridderorde, die wordt verleend voor daden van "moed, beleid en trouw" in de strijd.

Bestuurlijke loopbaan in Nederland Burgemeester van Beusichem (1874–1879) Na zijn militaire loopbaan vestigde De Bruijn zich in Nederland. In 1874 werd hij benoemd tot burgemeester van Beusichem, destijds een zelfstandige Gelderse gemeente. Hij vervulde dit ambt tot 1879, toen hij naar de Achterhoek vertrok.

Burgemeester van Stad-Doetinchem (1879–1883) Op 19 mei 1879 werd De Bruijn geïnstalleerd als burgemeester van Stad-Doetinchem. Hij volgde Jhr. Gneomar Adolph van Nispen (1839–1921) op, die het ambt van 1869 tot 1879 had vervuld. Hem werd op 15 december 1883 eervol ontslag verleend in verband met zijn benoeming tot commissaris van politie te Amersfoort. Hij werd in 1884 opgevolgd door Abraham Matthias Cornelis van Bommel.

Commissaris van politie te Amersfoort (1883–1886) Bij Koninklijk Besluit van 21 november 1883 werd De Bruijn benoemd tot commissaris van politie der gemeente Amersfoort, tevens commissaris van rijkspolitie. Hij vervulde deze functies tot zijn overlijden.

Overlijden De Bruijn overleed op 3 augustus 1886 te Amersfoort op 53-jarige leeftijd.

Nagedachtenis In Doetinchem is de Burgemeester De Bruijnstraat naar hem vernoemd. De naam werd bij raadsbesluit van 19 juni 1930 gegeven aan het tracé van de Koppels naar de Wijnbergseweg. Bij raadsbesluiten van 12 oktober 1972 en 9 januari 1975 werden hieraan nieuwe tracés toegevoegd, namelijk van de Burgemeester De Bruijnstraat naar de Dichterseweg en van de Wijnbergseweg naar de Dichterseweg. De straat ligt in de buurt De Hoop-Noord en omvat anno 2026 ruim 100 adressen.

Zie ook Lijst van burgemeesters van Doetinchem Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger Militaire Willems-Orde Indo-Europeanen Beusichem Doetinchem (stad) Abraham Matthias Cornelis van Bommel

Categorie:Burgemeester van Beusichem Categorie:Burgemeester van Doetinchem Categorie:Ridder in de Militaire Willems-Orde Categorie:Militair in het KNIL