Jakob Sprenger (Oberhausen, 27 juli 1884 – Kössen, 7 mei 1945) was een gouwleider van het gouw Hessen-Nassau en gouw Zuid-Hessen-Nassau. Hij was ook Rijksstadhouder van de Volksstaat Hessen en Oberpräsident (Eerste president) van de Pruisische provincie Nassau.
Sprenger droeg de rang van SA-Obergruppenführer (luitenant-generaal) en was politicus en parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag.
Leven Op 27 juli 1884 werd Jakob Sprenger geboren in Oberhausen, wat toen in het Koninkrijk Beieren lag. Hij was de vierde en jongste zoon van de boer Ludwig Heinrich Sprenger (15 mei 1847 – 8 november 1930) en zijn vrouw Magdalena Becker (18 augustus 1850 – 2 november 1900). In 1901 ging Jakob naar het ProgymnasiumStadtlexikon Darmstadt: Sprenger, Jakob. Geraadpleegd op 15 mei 2026.Frankfurter Personenlexikon: Sprenger, Jakob. Geraadpleegd op 15 mei 2026. (gymnasium-onderbouw) in Bad Bergzabern. Hierna meldde hij zich aan als eenjarige vrijwilliger bij het Beierse leger en werd hij geplaatst in het Königlich Bayerisches 18. Infanterie-Regiment „Prinz Ludwig Ferdinand“. Na een jaar nam Sprenger ontslag uit de dienst.
In oktober 1902 trad Sprenger in dienst van de Keizerlijke postadministratie.Datenbank der deutschen Parlamentsabgeordneten: 05. Wahlperiode (1930). Geraadpleegd op 12 mei 2026. Als postbeambte in opleiding volgde hij een training aan de telegraafschool in Mannheim, die hij afsloot met een succesvol eindexamen.
Eerste Wereldoorlog Op 4 augustus 1914 meldde Sprenger zich als Kriegsfreiwilliger (oorlogsvrijwilliger) en werd hij geplaatst in de 2. Ersatz-Kompanie (2e reservecompagnie) van zijn oude onderdeel. Hij was belast met de training van oorlogsvrijwilligers en reservisten. Sprenger werd ingezet aan het Westfront, waar hij in november 1914 gewond raakte en een teen van zijn rechtervoet verloor.
Hij werd opgenomen in verschillende veldhospitalen in Keulen en Landau in der Pfalz. Voor zijn inzet aan het front werd Sprenger onderscheiden met het IJzeren Kruis 1914, 2e Klasse. In januari 1915 werd hij ontslagen uit het hospitaal, waarna hij als Zugführer (vergelijkbaar met een pelotonscommandant) werd geplaatst in een MG-compagnie van het 2e Legerkorps. Op 23 april 1916 volgde zijn bevordering tot Leutnant (tweede luitenant), waarna hij in juni 1916 naar het Oostfront werd gestuurd. Daar diende Sprenger als plaatsvervangend compagniescommandant en als gasbeschermingsofficier in Pinsk en Rivne in Oekraïne.
Interbellum In december 1918, na het einde van de Eerste Wereldoorlog, keerde hij terug naar Duitsland. In juli 1919 werd hij ontslagen uit de actieve dienst, waarna hij in december van dat jaar zijn carrière als postbeambte in Frankfurt-Bockenheim hervatte.Höffkes 1986, p.319.Miller & Schulz 2021, p.280.
In 1922 werd Sprenger lid van de NSDAP, maar na de mislukte Bierkellerputsch werd hij in januari 1924 voor een korte periode lid van de Deutschvölkische Partei, een mantelorganisatie van de destijds verboden nazi-partij. Sprenger werd de leider van deze partij in Frankfurt am Main, de Volksstaat Hessen en het district Hessen-Nassau; daarnaast was hij actief als campagnespreker. In juli 1924 sloot hij zich aan bij de Nationaalsocialistische Vrijheidsbeweging (NSFB), een andere aan de nazi's gelieerde groepering, waarin hij werd benoemd tot lid van het uitvoerend bestuur. Nadat Sprenger medeoprichter was geweest van de Ortsgruppe in Frankfurt, werd hij aangesteld als Bezirksleiter (districtsleider) voor Frankfurt, Hessen en Hessen-Nassau.
Op 28 april 1925 werd hij gekozen in de gemeenteraad (Stadtverordnetenversammlung) van Frankfurt, waarin hij tot 1933 zitting had. De militante antisemiet klom snel op binnen de rangen van de nazi-partij. Op 1 maart 1927 werd Sprenger door Adolf Hitler benoemd tot gouwleider van de gouw Hessen-Nassau-Zuid. In 1930 werd hij bovendien verkozen in de Nassauische Kommunallandtag van het Regierungsbezirk Wiesbaden en in de Provinziallandtag van de Pruisische provincie Hessen-Nassau.
In januari 1930 nam Sprenger de rol van nazi-fractieleider op zich in beide regionale organen. Tijdens de verkiezingen van september 1930 werd hij bovendien verkozen in de Rijksdag, een zetel die hij tot het einde van de Tweede Wereldoorlog zou behouden. Binnen de nazi-fractie ontwikkelde hij zich tot de specialist op het gebied van ambtenarenzaken. In datzelfde jaar richtte Sprenger het partijblad Frankfurter Volksblatt op.Datenbank der deutschen Parlamentsabgeordneten: 11. Wahlperiode (1938). Geraadpleegd op 12 mei 2026. Pas na de nationaalsocialistische machtsovername in 1933 volgde zijn benoeming tot lid van de Pruisische Staatsraad en tot Reichskommissar voor ambtenarenzaken.Miller & Schulz 2021, p.285.
Van 1930 tot 1933 had hij zitting in de raad van bestuur van de Keizerlijke Posterijen, hoewel hij in november 1932 al ontslag had genomen.Klee 2021, p.593. Begin 1930 werd Sprenger tevens lid van het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK) met het opmerkelijk lage lidmaatschapsnummer 5. Het is onbekend of Sprenger binnen deze organisatie een rang als Ehrenführer heeft bekleed. Op 6 september 1931 werd hij benoemd tot leider van de NS-Beamtenabteilung der Reichsleitung der NSDAP (de ambtenarenafdeling binnen de rijksleiding van de partij).
rechts|thumb|Sprenger achter Adolf Hitler tijdens de eerste spadesteek voor de Reichsautobahn tussen Frankfurt/Main, Darmstadt en Mannheim.
Op 5 mei 1933 benoemde Hitler Sprenger tot Rijksstadhouder van de Volksstaat Hessen. Sprenger droeg de lopende regeringszaken over aan de tot dan toe gekozen staatspresident Ferdinand Werner (NSDAP), die hij echter op 20 september 1933 tot aftreden dwong na een conflict over de samenvoeging van de kamers van koophandel. Twee jaar later, op basis van de Rijksstadhouderswet van 30 januari 1935, nam Sprenger de leiding van de deelstaatregering zelf over van Werners opvolger Philipp Wilhelm Jung. Naast Martin Mutschmann was hij de enige Rijksstadhouder die met een dergelijke dubbelfunctie werd belast. Sprenger behield deze positie tot het einde van de oorlog.
Betrokkenheid bij euthanasie en de Holocaust In de Hessische stad Hadamar werd de daar gevestigde psychiatrische kliniek omgebouwd tot het Euthanasiecentrum Hadamar. Tussen januari 1941 en maart 1945 werden hier meer dan 14.000 geestelijk en lichamelijk gehandicapte mannen, vrouwen en kinderen vermoord met giftig gas of dodelijke injecties, als onderdeel van het eugenetische programma Aktion T4 van nazi-Duitsland. Deze massamoorden vonden plaats met medeweten en verantwoordelijkheid van Sprenger, die de belangrijkste partij- en regeringsfunctionaris in de regio was.Miller & Schulz 2021, p.286.
Naar schatting emigreerden 7.000 Joden uit Frankfurt in de periode tussen de Kristallnacht in november 1938 en het formele verbod op Joodse emigratie op 23 oktober 1941.Order Banning the Emigration of Jews from the Reich. Geraadpleegd op 12 mei 2026. Vanaf dat moment werden Joden opgepakt en per trein vanuit de stad gedeporteerd naar getto’s en vernietigingskampen in het oosten. In totaal werden er meer dan 10.600 Joden gedeporteerd; slechts zo'n 600 van hen overleefden de oorlog. In mei 1943 verklaarde Sprenger Frankfurt officieel tot “Judenfrei” (“vrij van Joden”).Miller & Schulz 2021, p.286-287.
Tweede Wereldoorlog Toen de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 uitbrak, werd Sprenger benoemd tot rijksverdedigingscommissaris van Wehrkreis XII, met zijn zetel in Wiesbaden. Dit gebied omvatte de westelijke helft van zijn eigen gouw, samen met de gouw Koblenz-Trier, de gouw Saarpfalz en een deel van de gouw Baden. In deze nieuwe functie was Sprenger verantwoordelijk voor de burgerbescherming — waaronder de luchtbescherming en evacuatiemaatregelen — evenals voor het beheer van de oorlogsrantsoenering en de bestrijding van de zwarte markt.
In maart 1941 hield hij, in zijn functie als gouwleider, een feestrede bij de opening van het door Alfred Rosenberg geïnitieerde, pseudowetenschappelijke en antisemitische Instituut voor Onderzoek naar de Joodse Kwestie in Frankfurt am Main.Klee 2021, p.593.
Pas op 1 december 1942 kwam er een einde aan deze conflictgevoelige situatie, doordat de grenzen van de militaire districten werden aangepast aan die van de partijgouwen. Vanaf dat moment werd Sprenger rijksverdedigingscommissaris voor zijn gehele partijgouw.
In 1943 raakte de Oberpräsident (eerste president) van de Pruisische provincie Hessen-Nassau, Filips van Hessen-Kassel, uit de gratie en werd hij uit zijn functie ontheven. Vervolgens werd de provincie met ingang van 1 juli 1944 in tweeën gedeeld, waarbij Sprenger werd benoemd tot Oberpräsident van de nieuwe Pruisische provincie Nassau. Hiermee verenigde hij de hoogste partij- en regeringsambten in de provincie onder zijn gezag, zoals hij dat al eerder had gedaan in de staat Hessen.
Op 25 september 1944 werd Sprenger benoemd tot commandant van de Volkssturm-troepen in zijn gouw.Miller & Schulz 2021, p.286-288.
Op 15 maart 1945, toen de strijdkrachten van het Amerikaanse leger de Rijn al waren overgestoken, vaardigde Sprenger bevelen uit aan zijn Kreisleiters. Hij benadrukte de noodzaak om de Duitse bevolking in het gareel te houden door de Gestapo geruchtenverspreiders te laten arresteren en naar concentratiekampen te sturen. Ook gaf hij bevel tot de vernietiging van geheime documenten die betrekking hadden op de kampen en de "uitroeiing van sommige gezinnen". In dit memo stond bovendien:
"Duitsers die zich niet verdedigen bij de nadering van de vijand of die willen vluchten, moeten meedogenloos worden neergeschoten of, waar passend, worden opgehangen om de bevolking angst aan te jagen."Library of Congress: Nazi Conspiracy and Aggression, Volume VII, Document D-728. p.174-175. Geraadpleegd op 12 mei 2026.
Toen Amerikaanse strijdkrachten Frankfurt naderden, vaardigde Sprenger op 23 maart 1945 een volgend bevel uit dat het elke weerbare man of vrouw verbood de stad te verlaten. Desondanks vluchtte hij zelf in de nacht van 25 op 26 maart — vlak voor het begin van de Slag om Frankfurt — uit de stad naar Kössen in het noordoosten van Tirol (Oostenrijk), waar het Amerikaanse en het Sovjetleger met een tangbeweging bezig waren het resterende Duitse grondgebied te omsingelen.
Nadat hij in de val was gelopen, pleegde Sprenger samen met zijn vrouw zelfmoord door het innemen van gif. De exacte data van hun suïcide verschillen per bron: april 1945 8 april 1945Wayback Machine: Axis Biographical Research: NSDAP, ALPHABETICAL LISTING OF GAULEITER (R - Z), SPRENGER, Jakob. Geraadpleegd op 5 mei 2026. 7 mei 1945 8 mei 1945Höffkes 1986, p.320.Sandner 2003, p.152.
Midden augustus 1945 werden de stoffelijke overschotten van Sprenger en zijn vrouw gevonden:
"Een paar dagen geleden vond een surveillance-eenheid in een bos in de buurt van Kitzbühel twee lijken. Alles wees erop dat de dood was ingetreden door vergiftiging. Dat er echter geen derden in het spel waren, kon men gemakkelijk afleiden uit het feit dat de lichamen zorgvuldig waren afgedekt. Aanvankelijk had men geen idee wie de doden zouden kunnen zijn, maar aan de hand van foto's van de Amerikaanse politie werd vastgesteld dat het ging om de voormalige gouwleider en rijksstadhouder van Hessen, Jakob Sprenger, en zijn vrouw."Österreichische Nationalbibliothek: Salzburger Nachrichten, Selbstmord eines Gauleiters, 22 augustus 1945, p. 2. Geraadpleegd op 15 mei 2026.
De meegevluchte dochter overleefde het drama. Het graf van Sprenger en zijn vrouw bevindt zich op de begraafplaats in Kössen.
In de Sovjet-bezettingszone in Duitsland werden zijn publicaties op de lijst van verboden literatuur geplaatst.Polunbi.de: Deutsche Verwaltung für Volksbildung in der sowjetischen Besatzungszone, Liste der auszusondernden Literatur. Geraadpleegd op 15 mei 2026.
Carrière Sprenger bekleedde verschillende rangen in zowel de Beiers leger als Sturmabteilung. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen.