Bericht aan de rattenkoning is een pamfletistische reportage van Harry Mulisch, verschenen in 1966 bij uitgeverij De Bezige Bij. Het boek is een persoonlijk en geëngageerd verslag van de Provo-onlusten in Amsterdam in 1965 en 1966, geschreven, in Mulisch' eigen woorden, in een drie weken durende woede- en lachaanval in augustus 1966. Het werk geldt als een van de spraakmakendste tijdsdocumenten uit het roerige Nederland van de jaren zestig en als een sleutelwerk voor het begrip van de Provo-beweging.
Achtergrond Halverwege de jaren zestig kwam in Amsterdam de Provo-beweging op, een losse coalitie van anarchistische, artistieke en intellectuele jongeren rond figuren als Robert Jasper Grootveld, Roel van Duyn en Hans Tuynman. Het Lieverdje op het Spui groeide uit tot het centrum van wekelijkse happenings, die door de Amsterdamse politie onder hoofdcommissaris Hendrik Jan van der Molen geregeld hardhandig werden uiteengeslagen. Een hoogtepunt van de spanningen vormde het huwelijk op 10 maart 1966 van prinses Beatrix en Claus von Amsberg in Amsterdam, waarbij Provo's de Gouden Koets bekogelden met rookbommen.
In dezelfde periode stond Mulisch dicht bij de Provo's. Hij sympathiseerde openlijk met de beweging, woonde happenings bij en verdedigde de actievoerders. Zijn eerdere pamflet Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf, tijdens de jongste dag (1961), een parodie op de folders van de Bescherming Bevolking, en zijn rapport De zaak 40/61 (1962) over het Eichmann-proces hadden hem al gevestigd als geëngageerd schrijver met een uitgesproken politieke stem.
Inhoud Mulisch opent Bericht aan de rattenkoning met een ruim historisch kader: hij beschrijft hoe Nederland na de Tweede Wereldoorlog werd hersteld onder het Militair Gezag van mei 1945, dat hij typeert als een semi-fascistische dictatuur onder Oranjevlag die moest voorkomen dat zich een ander Nederland zou ontwikkelen. Vanaf dat tijdsbeeld werkt hij toe naar de gebeurtenissen in Amsterdam tussen 1965 en 1966.
Het boek schetst achtereenvolgens: de hysterie rond de televisie-uitzending Beeldreligie van Zo is het toevallig ook nog 's een keer in januari 1964 — bij Mulisch consequent TEEVEE genoemd — en de daardoor opgeroepen verontwaardiging onder de gevestigde orde; de jongerencultuur van de zogeheten dijkers en pleiners; de happenings rond het Lieverdje onder de losse leiding van de antirookmagiër Robert Jasper Grootveld; het ontstaan van Provo als georganiseerde beweging; de arrestatie van Hans Tuynman op 1 april 1966 en de daarop volgende protesten bij het huis van bewaring; het huwelijk van Beatrix en Claus; het zogeheten Bouwvakkersoproer en de bestorming van het Telegraafgebouw op 14 juni 1966.
Mulisch beschouwt deze gebeurtenissen vanuit één centrale stelling: de regenten die in Nederland het GEZAG (door Mulisch consequent in hoofdletters geschreven) uitoefenen en daarmee de ORDE handhaven, beschikken niet over werkelijk gezag en handhaven niet de orde van de rechtsstaat, maar de orde van hun eigen klasse. Pas wanneer de ORDE de orde niet meer ondermijnt, schrijft hij in slotzin, en het GEZAG het gezag niet meer ondermijnt, zal onze nederlandse huishouding leefbaar zijn in het jaar 2000.
In een korte passage tegen het einde van het boek licht Mulisch het begrip rattenkoning toe — een natuurverschijnsel waarbij de staarten van een aantal ratten in elkaar verknoopt raken, waardoor zij geen voedsel meer kunnen bemachtigen. De metafoor staat in het boek voor het regentendom: een elite die door haar eigen verstrengeling onbeweeglijk is geworden. De omslag van de eerste druk toont het portret dat Bartholomeus van der Helst omstreeks 1642 schilderde van de twintigjarige Amsterdamse regent Gerard Andriesz. Bicker, in de breedte uitgetrokken, zodat het oogt als een rattenkoning in regentengedaante.
Vorm en stijl Het boek is een hybride van essay, reportage, pamflet en persoonlijk getuigenis. Mulisch wisselt korte hoofdstukken historische schets af met sfeerimpressies en polemische beschouwingen. De toon is verheven en ironisch tegelijk; veelvuldig gebruikt hij blokkapitalen, neologismen en spelvariaties (TEEVEE, kommissaris, kommunisten) als typografische middelen. Mulisch noemde het boek bij verschijning zelf nadrukkelijk een pamflet; in latere jaren stelde hij zijn definitie van het genre echter strenger, en behield hij de term uitsluitend voor zijn eerdere Wenken.
Kenmerkend is dat Mulisch zichzelf niet uitsluit. Hij meldt dat het boek niet alleen óver de gebeurtenissen handelt, maar er ook deel van uitmaakt: Het handelt niet alleen óver de gebeurtenissen, maar is ook een deel ván de gebeurtenissen. Tegelijkertijd is hij zich er, schrijft hij, van bewust dat hij de gebeurtenissen vanaf een veilige afstand beschouwt — een houding die critici hem later zouden verwijten.
Receptie Het pamflet werd direct na verschijnen breed besproken en herhaaldelijk herdrukt. De ontvangst was uiteenlopend. Sympathisanten van Provo prezen het boek als een raak en literair sterk beeld van de jaren-zestig in Amsterdam. Tegenstanders veroordeelden de eenzijdige stellingname. In Schrijvers binnenste buiten (1969) uitte de essayist Huug Kaleis zware kritiek op Mulisch' dubbelzinnige verhouding tot de vernietiging, waarbij hij Mulisch in één adem behandelde met diens eerdere werken Wenken en De zaak 40/61. Kaleis verweet de schrijver ijdelheid, een veiligheidsplaats bij de revolutie en een vermenging van het kwaad met esthetisering. Hij betitelde Mulisch spottend als een hollebollewoordenman en als ons literair teeneridool.
Latere historici van de Provo-beweging beschouwen Bericht aan de rattenkoning eerder als bron dan als geschiedschrijving: het boek is zelf een document van de tijd, geen afstandelijke analyse ervan. In de bibliografie over Provo van onder anderen Niek Pas en Eric Duivenvoorden wordt het werk consequent als een van de eerste belangrijke contemporaine getuigenissen genoemd.
Drukgeschiedenis De eerste druk verscheen in 1966 bij De Bezige Bij in Amsterdam, met op het omslag het bewerkte portret van Gerard Bicker. Het werk is sindsdien veelvuldig herdrukt en opgenomen in verschillende verzamelbundels van Mulisch' essayistische werk.
Literatuur José Boyens en Lambert Tegenbosch, 'Nieuwe boeken', in: Raam (1966). Huug Kaleis, 'Mulisch' dubbelzinnige verhouding tot de vernietiging, gevolgd door een portret van Harry als Revolutionair', in: Schrijvers binnenste buiten (1969). Niek Pas, Imaazje! De verbeelding van Provo 1965–1967 (Wereldbibliotheek, Amsterdam 2003). Eric Duivenvoorden, Magiër van een nieuwe tijd. Het leven van Robert Jasper Grootveld (Lebowski, Amsterdam 2009).
Externe links Titelbeschrijving Bericht aan de rattenkoning op de DBNL
Categorie:Werk van Harry Mulisch Categorie:Essay Categorie:Pamflet Categorie:Nederlandstalige literatuur Categorie:Provo