De pausverkiezing van 1241 vond plaats van 21 september tot 25 oktober 1241, na het overlijden van paus Gregorius IX, en leidde tot de verkiezing van Goffredo Castiglione als paus Celestinus IV. Echter, Celestinus IV overleed amper 17 dagen na zijn verkiezing, nog voor hij gekroond kon worden. Er werd niet meteen een tweede verkiezing uitgeschreven, waardoor een lange periode van sedisvacatie ontstond.

Deze pausverkiezing was een van de meest chaotische en gewelddadige verkiezingen in de middeleeuwse kerkgeschiedenis. De verkiezing van 1241 wordt soms aangeduid als het eerste conclaaf, omdat de kardinalen door de Romeinse autoriteiten in het Septizodium werden opgesloten om hen te dwingen tot een snelle beslissing. Deze benaming is echter een anachronisme: de formele juridisch vastgelegde procedure van het conclaaf bestond in 1241 nog niet. Het echte conclaaf in de strikte zin van het woord ontstond pas na de extreem langdurige pausverkiezing van 1268-1271, die leidde tot de apostolische constitutie Ubi Periculum (1274) van paus Gregorius X.

Achtergrond Gregorius IX had jarenlang een bittere strijd gevoerd met keizer Frederik II, die hij herhaaldelijk excommuniceerde. Toen Gregorius overleed in de zomer van 1241, was de politieke situatie explosief. Frederik II bevond zich met zijn leger in Midden-Italië en wilde koste wat kost voorkomen dat een paus werd gekozen die zijn vijandige lijn zou voortzetten. Tegelijkertijd vreesde de Romeinse Senaat dat de keizer de verkiezing zou domineren en besloot daarom de kardinalen in Rome te houden en hen te dwingen tot een snelle keuze. De kardinalen waren verdeeld in een pro‑keizerlijke en een anti‑keizerlijke factie, wat de kans op een ordelijke verkiezing vrijwel onmogelijk maakte.

Verloop De verkiezing begon eind september 1241, toen de kardinalen door de Romeinse senator Matteo Rosso Orsini werden opgesloten in het Septizodium, een oud monument aan de voet van de Palatijn. De omstandigheden waren extreem zwaar: voedsel was schaars, de ruimte was benauwd en meerdere kardinalen werden ziek. Bovendien had Frederik II onderweg naar Rome een groep kardinalen gevangen genomen, waardoor het College onvolledig was. Ondanks deze druk en verdeeldheid bereikten de aanwezige kardinalen uiteindelijk een compromis. Op 25 oktober 1241 kozen zij Goffredo Castiglioni, kardinaal‑priester van San Marco, tot paus. Hij nam de naam Celestinus IV aan. Door ziekte en uitputting kon hij nauwelijks functioneren en hij overleed al op 10 november 1241, nog voor zijn kroning.

Nasleep De dood van Celestinus IV zonder dat hij de pauselijke tiara formeel had ontvangen, bracht de Kerk opnieuw in een leiderschapscrisis. De kardinalen, nog steeds politiek verdeeld en fysiek verzwakt, weigerden een nieuwe verkiezing te houden zolang de politieke druk van zowel Rome als Frederik II aanhield. Hierdoor bleef de pauselijke zetel gedurende bijna twee jaar vacant, een van de langste sedisvacaties van de middeleeuwen. Pas in 1243 werd een nieuwe paus gekozen: Innocentius IV, die de strijd met Frederik II zou voortzetten en uiteindelijk naar Lyon zou vluchten. De verkiezing van 1241 wordt vaak gezien als een directe aanleiding voor latere hervormingen van het pauselijke kiesproces, die moesten voorkomen dat wereldlijke machten de verkiezing konden manipuleren.

1241 Categorie:Christendom in de middeleeuwen Categorie:1240-1249