Clement Hoffman Stevens (Norwich, 14 augustus 1821 – Atlanta, 25 juli 1864) was een Amerikaans bankbediende, uitvinder en militair. Hij werkte enkele jaren als secretaris voor familieleden in de United States Navy en daarna als bankbediende. Hij bouwde de eerste bepantserde artillleriebatterij op Morris Island in de haven van Charleston die zou ingezet worden tijdens de Aanval op Fort Sumter. Na het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army en klom op tot de rang van brigadegeneraal. Stevens sneuvelde in 1864 tijdens de Atlantaveldtocht bij Peachtree Creek.
Vroege jaren Clement H. Stevens werd geboren op 14 augustus 1821 in Norwich, Connecticut.Eicher, John H., and David J. Eicher. Civil War High Commands. Stanford, CA: Stanford University Press, 2001, , p. 509. Hij was de zoon van een marine-officier. Zijn ouders waren afkomstig uit South Carolina.Longacre, Edward G. "Stevens, Clement Hoffman" in Historical Times Illustrated History of the Civil War, edited by Patricia L. Faust. New York: Harper & Row, 1986, , p. 717Warner, Ezra J. Generals in Gray: Lives of the Confederate Commanders. Baton Rouge: Louisiana State University Press, 1959, , pp. 291-292 Toen Clement nog een kind was verhuisde het gezin naar Florida voor ze zich in 1836 definitief in Pendleton, South Carolina vestigde.
Na zijn schooltijd werkte Stevens enige jaren als secretaris voor commodore William Bee en vice-admiraal William Shubrick. Beiden officieren waren familieleden van Stevens die in de United States Navy een loopbaan uitbouwden. Stevens huwde met een zus van de toekomstige Zuidelijke generaals Barnard E. Bee en Hamilton P. Bee die ook zijn nicht was.Civil War Dictionary. p.796 In 1842 werkte hij als een bankbediende voor de Planters en Mechanics Bank in Charleston. In zijn vrije tijd was Stevens een amateur-uitvinder en bovendien een autodidact over alles wat met munitie te maken had. Daarnaast zetelde hij in de raad van bestuur van een bedrijf die spoorwegen bouwde.
Amerikaanse burgeroorlog Met de toenemende spanningen tussen de Noordelijke en Zuidelijke Staten, die een hoogtepunt kenden na de verkiezing van Abraham Lincoln tot president en de secessie van een deel van die Zuidelijke staten, werd Stevens tot kolonel benoemd van de South Carolina Militia. Begin april 1861 werd de militie deels opgenomen in het Confederate States Army en werd Stevens benoemd tot kolonel in het reguliere leger en aide-de-camp. Hij ontwierp en bouwde de eerste gepantserde artilleriebatterij op Morris Island die zou ingezet worden tijdens de Aanval op Fort Sumter.Sifakis, Stewart. Who Was Who in the Civil War. New York: Facts on File, 1988, , p. 622Longacre en Warner stellen dat dit misschien de eerste gepantserde fortificatie is in de militaire geschiedenis.Voor locatie en inplanting van de verschillende forten op Morris Island zie U.S. War Department, The War of the Rebellion: a Compilation of the Official Records of the American Civil War. Serie I. Volume 1. p. 229 en 244.
Tussen april en 21 juli 1861 werkte Stevens als aide-de-camp voor zijn schoonbroer brigadegeneraal Barnard E. Bee Jr. tot deze sneuvelde tijdens de Eerste Slag bij Bull Run. Ook Stevens liep verwondingen op.
Na zijn herstel nam Stevens het commando op zich van een militie-eenheid in South Carolina. Op 1 april 1862 werd hij benoemd tot kolonel van het 24th South Carolina Infantry Regiment. Samen met zijn regiment hielp hij op 16 juni 1862 de Noordelijk aanval op Secessionville af te slaan. Daarna werd hij overgeplaatst naar Mississippi waar brigadegeneraal States Rights Gist en generaal Joseph E. Johnston probeerden om de belegering van Vicksburg te breken. De stad zou uiteindelijk op 4 juli 1863 in Noordelijke handen vallen. In zijn rapporten prees Gist Stevens als "iron-nerved" of een persoon met stalen zenuwen. Zijn regiment werd opnieuw overgeplaatst en ingedeeld in het Army of Tennessee. Op 20 september raakte Stevens opnieuw gewond tijdens de Slag bij Chickamauga. Stevens werd weerom geprezen voor zijn moed en inzet.
Het zou tot december 1863 duren vooraleer Stevens voldoende hersteld was van zijn verwondingen. Op 20 januari 1864 werd hij bevorderd tot brigadegeneraal. Hij werd bevelhebber van een brigade in generaal-majoor William H.T. Walkers divisie in het First Corps van het Army of Tennessee. Van zijn manschappen kreeg hij de bijnaam "Rock." Op 20 juli 1864, tijdens een frontale aanval bij Peachtree Creek, werd Stevens geraakt door een kogel in het hoofd. De twee officieren die hem van het slagveld droegen, raakten eveneens gewond.Welsh, Jack D. Medical Histories of Confederate Generals. Kent, OH: Kent State University Press, 1995. p. 205,
Stevens werd overgebracht naar het Ocmulgee Hospital in Macon. Chirurgen probeerden de kogel operatief te verwijderen, maar Stevens overleed op 25 juli aan zijn verwondingen. Clement H. Stevens werd initieel begraven op het Magnolia Cemetery in Charleston. Zijn stoffelijk overschot werd uiteindelijk te ruste gelegd in het St. Paul's Episcopal Church Cemetery in Pendleton, South Carolina.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten