De pausverkiezing van 1268-1271 vond plaats van 1 december 1268 tot 1 september 1271, volgend op het overlijden van paus Clemens IV, en leidde tot de verkiezing van Tebaldo Visconti als paus Gregorius X. Deze pausverkiezing was de langste in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk: na de dood van paus Clemens IV bleef de pauselijke stoel bijna drie jaar onbezet.
Deze pausverkiezing was sensu stricto nog geen conclaaf, omdat de kardinalen niet werden opgesloten.
Achtergrond De politieke situatie in Italië was in de tweede helft van de 13e eeuw uiterst gespannen. De executie van Konradijn, de laatste uit de dynastie der Hohenstaufen, in 1268 had de machtspositie van Karel I van Napels versterkt. Binnen het College van Kardinalen bestonden scherpe tegenstellingen tussen de Angevijnse partij, die Franse invloed steunde, en de Ghibellijnse partij, die zich verzette tegen de groeiende macht van Karel I, de broer van de Franse koning Lodewijk IX. Daarnaast waren er interne Romeinse facties, zoals de Orsini en de Annibaldi, die hun eigen belangen nastreefden. Deze overlappende conflicten maakten het vrijwel onmogelijk om tot een consensus te komen.
Verloop De verkiezing begon op 1 december 1268 in het bisschoppelijk paleis van Viterbo. Al snel bleek dat geen enkele kandidaat een meerderheid kon behalen. Van de aanvankelijk 19 aanwezige kardinalen, stierven er in de loop van de jaren drie en verliet een vierde de verkiezing wegens ziekte. De stedelijke autoriteiten van Viterbo, wanhopig om een einde te maken aan de verlamming van de Kerk, grepen uiteindelijk in. Onder leiding van Ranieri Gatti, de prefect van Viterbo, werden de kardinalen opgesloten in het Palazzo dei Papi, hun voedselrantsoenen werden verminderd tot brood en water, en volgens sommige bronnen werd zelfs het dak van het gebouw verwijderd om hen te dwingen tot een beslissing. Deze drastische maatregelen vormden later het model voor de regels van het klassieke conclaaf.
Na bijna drie jaar van stilstand besloten de kardinalen op 1 september 1271 hun stemrecht over te dragen aan een commissie van zes leden, bestaande uit vertegenwoordigers van de belangrijkste fracties. Deze commissie koos unaniem voor Tebaldo Visconti, een Italiaanse geestelijke uit Piacenza die geen kardinaal was en zich op dat moment in het Heilige Land bevond als legaat bij de Negende Kruistocht. Visconti accepteerde de verkiezing, reisde naar Italië en werd in februari 1272 in Viterbo ontvangen. Hij nam de naam Gregorius X aan en werd op 27 maart 1272 in Rome gekroond.
Nasleep De uitzonderlijke duur en chaotische omstandigheden van de verkiezing hadden grote gevolgen voor de Kerk. Paus Gregorius X besefte dat hervorming van het kiesproces noodzakelijk was om herhaling te voorkomen. Tijdens het Tweede Concilie van Lyon in 1274 vaardigde hij de bul Ubi Periculum uit, die de regels van het conclaaf formeel vastlegde: verplichte afzondering van de kardinalen, beperking van voedselrantsoenen na enkele dagen en het verbod om de vergadering te verlaten totdat een paus was gekozen. Deze regels werden voor het eerst toegepast in het conclaaf van januari 1276 en vormden de basis voor het pauselijke verkiezingssysteem.
1268-1271 Categorie:Christendom in de middeleeuwen Categorie:1260-1269 Categorie:1270-1279