De compositie van de wereld is een filosofisch werk van Harry Mulisch, in 1980 verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij. In dit omvangrijke traktaat ontvouwt Mulisch een hermetisch systeem waarin hij de structuur en ontwikkeling van denken, individu, samenleving en kosmos terugvoert op één enkel oerprincipe: het octaaf. De eerste druk droeg de aanduiding Deel I; een aangekondigd vervolgdeel is nooit verschenen. Het boek geldt, ondanks de gemengde ontvangst, als Mulisch' filosofische hoofdwerk.
Ontstaansgeschiedenis Aan De compositie van de wereld werkte Mulisch decennialang. De eerste druk verscheen in 1980 als Deel I (492 bladzijden) in een linnen band met stofomslag, ontworpen door Jacques Janssen, en werd uitgebracht met een meegeleverde 45-toeren grammofoonplaat. Deze plaat, gelabeld De Compositie Van De Wereld. Tweede Boek, Hoofdstuk 1, bevatte een acoustic illustration van Mulisch' theorie. Een tweede deel is na 1980 nooit verschenen. Vanaf de tweede druk in 1986 werd het werk uitgebracht zonder plaat, maar met een toegevoegde synopsis, glossarium, registers en bibliografie.
Opzet en hoofdgedachte Tegenspraak en paradox De compositie van de wereld opent met een fundamentele bespreking van het tegenspraakbeginsel. Tegen Aristoteles, voor wie het verbod op de tegenspraak het fundament onder alle beginselen was, plaatst Mulisch de uitspraak van Herakleitos: wij zijn en wij zijn niet. Mulisch betoogt dat het verbod op de tegenspraak niet alleen onbewezen is maar ook onbewijsbaar, en daarmee een dogma. Hij wijst op natuurkundige verschijnselen die zich alleen paradoxaal laten vatten — het elektron dat zich nu eens als deeltje, dan weer als golf gedraagt; zwarte gaten; het ontstaan van het heelal — en op de mens zelf, die op elk moment van zijn ontwikkeling tegelijk dezelfde mens is én niet dezelfde.
Octaviteit Tegen die achtergrond introduceert Mulisch het begrip octaviteit. Het sluit aan bij de pythagoreïsche gedachte van de harmonie der sferen: in vrijwel alle culturen geldt het octaaf als grondvorm van muzikale harmonie. Voor het octaaf geldt dat de hoge en de lage grondtoon — bijvoorbeeld twee opeenvolgende c's — dezelfde en niet dezelfde zijn. Deze muzikaal-akoestische paradox vormt volgens Mulisch het oerfenomeen van alle ontwikkeling.
Mulisch onderscheidt vervolgens een primaire en een secundaire beweging. Bij de secundaire beweging (T → T') ontstaat een toon T' uit een toon T via een glissando. Bij de primaire beweging (T ← T') wordt vanuit T' de toon T pas herkend, waarbij volgens Mulisch een mutatie van de identiteit plaatsvindt. Op de bij het boek gevoegde grammofoonplaat klinkt naast deze beweging een integraal glissando van de stilte bij nul trillingen naar de stilte van de stilte bij circa twintigduizend trillingen — de grens van het menselijk gehoor. Beide stiltes vormen samen een octaaf.
Wereldformule Uit deze octaviteit construeert Mulisch een wereldformule waarin hij zeven stadia onderscheidt, die volgens hem terugkeren in de ontwikkeling van het denken, het individu, de samenleving en de kosmos. In zijn betoog beweegt hij zich tussen wiskunde, biochemie, natuurkunde, psychoanalyse, godsdienstgeschiedenis en mythologie, met sleutelfiguren als Pythagoras, Nicolaas van Cusa, Sigmund Freud en Albert Einstein.
Ontvangst De compositie van de wereld werd bij verschijnen direct herkend als een ongewoon boek, en de reacties liepen scherp uiteen. Sommige critici prezen het werk om zijn intellectuele ambitie en meeslepende proza; anderen verweten Mulisch apodictische formuleringen en gebrek aan empirische onderbouwing. Rudy Cornets de Groot besprak het werk in Nieuw Vlaams Tijdschrift (jaargang 34, nr. 6, november–december 1981, p. 857–886) en betoogde dat Mulisch' romans als Het stenen bruidsbed en Voer voor psychologen gelezen kunnen worden als literaire voorstudies bij de filosofie van De compositie. Hugo Bousset besprak het boek onder de titel Mulisch' compositie van de wereld in Ons Erfdeel (jaargang 24, 1981).
In 1986 stelde Piet Meeuse een bundel beschouwingen over het boek samen onder de titel Harmonie als tegenspraak. Beschouwingen over 'De compositie van de wereld' van Harry Mulisch. Meeuse betoogde daarin dat de octaviteit als wereldsysteem aanvechtbaar is, maar als poëtisch beeld geslaagd.
Eredoctoraat Op 8 januari 2007, bij gelegenheid van de 375ste dies natalis van de Universiteit van Amsterdam, ontving Mulisch een eredoctoraat van die universiteit. Erepromotor was Marita Mathijsen, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde. In de toelichting werd gesteld dat schrijven voor Mulisch een exploratie [is] van gewetensvragen en van positiebepalingen in een snel veranderende maatschappij. Het eredoctoraat werd toegekend voor het gehele oeuvre van Mulisch.
Drukgeschiedenis 1980 — eerste druk, Deel I, 492 pp., linnen band met stofomslag, inclusief 45-toeren grammofoonplaat. De Bezige Bij, Amsterdam, . 1986 — tweede, uitgebreide druk, 535 pp., paperback met flappen, zonder grammofoonplaat, met toegevoegde synopsis, glossarium, registers en bibliografie. 2002 — herdruk, 649 pp. 2008 — herdruk, 649 pp., .
Literatuur Piet Meeuse (red.), Harmonie als tegenspraak. Beschouwingen over 'De compositie van de wereld' van Harry Mulisch (Amsterdam 1986). Rudy Cornets de Groot, bespreking van De compositie van de wereld, in: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jrg. 34, nr. 6 (november–december 1981), p. 857–886. Hugo Bousset, 'Mulisch' compositie van de wereld', in: Ons Erfdeel, jrg. 24 (1981).
Externe links Titelbeschrijving De compositie van de wereld op de DBNL Rudy Cornets de Groot, 'Dagboekbladen' over De compositie van de wereld
Categorie:Werk van Harry Mulisch Categorie:Filosofisch boek Categorie:Nederlandstalige literatuur