Marijke Johanna Boele van Hensbroek - Reesink (Zutphen, 26 november 1919 – Brummen, 6 november 2013) was een Nederlandse uitgever, kinderboekenschrijver en vertaler. Samen met haar man richtte ze in 1963 uitgeverij Lemniscaat op. Het Marijke Reesink Fonds werd naar haar vernoemd.

Biografie

Jeugd en opleiding Marijke Johanna Reesink was de jongste van vier kinderen. Haar ouders waren Hendrik Willem Reesink (1883–1972) en Geertruida Reiniera van der Leeuw (1885–1921). Haar vader was mede-eigenaar van een groothandel in onder meer ijzerwaren en landbouwwerktuigen. Haar moeder overleed toen Reesink bijna twee jaar oud was, waarna haar vader in 1927 hertrouwde met lerares Ida Bonebakker. Uit dit huwelijk werden nog drie kinderen geboren. In de zomermaanden verbleef het gezin in Spaensweerd, een landhuis in gemeente Brummen.

Rond 1939 begon Reesink aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan de studie handelswetenschappen. Op advies van haar stiefmoeder vertrok ze naar Londen en New York om haar Engelse taalvaardigheid te verbeteren.

Tweede Wereldoorlog Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog keerde Reesink terug naar Amsterdam, waar ze doorging met haar opleiding. Het huis van haar stiefmoeder en de drie jongste kinderen was in beslag genomen door de Duitsers, waardoor zij naar Spaensweerd waren verhuisd. Reesink kwam er regelmatig.

Eind 1942 nam het gezin twee Joodse onderduikers in huis. Reesink hielp mee om hen tot de bevrijding verborgen te houden. Zij ging in 1944 ook op Spaensweerd wonen, nadat de UvA gesloten werd en er steeds minder eten was in Amsterdam. Ze hielp er mee in het huishouden en werkte in een noodhospitaal.

Uitgeverij Lemniscaat Kort na de oorlog leerde Reesink Jean Louis Boele van Hensbroek kennen, die destijds inkoper oliën en vetten bij Unilever was. In 1947 studeerde Reesink af en een jaar later trouwde het koppel. Zij verhuisden naar Rotterdam, waar ze tussen 1949 en 1963 negen kinderen kregen.

Na de geboorte van hun jongste kind, richtten Reesink en haar man in 1963 uitgeverij Lemniscaat op. Het echtpaar wilde iets betekenen voor de maatschappij. Hun uitgeverij had oorspronkelijk een antroposofische insteek, maar dat was van korte duur. Reesink was beïnvloed door het ontwikkelingsgerichte mensbeeld, maar hing niet één stroming aan. Hoewel ze startten met de uitgave van wetenschappelijke boeken, zoals van Carl Jung, Martin Buber, Julian Huxley en Raymond Aron, stapten ze al snel over naar prenten- en kinderboeken.

Kinderboeken De beginjaren waren financieel moeilijk, maar vanaf de jaren zeventig werd uitgeverij Lemniscaat steeds succesvoller. Tot de bekendste uitgaven behoorde onder meer de volledige editie van de sprookjes van de gebroeders Grimm (1974), bestaande uit tweehonderd sprookjes en tien kinderlegenden, en voorzien van annotaties van Reesink. Boeken uit het fonds werden bekroond met onder meer Gouden en Zilveren Griffels, en Penselen, waarna Lemniscaat uitgroeide tot een gevestigde uitgeverij.

Reesink hanteerde een uitgesproken visie op kinder- en jeugdliteratuur. Volgens haar dienden boeken kinderen niet uitsluitend te vermaken, maar hen aan het denken te zetten en hun verbeeldingskracht te stimuleren. Ze dacht dat kinderen enge verhalen nodig hadden, om hun "angsten kwijt te raken". Daarnaast hechtte zij groot belang aan de artistieke kwaliteit van illustraties en aan de kennismaking van jonge lezers met kunst en cultuur. Reesink en haar man waren ervan overtuigd dat kinderen de mooiste boeken verdienden: met aandacht en zorg gemaakt, en volledig in kleur.

Tevens zette Reesink zich in voor een grotere aandacht voor jeugdliteratuur binnen opleidingen voor onderwijs en kinderverzorging. Haar kinderen werden vaak betrokken bij haar werk; zij lazen manuscripten mee en maakten kennis met het werk van auteurs en illustratoren als Jan Terlouw, Thea Beckman, Lieneke Dijkzeul en Ingrid en Dieter Schubert.

Schrijver en vertaler Naast haar werk als uitgever was Reesink actief als auteur van kinderboeken. Haar sprookjesachtige verhalen werden positief ontvangen en verschenen mede dankzij de illustraties in vertalingen naar onder meer het Duits, Engels, Italiaans en Noors. Daarnaast vertaalde zij kinderboeken uit het Duits en bewerkte zij verschillende werken voor een Nederlands publiek, waaronder Niels Holgerssons wonderbare reis door Zweden van Selma Lagerlöf.

Latere betrokkenheid en overlijden In 1985 droeg het echtpaar de leiding van Lemniscaat over aan hun oudste zoon. Reesink bleef echter tot aan haar overlijden betrokken bij de uitgeverij, ook na de dood van haar echtgenoot in 1999. Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Lemniscaat werd in 2013 een documentaire over de uitgeverij uitgezonden door Holland Doc, genaamd De tiende telg. Reesink overleed op 6 november 2013 in haar woonplaats Brummen, op 93-jarige leeftijd.

Erkenning Reesink en haar echtgenoot ontvingen in 1981 de Laurenspenning voor hun bijdrage aan het culturele en maatschappelijke leven van Rotterdam. In hetzelfde jaar werd Reesink onderscheiden als Rechtvaardige onder de Volkeren door Yad Vashem vanwege haar hulp aan twee Joodse onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Reesink wordt beschouwd als een invloedrijke figuur binnen de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur. Als uitgever speelde zij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het kinderboekenvak en bood zij ruimte aan zowel gevestigde auteurs als beginnende schrijvers en illustratoren. Veel van de door haar en haar echtgenoot uitgegeven titels zijn uitgegroeid tot klassiekers binnen de Nederlandse jeugdliteratuur. In 2001 werd het Marijke Reesink Fonds opgericht, dat bijzondere projecten op het gebied van het prentenboek ondersteunt.

Externe link Documentaire De tiende telg (2013)

Bibliografie

Categorie:Nederlands kinderboekenschrijver Categorie:Nederlands uitgever Categorie:Nederlands vertaler