Hartog David (Rotterdam, 22 mei 1879 – Sobibor, 4 juni 1943), beter bekend als Hakkie Davids, was een Nederlandse pianist, kapelmeester en componist. Hij was de oudere broer van de cabaretiers Louis Davids en Heintje Davids en trad in het Nederlandse variété- en revuecircuit op als muzikaal leider, vaak als begeleider van zijn beroemdere broer en zus. Davids werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gedeporteerd en samen met zijn vrouw vermoord in het vernietigingskamp Sobibor.
Familie en jeugd Hartog David werd geboren in de Raamstraat in Rotterdam, in het Zandstraatkwartier, een arme buurt waar veel artiestenfamilies woonden. Zijn ouders, Levie David (Rotterdam, 25 oktober 1857 – Rotterdam, 6 augustus 1909) en Francina Terveen (Rotterdam, 19 januari 1858 – Amsterdam, 22 mei 1927), traden op op kermissen met komische duetten en hadden in Rotterdam een café. Het echtpaar trouwde op 21 juli 1880 in Rotterdam.
Het gezin telde acht kinderen, van wie meerdere een artistieke loopbaan zouden krijgen. Hakkie was de oudste; jongere broers en zussen waren onder anderen Rika Davids (geboren als Rebecca David, 4 september 1885), Simon David (later bekend als Louis Davids, geboren 19 december 1883) en Hendrika David (later bekend als Heintje Davids, geboren 13 februari 1888). De kinderen werden van jongs af aan in de kermis- en variétépraktijk meegenomen.
Loopbaan Hakkie ontwikkelde zich tot pianist en kapelmeester. Op 26 juni 1901 trad hij in Rotterdam in het huwelijk met de artieste Sophia van der Kruk (Rotterdam, 10 maart 1879). Het echtpaar kreeg twee dochters: Francina, die op tweemaandige leeftijd in 1901 overleed, en Sara, geboren op 19 februari 1903.
De eerste vermelding van Hakkie Davids in de Nederlandse pers dateert van 2 oktober 1916, toen Het Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië in een artikel over het toneel in Nederland de revue Hadt je me maar bespraak, opgevoerd in het Circus Oscar Carré in Amsterdam door het Hollandsch Operette Gezelschap van Napoleon de la Mar — de vader van Fien de la Mar. De muziek van deze revue was van de hand van Hakkie Davids.'Hadt je me maar!! – Hollandsch Operette Gezelschap – 1916-08-19', op: TheaterEncyclopedie.
In de jaren twintig en dertig leidde Davids de muziek bij talrijke producties van onder meer het Hollandsch Operette Gezelschap, het Operettegezelschap Flora en de Rido Revue. Tot de producties waarvoor hij als muzikaal leider verantwoordelijk was behoren Gri Gri (1915), De Vice Admiraal (1916), De Mascotta (1916), De Marskramer (1916), Blonde Carmen uit de Jordaan (1925), De Poppenkast (1925), De vogelkoopman (1926), De Koningin van de nacht (1926), Een walsdroom (1926), Hallo! Californië (1926), Gaat dat zien (1934, Rido Revue) en Die Blume von Hawaii (1938).
Hakkie werkte vaak als muzikaal begeleider van zijn broer Louis en zijn zus Heintje. In de pers werd hij in de jaren dertig regelmatig getypeerd als zeer populaire kapelmeester, zoals in de Haagsche Courant van 2 juli 1930.
Verhuizing naar Amsterdam Op 25 maart 1920 verhuisde het gezin van Hartog David naar Amsterdam, waar zij achtereenvolgens onder meer aan de Jan Steenstraat, de Utrechtsestraat, de Sarphatistraat, de Vijzelstraat en de Roompotstraat woonden. Hun laatste bekende adres was Uiterwaardenstraat 334 (parterre), in Rivierenbuurt. Dochter Sara trouwde op 23 december 1931 met Jacob Lewin en woonde in dezelfde straat op nummer 298 (tweede verdieping).
Tweede Wereldoorlog en deportatie Op 1 juli 1939 overleed broer Louis Davids op 55-jarige leeftijd in de Emmakliniek in Amsterdam. Zijn crematie op Westerveld trok landelijke aandacht; op een van de gepubliceerde foto's stonden Heintje, Hakkie en Rika afgebeeld.
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland trad Hakkie aanvankelijk nog op, vaak samen met zijn zus Heintje in de Joodsche Schouwburg (de huidige Hollandsche Schouwburg) aan de Plantage Middenlaan. Hij werd geregistreerd als employee bij de Algemene Dienst van de Joodsche Raad. Vermoedelijk was deze aanstelling bedoeld om hem te voorzien van een Sperre die uitzetting moest voorkomen, hoewel ook financiële aanvulling van zijn inkomsten een rol kan hebben gespeeld.
De Sperre bood uiteindelijk geen bescherming. Hartog David en zijn vrouw Sophia werden gedeporteerd en op 4 juni 1943 in het Vernietigingskamp Sobibor vermoord. Op diezelfde dag werd ook zijn zus Rika Davids in Sobibor vermoord.
Hakkies kleinzoon Paul (geboren in 1935) werd op 28 januari 1944 in Auschwitz vermoord, samen met zestien andere joodse kinderen.
Nagedachtenis Hakkie Davids wordt herdacht in het Joods Monument en op de website van Stichting Sobibor. In de TheaterEncyclopedie zijn negentien producties opgenomen waaraan hij als muzikaal leider verbonden was.
Noten
Categorie:Nederlands pianist Categorie:Nederlands componist Categorie:Nederlands Holocaustslachtoffer